PREMIUMExclusief spannend verhaal

Trouble in paradise door Joyce Spijker

null Beeld

Elise heeft er thuis en op haar werk een puinhoop van gemaakt. Als ze nog een kans krijgt om het goed te maken, blijkt ze niet de enige met een verborgen agenda.

Joyce Spijker

Weten wat eraan vooraf ging? Je leest het hier.

Elise staart uit het raam. Het uitzicht vanuit hun huis is hetzelfde als altijd. Keurige opritten, nauwelijks zwerfafval, licht achter de ramen waar gezinnen samen zijn. Een nette wijk. Met nette mensen. De Jeep met de chauffeur die haar nog geen vijf minuten geleden zo van haar stuk bracht, lijkt nu een luchtspiegeling. Hij hoort niet in haar overzichtelijke, goed geordende leven. Tenminste... tot nu toe niet. De afgelopen 24 uur hebben alles veranderd. Ze sluit haar ogen om de belangrijkste feiten op een
rijtje te zetten en haar emoties uit te schakelen. Ze sliep met een drugsbaron, bracht een grote operatie van haar collega’s in gevaar, werd door haar baas op non-actief gezet en bedroog haar man. Een filmscenario waarin ze zichzelf nooit had voorgesteld.
Jordi en de lust die hij in haar aanwakkerde, hadden haar beroofd van haar gezonde verstand, van haar mensenkennis en van haar vermogen om Bas ooit nog recht in de ogen te kijken. Alles hangt aan een zijden draadje, maar er is niets verloren. Van dat laatste moet ze zich bewust blijven. Koest houden nu, niets doen, dat is haar enige uitweg.
Bas was lief voor haar, toen ze vanochtend thuiskwam. Alsof hij Karins zwakke excuus van die undercoveractie waarin zijn vrouw terecht was gekomen, graag wilde geloven. Maar hij moet weten dat er iets niet klopt. Je gaat niet zomaar undercover in Nederland. Zeker zij niet. De procedures zijn te streng, de risico’s te groot. Dat weet Bas ook. Zo meteen, als hij Lexi in bed heeft gelegd en hun dochter slaapt, trekt hij een fles wijn open – de laatste die ze ooit samen zullen drinken als ze het echte verhaal opbiecht – en eist hij antwoorden. Dat Jordi haar had gebruikt, zal hij niet accepteren. Elise was naar hem toegegaan, omdat ze naar hem verlangde. Omdat ze iets wilde wat Bas allang niet meer kon geven of nooit gegeven had. De opwinding, de spanning, de seks. Zij wilde een ander. Dat is alles wat hij zal horen. En ze kan hem geen ongelijk geven.

null Beeld

“Gaat het?”
Ze schrikt op van zijn stem bij haar oor en zijn hand op haar schouder.
“Ja”, zegt ze zacht. “Beetje moe.”
“Dat snap ik, je hebt de hele nacht gewerkt en werd toen naar huis gestuurd. Kun je er iets over vertellen?”
Zijn blik is indringend. Elise slaat haar ogen neer. Dit is het moment. Jordi’s woorden resoneren zeurend na “als je er te lang in zit, kom je er niet meer uit”. Haar maag knijpt samen. Dan gaat haar telefoon. Ze grijpt hem als een reddingsboei van het kookeiland. Karin.
“Lies. Ik wil je morgenvroeg hier hebben. We moeten iets bespreken.”
“Hoe laat?”
“Negen uur. Reken erop dat je de hele dag hier bent.”
“Oké.” Haar stem is klein.
Bas geeft haar een glas wijn aan. Ze neemt een flinke slok. De alcohol stijgt direct naar haar hoofd.
“Dat was Karin. Ze wil me morgen zien.”
“Is dat goed nieuws?”
“Ik heb werkelijk geen idee.”

Op kantoor is niets veranderd. Toch voelt Elise zich voor het eerst ongemakkelijk op de plek die altijd haar thuis was. Alsof collega’s hun blik net iets te lang op haar laten rusten en aantekeningen wegmoffelen. Wat weten ze? Heeft Karin iets verteld? Hebben ze met z’n allen bij de koffieautomaat staan lachen hoe Elise zich verliefd heeft laten inpakken door Jordi, de drugsbaron, terwijl hij haar alleen maar gebruikte voor inlichtingen? Ze kan de verachting voelen. Vooral van de mannen. Ze heeft lang moeten vechten voor haar plek en dat ze nu in een keer kan worden gedegradeerd tot gangstersloerie van de week, wordt haar bijna te veel.

Als ze aanklopt bij Karins kantoor, gieren de zenuwen door haar lijf. Haar baas wijst haar de deur achter zich te sluiten. Elise bijt op haar lip. Als dit haar ontslag is, waarom had Karin haar dan gevraagd de hele dag te blijven? Haar rare bericht van gisteren had Elise de hele nacht beziggehouden.
“Goed”, zegt haar baas zakelijk. “Die vertoning van
gisteren was beneden alle peil, dus er zijn twee opties:
je vliegt er vandaag nog uit of je lost het op.”
Elise hapt naar adem.
“Nee. Laat me uitpraten. Ik heb met Wobma gesproken. Ik verlies mijn baan als ik de Paradijs-zaak niet oplos. Er staat een grote levering gepland die de doorbraak kan betekenen, maar dan moeten we weten waar en wanneer die plaatsvindt. Dat betekent dat je me alsnog gaat helpen. Als undercover deze keer. Dat bestand dat je gisteren bij de auto van Jordi hebt gemaakt, was waardeloos, dat weet jij ook. Maar het bracht me wel op een idee. We zenderen je en jij zorgt voor geluidsopnames die ervoor zorgen dat we hem de rest van zijn leven kunnen opsluiten.”
Karin wrijft vermoeid over haar voorhoofd en gooit haar handen in de lucht, alsof ze niet haar, maar zichzelf brieft. “Pap met hem aan, geef ’m wat hij van je wil. Zo moeilijk kan dat niet zijn? Je hebt bewezen dat je weet hoe dat moet.” Ze eindigt met een minzame knik.
Elise is perplex. Het aanleggen met Jordi? Hij ziet haar aankomen. Bas ziet haar aankomen. Nee. Dit kan niet. “Maar?”
“Geen gemaar.” Karin opent het dossier dat tussen hen in ligt. Het zijn afdrukken die haar misstap pijnlijk duidelijk maken: appjes die ze stuurde naar Jordi, spannende plaatjes waarmee ze hem verleidde en als klap op de vuurpijl foto’s van haar en Jordi bij hem thuis in bed. Hoe dan?
“Het is simpel, Elise. Jij doet dit, anders gaat dit hele dossier naar Wobma en Bas. Geen woord hierover tegen allebei. Jij hebt deze rotzooi veroorzaakt en jij lost het op.
Ik wil de locatie en het tijdstip van Jordi’s volgende deal. Je hebt achtenveertig uur.”

null Beeld

Op de wc, waar ze nog geen week geleden haar baas ontliep om Jordi met kriebels in haar buik te appen, zakt Elise nu in elkaar. Tranen rollen over haar wangen. Ze wil niet terug naar Jordi en ze wil hem er ook niet in luizen. Het enige wat ze wil, is Lexi uit school halen en vertrekken naar een ver en tropisch land. Weg van alles. De tijd terugspoelen. Ze veegt haar wangen droog. Ademen. Niet zeiken. Ze moet doen wat Karin zegt, dan is het over voor ze het weet. Toch? Alsof het zo simpel is. Ze kijkt op de Fitbit om haar pols. Halftien. Zou hij wakker zijn? Ze opent zijn laatste berichtjes en typt op haar privételefoon ‘sorry’.

Eenmaal achter haar bureau blijft ze het scherm angstvallig in de gaten houden. Hij heeft het gelezen, maar blijft nu al bijna een uur stil. Weet hij dat het van haar is? Moet ze meer sturen? Of wil hij niets meer met haar te maken hebben? Natuurlijk niet, na gisteren. Het wachten maakt haar nog opgefokter dan ze zich al voelt. Dit kan niet werken, het is onzinnig en gevaarlijk. Ze moet nu stoppen. Net als ze op het punt staat om Karin te zeggen dat ze ontslag neemt, piept haar telefoon.
‘Ook sorry’.
Haar hartslag versnelt. Ze trekt een velletje van haar lip. ‘Ik denk veel aan je’.
‘Ik moet nu opletten’.
Ze tikt met haar pen op haar bureau. ‘Dat weet ik’.
‘Misschien moet ik een tijdje weg. Beter’.
‘Ja’. Dit gaat niet de goede kant op. Maar vluchten zou het beste zijn. Al verdient die eikel het niet dat ze hem aanmoedigt om te verdwijnen. Hij heeft je gebruikt, Elise, onthoud dat.
‘Ik vind je echt leuk’.
Het bloed stijgt naar haar hoofd.
‘?’
‘Je gelooft me niet. Dat snap ik, maar dat voel je toch?’
Pfff. Uitademen. Oké, goed. Niet te enthousiast nu. ‘Ik weet niet meer wat ik moet geloven’.
‘Mag ik het bewijzen?’
‘Hoe?’
‘Zeg jij maar’.
Ze ademt langzaam uit. De collega’s om haar heen zijn druk in de weer. Ook zij zijn al maanden met deze zaak bezig. Als zij het verpest, is al hun werk voor niets geweest.
‘Kan ik je zien?’ Het zweet breekt haar uit, maar ze moet het proberen.
‘Ja’.
‘Waar?’
‘Kom naar de plek waar we elkaar het laatst hebben ontmoet’.
Ze legt de telefoon neer. De plek waar ze elkaar voor het laatst ontmoet hebben? Dat was gisteren, voor haar huis. Nee... Denkt hij dat ze thuis is?
‘Ik zie je zo’.

null Beeld

Ze staat op en rent naar Karins bureau. “Gelukt. Zorg jij voor back-up?”
Haar baas knikt en wijst op een dikke bruine envelop op de hoek van de tafel. “Alles wat je nodig hebt. Stel me niet teleur.”

Met haar handen strak om het stuur racet Elise naar huis. Het is niet ver, twintig minuten, Jordi zou er eerder kunnen zijn. Is het verdacht dat ze niet thuis is? Zou hij aanbellen? Ze ziet hem ervoor aan. Nee hè. Met haar voet op het gaspedaal neemt ze de afrit naar haar dorp. Het uitgestorven plaatsje waar elk afwijkend detail opvalt. Waar niemand in de straat een opvallende Jeep bezit. Waar hij waarschijnlijk al op de buurtapp wordt gemeld als verdacht voertuig. Ze moet opschieten. Straat voor straat jakkert ze door tot ze haar huis in zicht krijgt. Bas is naar zijn werk, Lexi op school en voor de deur staat geen Jeep. Beverig ademt ze uit. Goed zo. Eenmaal binnen scheurt ze de bruine envelop open en kijkt naar de gadgets die haar moeten beschermen. Drie kleine zenders en een nieuwe telefoon. Allemaal ingeschakeld. Als de deurbel gaat, verbergt ze er twee onder een berg prullaria in haar tas en duwt er een in haar sok. Ze trekt een veter los. Als ze die zo meteen voor het instappen vastmaakt, kan de eerste tracker onder de auto. Stap één.
Voor de deur wacht Jordi haar grijnzend op. Elise kijkt schichtig om zich heen. “Kom.” Ze zet koers naar de Jeep. Hij wijst op haar Polo. “We pakken jouw wagen.”
“Wat, hoezo?”
“Veiliger.”
“Waar gaan we heen dan?”
“Start nou eerst maar, dat zie je vanzelf.”
“Linksaf, we zijn er bijna.”
Voor haar niets dan weilanden. Af en toe een afgelegen boerderij en wat koeien. Ze rijden al een uur en Jordi heeft nauwelijks iets gezegd. Zijn telefoon piepte een paar keer. Hij opende de berichten niet.
“Waar gaan we heen?”
“Een rustig plekje, waar niemand ons stoort.”
Ze slikt.
“Moet je niet werken, dan?”
Hij grinnikt. “Ik bepaal mijn eigen werktijden. Vandaag heb ik alle tijd voor jou. Zo’n buitenkansje laat ik niet schieten. De jongens doen het maar even zonder mij.”
“De jongens? Je collega’s?”
“Niet zo naïef, Elise. Vorige keer wist je niet wat ik deed. Inmiddels ken je mijn handel beter dan ikzelf, neem ik aan. En je bent hier vast om er meer over te horen, anders was je nooit met me in de auto gestapt.” Hij zegt het alsof het hem amuseert.
Haar mond voelt droog.
“Als ik vorige keer geweten had wie je bent, was ik nooit langsgekomen.”
“Daarom ben je hier nu niet zonder reden. Ik ben niet dom. Rechtsaf.”
Ze houdt haar adem in en draait rechtsaf een oprit op. Aan het einde staat een mooie boerderij. Niet te groot, goed onderhouden. Zo’n paleis dat op Funda voor twee ton meer verkocht wordt na renovatie.
“Stop maar.”
Ze schakelt de motor uit en trekt de handrem aan. “Luister. Sinds twee dagen is mijn leven een teringzooi. Mijn vent kijkt me niet meer aan, ik ben op staande voet ontslagen omdat ik me zou hebben bemoeid met een zaak die de mijne niet was en hoezeer ik je daarom ook haat… ik kan niet stoppen met aan jou denken.”
De stilte in de auto is groot. Gelooft hij haar? Ze slaat haar ogen neer. Het moet.
Hij trekt haar naar zich toe en zoent haar teder. “Kom, ik heb zin in koffie.”

null Beeld

Binnen is het gezellig en licht. De grote ramen geven het interieur een warme huiselijke uitstraling. Heel anders dan de strakke witte villa op nummer veertien. Elise glipt naar de wc en geeft Karin een update. Het duurt even voor het bericht verzonden wordt, ze heeft maar een streepje bereik. Ze verwijdert de berichten zorgvuldig. Eenmaal terug staat er een grote mok cappuccino voor haar klaar met een glaasje water en een choco-laatje. Ze zet haar tas op tafel. Hopelijk is het bereik hier goed genoeg voor de zender. Ze wijst naar de uitgebreide kop koffie. “Net een restaurant.”
Jordi glimlacht. “Veel in de horeca gewerkt. Ik hou ervan om mensen te verwennen.”
Verwennen. Met harddrugs ja. Daar gaan mensen aan dood, denkt ze cynisch. Buiten trekt een schaduw langs het raam. Is daar iemand? Zijn ze gevolgd?
“Waarom ben je hier, Elise?” Zijn ogen zijn nu donker. Onderzoekend. Kwetsbaar bijna.
Ze weegt haar antwoord. “Ik wil je beter leren kennen.” Ze meent het.
Hij zakt achterover in de bank en sluit zijn ogen. Het duurt eeuwig, het zweet breekt haar uit. In haar broekzak voelt ze naar de autosleutels. Die moet ze bij zich houden.

“Ik wil je wat dingen vertellen. Laten zien ook. Is dat oké?” Hij houdt zijn hoofd schuin.
Ze moet haar best doen om het niet uit te schreeuwen en haalt nonchalant haar schouders op. “Tuurlijk.”
“Kom.”
Ze wil haar tas pakken, maar voor ze dat kan doen, pakt hij haar hand en trekt haar mee.

“Wat is dit?” Vol bewondering kijkt ze om zich heen. Ze staan in een donkere control room. Die lijkt op een van de bussen die de politie weleens gebruikt of op een regie-center van een tv-studio. Een muur vol schermen, laptops, panelen met honderden knopjes, microfoons. Op de schermen ziet ze de boerderij, een opslagloods, de woonkamer van het witte huis.
“Dit is het hol van de leeuw”, grijnst hij duidelijk trots.
“Dat klinkt niet al te vriendelijk. Maar serieus, wat is dit, waar kijk ik naar?” Ze moet hem dingen laten zeggen.
Hij drukt op een paar knopjes. De bewakingsbeelden op de schermen veranderen. Dan ziet ze haar collega’s en het kantoor van Karin. De plek waar zij twee uur geleden nog was. Ze hoort geen geluid, maar ze is ervan overtuigd dat dat er ook is. Alle energie sijpelt uit haar weg. Jordi weet precies wat ze hier komt doen.
En hij wist het al voor zij de opdracht kon accepteren. Ze kijkt hem met open mond aan.
“Tsja, zo gaan die dingen.” Hij slaat zijn armen over elkaar. “Vanaf nu werk je voor mij.”
Ze moet Karin waarschuwen als ze weer in de buurt van de zenders zijn. Iets waardoor haar collega’s weten dat ze worden afgeluisterd en bekeken. Logisch dat die zaak niet wordt opgelost, als Jordi ze steeds minstens één stap voorblijft. Zij kan dit doorbreken. Als ze hem aan de praat krijgt. Haar gedachten maken overuren.
Eenmaal in de woonkamer loopt Jordi naar haar tas.
“Afblijven!” probeert ze nog. Hij schudt zijn hoofd en legt zijn vinger op zijn lippen. “Dat is mijn tas, Jordi.”
Dan wijst hij op het pistool in de band van zijn broek. Ze houdt haar mond. Hij gooit de tas leeg op de bank en pikt de zenders en telefoon ertussenuit. Op de bank liggen de resten van haar leven uitgestald. Een haar-borstel met een elastiekje, haar mobiel met Bas en Lexi als schermachtergrond, een strip paracetamol, twee Labello’s, een pakje Liga’s, zakdoeken en een tampon. Haar maag krimpt samen. Even doorsnee als zij.

null Beeld

Hij pakt een doosje van een soort piepschuim en gooit daar alle apparatuur in.
“En die laatste? Waar is die?”
Ze klemt haar tanden op elkaar.
“Geen spelletjes. Je hebt er nog één. Zijn blik is ijskoud. Met tegenzin haalt ze de zender uit haar sok. Hij zucht en sluit het doosje. Ze slaat haar ogen neer. Zo blijven de signalen intact en ruikt Karin geen onraad, maar komt er niets waardevols meer door. Karin had gelijk. Dit is een grote jongen en zij zit in de val.
“En nu?” zegt ze opstandig, ze vouwt haar armen over elkaar. “Ga je me vermoorden en in een kerker gooien? Me verbranden in het kampvuur op de binnenplaats? Me meevoeren naar een eiland in de tropen waar we op een jacht genieten van de drugsopbrengst die miljoenen mensen in het ongeluk stort? Want je kunt hier wel
doen alsof alles normaal is, die handel van jou, Jordi, verwoest levens. En niet zo’n beetje ook.”
Hij gaat zitten. Handen onder zijn kin. Dan kijkt hij op. “Dat weet ik, Elise.” Hij klinkt verslagen.
Ze gaat tegenover hem zitten. “En dus?”
Hij pakt zijn telefoon en scrolt door foto’s. Dan houdt hij stil bij een foto van minstens tien jaar geleden. Hij staat er zelf op en iemand naast hem die op hem lijkt.
“Danny. Mijn broer. Hij wilde een avond op stap met zijn vrienden en kocht een paar pillen en een gram wit bij het uitgaan. Niet van zijn vaste dealer, want die zat vast voor wildplassen, maar van een of andere idioot. Ik was er ook bij, maar ik kwam wat later. Zij hadden die troep al genomen. Het bleek geen coke te zijn, maar witte heroïne. Dat was toen goedkoper. En dodelijk. Die avond is Danny niet meer thuisgekomen.

Elise houdt haar mond. De stilte duurt voort, net als het verdriet, maar ze mag zich niet laten inpakken door zijn mooie praatjes. Niet weer.
“Ik weet dat het belachelijk klinkt,” zucht hij, “maar ik ben hier goed in. De vraag is hoger dan ooit en de echte boeven komen op het goud af. Het interesseert die Roemenen en Turken geen flikker wat ze verhandelen en wat dat met de mensen doet. Als er maar genoeg M in een pil zit voor een vervolgbestelling, dan zijn ze al blij. Waar die zooi mee is aangelengd, daar malen ze niet om. Wie het slikt ook niet. Ik heb ooit gesolliciteerd bij jullie. Bij de politie. Echt waar. Maar ik zag nog voor ik binnen was dat jullie niks voor elkaar krijgen. Dus ik ben het zelf gaan doen. Verantwoord. Door de grootste te worden, zuiver ik de markt van de ergste troep. Je kunt het er niet mee eens zijn, je kunt me mijn leven lang de bak in gooien, maar weet dan wel waar de markt mee overspoeld gaat worden. Dat maakt je werk alleen maar erger.”
“Het spijt me van je broer”, zegt ze zacht.
“Mij ook.” Hij slaat op zijn benen en haalt zijn neus op. “Kom, er is werk aan de winkel. Ik heb een deal te doen en jij gaat me helpen.”

Als het donker wordt, loopt Jordi nog een keer alles met haar door. Iedereen komt hier goed uit, als zij precies doet wat hij zegt. “Ga niet improviseren, oké. Ze doen je niks, je hoort bij mij. Dat weten ze. Ik wil niet dat jou iets overkomt.” Hij geeft haar een kus. Je hoort bij mij. Die simpele zin maakt haar misselijk en opgewonden tegelijk. Vanmiddag heeft hij haar uitgelegd wat zijn plan is. Het is simpel, maar doeltreffend. Lui in elkaars armen liggend op de bank – alsof ze dat al jaren zo deden en de situatie niet compleet absurd was – hadden ze het stap voor stap doorgenomen. Alsof het een hersenspinsel was. Een spannend spelletje, niet meer dan dat. Ze heeft geen idee of Karin nog iets had kunnen horen en onraad rook of dat ze haar totaal vergeten was. Nu drukt Jordi haar de autosleutels in handen. De zenders zijn allemaal bevestigd aan haar auto. Het enige wat zij moet doen, is doen wat hij zegt.

“Ik neem hier een enorm risico, maar ik vertrouw je. Mij volgen ze, ze weten waar we zijn, dus jij moet het doen. Eén verkeerde afslag en het is afgelopen, begrepen? Niet alleen voor jou, maar ook voor Bas en Lexi. Vergeet niet dat ik weet waar je woont.” Zijn mond is een dunne streep. Elise knikt. Het busje waarmee ze gaat rijden, zit ramvol met pillen die van eigenaar wisselen. Als ze de auto heeft afgeleverd, wordt ze naar een veilige plek gebracht en kan ze haar collega’s bellen, zei Jordi. Geen seconde eerder. Tegen die tijd is de overdracht geslaagd en is hij verdwenen.

null Beeld

Als ze het busje start en de navigatie volgt, probeert ze helder na te denken. Wat als ze nu naar collega’s rijdt en de lading brengt? Dan hebben zij bewijs dat ze misschien aan Jordi kunnen linken en zijn de klanten laaiend dat de deal niet doorging. Bovendien is hij voor miljoenen aan waar kwijt. Krijgt ze daarmee haar baan terug? Of is het alsnog niet genoeg? En wat als Jordi zijn bedreiging waarmaakt? Lexi mag niets overkomen. Nu niet, nooit niet. Kon ze maar naar huis bellen, maar Jordi houdt haar van een afstand in de gaten. Ze kan geen kant op. ‘Focus, Lies’, fluistert ze zichzelf toe. ‘Niet bang zijn.’ Maar wat als die mannetjes van Jordi haar afknallen? Haar niet vertrouwen? Wat als Jordi vertrouwen betekent dat ze haar ondergang tegemoet rijdt? Gek van haar eigen gedachten tuurt ze naar de navigatie. Nog maar acht minuten. Er is hier geen water in de buurt, geen haven. Wat dan? Een industrieterrein? De avond sluit zich strak om het busje heen. Ze is hier alleen, maar toch ook niet. De zenders onder deze auto en onder die van haar leiden haar collega’s nu de verkeerde kant op. Ze zullen Jordi denken op te pakken met een kofferbak vol waar, terwijl hij hen met haar auto bij de McDrive opwacht en vraagt wat die overmacht aan politie in ’s hemelsnaam komt doen. Karin zal woest zijn. Ergens amuseert haar dat. Karin had haar nooit zo mogen straffen. Ja, ze was dom geweest, natuurlijk, maar haar bedreigen om privéfoto’s naar Bas en hun chef te sturen? Ze kon de pot op!

Dan hoort ze het gevreesde: “Over vijftig meter bestemming bereikt.” O nee. Haar hartslag vliegt omhoog. Er is een boerderij. Een erf. Een beekje. Een binnenplaats. Geen licht, geen beweging. Alleen een deur van een grote schuur die opengeschoven wordt. Stapvoets rijdt ze ernaartoe. Zweet parelt over haar rug, alsof ze per direct in de overgang is beland. Rustig blijven, Lies. Doen wat-ie gezegd heeft, dan is het zo over. Ze doen je niets. Op een vreemde manier vertrouwt ze hem. Ze dimt de lichten van de auto en rijdt – precies zoals afgesproken – de loods binnen. Haar hand trilt onophoudelijk als ze het portier opent en uitstapt. Nog voor haar voet de grond raakt, wordt ze verblind door fel licht. “Politie! Handen omhoog! Nu!” Wat? Ze gooit haar handen in de lucht en knijpt haar ogen tot spleetjes. De achterdeur van het busje wordt opengerukt. Dan hoort ze haar naam. Karin staat voor haar neus. Haar ogen geven licht van woede. Dan stormt haar chef naar de achterkant van het busje. Leeg. Geen pillen. Elise kijkt er verbouwereerd naar. Jordi heeft haar belazerd. En ze weet de consequentie als ze Karins vuurspuwende ogen ziet: geen baan. En dat is misschien het minste probleem.
“Hier, schat.” Bas zet haar tas bij het bed en wrijft haar piekerige haar uit haar gezicht. “Kan ik verder nog iets doen? Iets drinken? Thee?”
Ze wurmt zich van hem los. Zijn vertrouwde geur maakt haar misselijk. “Ik moet slapen, Bas. Ik kan niet meer.”
Hij knikt. “Ik ben beneden. Als er iets is, hoor ik het wel.”

Dan laat ze zich op bed vallen. De gedachten van de afgelopen uren vullen de kamer tot alles te klein aanvoelt. Ze moet hier weg, terwijl dit precies is waar ze hoort te zijn. “Normaal doen, Lies”, prevelt ze zachtjes tegen zichzelf. “Dit was een slechte, nare, idiote droom. Je bent thuis.” Het helpt een beetje. Haar ademhaling vertraagt en ze sluit haar ogen. “Je hoort bij mij.” Die worden hebben zich in haar gedachten vastgezet en wijken niet. Het idee dat ze hem nooit meer zal zien, doet meer pijn dan ze ooit kan toegeven. Dan klinkt er een zachte piep. En nog één. Het geluid komt uit haar tas. Haar telefoon laat niets zien. Nul oproepen of berichten. Nog een piep. Ze zoekt in haar tas en opent een zijvakje. Er zit een prepaid toestel in. Drie nieuwe berichten. Met trillende handen tikt ze op het scherm. ‘Bedankt voor alles. Ook namens Danny’. Haar maag trekt samen.
‘Ik hoop je te zien. Kus’.
Ze klikt het derde berichtje open. Een ticket naar Cancun. Voor overmorgen.

Hoe het begon

Dit spannende verhaal van thriller-auteur Joyce Spijker kan heel goed losstaand worden gelezen. Hoe Elise in deze situatie belandde, heeft eerder in Libelle gestaan en is nu te lezen op libelle.nl/paradise-lost.

null Beeld

Meer lezen van Joyce Spijker? Haar nieuwste boek Volg me ligt nu in de winkel.

Op beeld lijkt het leven van influencer Claire Kant een sprookje, maar achter de schermen legt haar verslechterende gezondheid een bom onder haar succes. Volg me is een actuele thriller over de gevaarlijke cocktail van macht, mentale gezondheid en de façade van het online wereldje.
(€ 12,99, Ambo | Anthos via bol.com).

Fotografie: Arcangel

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden