null Beeld anp, shutterstock
Beeld anp, shutterstock

PREMIUMOlympische levenslessen

“Topsport leerde me klappen opvangen. Zoiets helpt je in je verdere leven”

Ze won in 1964 als eerste Nederlander een gouden medaille op de Olympische Winterspelen: kunstrijdster Sjoukje Kossmayer-Dijkstra (80). Kort daarna verongelukte haar vader en moest ze stoppen met wedstrijdschaatsen.

Redactieanp, shutterstock
null Beeld

“Hoe vaak mij niet is gevraagd: ‘Heeft u niets gemist in uw jeugd?’ Wat dan? Ik ben nu tachtig, als ik zou willen kan ik nog steeds uitgaan. Maar kunstschaatsen niet. Als je doet wat je het allerleukste vindt, mis je niets. Ik heb veel te danken aan mijn vader. Hij was huisarts in Amstelveen en sportte daarnaast zelf met hart en ziel; zo had hij als schaatshardrijder deelgenomen aan de Winterspelen van 1936. Op mijn zesde verjaardag kreeg ik van hem kunstschaatsen – daar was ik blij mee, want ik vond hardrijden saai – en zette hij me op kunstrijles. Ik bleek talent te hebben en kreeg extra lessen. Elke keer moest mijn vader me brengen en ophalen, want mijn moeder had geen rijbewijs. Ik was enorm ambitieus, werd beter en beter. Als veertienjarige mocht ik al naar de Winterspelen, geweldig om voor Nederland uit te komen. Toch verwachtte ik niet dat ik succesvol zou worden. Tot ik in 1959 tweede van Europa werd. Toen wist ik: het kan wél! Dat motiveerde me. In 1960 won ik zilver op de Winterspelen van Squaw Valley en er volgden Europese en wereldtitels.”

null Beeld

Kroon op mijn werk

“Olympisch goud in 1964 in Innsbruck was mijn volgende doel. Het waren mijn zwaarste jaren als topsporter. Niet op mijn lauweren rusten, maar nóg beter worden. Een gevecht tegen mezelf. Trainen, trainen en nog eens trainen. In de winter van 1963 deed ik een kunstschaatsdemonstratie op de Jaap Edenbaan. Koningin Juliana zat met haar dochters op de ijskoude tribune, drie uur lang. Na afloop werd ik ontboden en zei ze: ‘We komen volgend jaar in Innsbruck kijken hoe je goud wint.’ Ze hield woord. Natuurlijk voelde ik druk, maar druk vond ik heerlijk. Juist dat gevoel na de wedstrijd, als de spanning weg was, vond ik verschrikkelijk. Alsof ik onder een koude douche stond. Mijn trainer nam me vooraf mee naar de ijsbaan en zei: ‘Daar zit de koninklijke familie.’ Dat was slim, nu kon ik me volledig op het rijden focussen en zou hen niet tussen het publiek gaan zoeken. Als laatste begon ik aan mijn kür. De eerste sprong lukte, daarna ging de rest vanzelf. Na afloop maakte ik een extra buiging voor de koningin. Ik kreeg de meeste punten en mijn doel was bereikt. Een kroon op mijn werk. De koningin gaf me drie zoenen en zei: ‘Geweldig meid.’ Op Schiphol wachtte een groots onthaal, heel Nederland was trots – pas later realiseerde ik me wat er allemaal was gebeurd. Ik werd ‘een toonbeeld van doorzettingsvermogen’ genoemd. Inderdaad: topsport leerde mij doorzetten. Lukt het de ene dag niet, dan wel de volgende. En als het moet, kun je klappen opvangen. Zoiets helpt je in je verdere leven.”

null Beeld

Bij de revue

“De grootste klap kwam meteen daarna al: mijn vader overleed door een verkeersongeluk. Hij was zo trots op me, had zich zo voor me ingezet. Hij had mijn carrière grotendeels zelf gefinancierd, want ik verdiende niets met kunstschaatsen. Voor demonstraties kreeg ik bonbons of iets dergelijks. Sponsoren bestonden nog niet. Door zijn overlijden moest ik aan mijn toekomst denken. Natuurlijk had ik verdriet, maar daarnaast was er blijdschap vanwege de successen. Ook omdat hij die in ieder geval had mogen meemaken. Ik moest door. Mijn moeder stond er alleen voor, ze had mijn hulp nodig. Dat was nu belangrijk. Ik had al eens lucratieve aanbiedingen gehad om deel te nemen aan Holiday on Ice, ook mijn vader was daar voorstander van. Maar ik wilde me focussen op die gouden olympische medaille. Nu was het anders. Hoewel ik liever als wedstrijdschaatser was doorgegaan, begon ik noodgedwongen aan iets nieuws. Een ander leven. Journalisten zeiden sceptisch: ‘Ze is geen show­type. Na twee jaar is ze weg.’ Maar ik heb acht jaar bij de revue gezeten. Ik ontmoette er mijn man, we kregen kinderen. En toen, in 1972, had ik er genoeg van. Het was goed zo. Ik was vijf keer Europees kampioen geweest, drie keer wereldkampioen, olympisch kampioen, acht jaar Holiday on Ice. Ik was tevreden. Ik heb geleerd het leven te nemen zoals het komt. Elke levensfase heeft wel iets moois.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden