Verloskundige Sylvia (61): “Kinderen weghalen bij de moeder druist in tegen mijn zorghart”

null Beeld Karlien van der Geest
Beeld Karlien van der Geest

Verloskundige Sylvia van Kospoth (61) zet zich in voor zwangere vrouwen met een of meer kinderen die uit huis zijn geplaatst. “Ja, we moeten het kind beschermen, maar we slaan nu vreselijk door.”

Sylvia: “Ik ben een groot voorstander van tweede kansen in het leven. Ik geloof niet in ‘eens een dief, altijd een dief’. Zeker niet als je echt je best doet om je leven weer op de rails te krijgen, zoals veel van de kwetsbare vrouwen in mijn praktijk. Ooit hadden ze problemen met agressieve mannen of drugs. Nu, een aantal jaar verder, zijn ze weer zwanger, maar hebben ze een nieuwe relatie en betere huisvesting of zijn bewezen schoon van middelengebruik. Nu zij hun leven gebeterd hebben, hopen ze ook hun eerder uit huis geplaatste kinderen weer thuis te kunnen verwelkomen. Maar in de praktijk kijken betrokken instanties naar het verleden en kunnen ze zich baseren op onvolledige rapporten. Zo blijft de moeder altijd een risicomoeder en is de kans aanwezig dat ook dit kindje haar wordt afgenomen. Vaak zijn dit helemaal geen levensgevaarlijke vrouwen, maar moeders die niets liever willen dan van hun kinderen houden en voor ze zorgen. Ik sta er versteld van hoe rigoureus baby’s bij hun moeders worden weggehaald. Ik kan ervan wakker liggen, omdat het zo aangrijpend is en het indruist tegen mijn zorghart. Hiervoor ben ik geen verloskundige geworden.

null Beeld

Andere roeping

Twintig jaar geleden werkte ik als choreograaf en mise-en-scèneregisseur. Na de middelbare school twijfelde ik tussen de verloskunde óf het theater. Het werd dat laatste. Toen ik mijn diploma had, vertrok ik met mijn man naar IJsland, waar ik zeven jaar heb gewoond. Ik werkte daar in nationale en stadstheaters en genoot van het leven, dicht bij de overweldigende natuur. Toch zijn we teruggegaan naar Nederland, toen ik zwanger was van mijn zoon. Later kregen we nog twee dochters. Pas tegen mijn veertigste ben ik gaan nadenken over mijn andere roeping. Ik ben altijd al enorm aangetrokken door de anatomie van twee zielen in één lichaam: het kind en de vrouw. Als verloskundige sta je aan de bron van het leven, zo mooi. Die schoonheid kun je in het theater niet vinden. Was ik te oud om nog te switchen van baan? Uiteindelijk heb ik de sprong gewaagd en me aangemeld voor de Academie Verloskunde in Amsterdam. Zat ik vier jaar tussen de jongvolwassenen in de schoolbanken. Ik voelde me bijna hun oma, maar werd nooit zo behandeld en heb een toptijd gehad. Nog even heb ik gewerkt in Amsterdam, daarna kon ik een praktijk in Harlingen overnemen. Ik wilde dichter bij de natuur staan, net als in IJsland. Het wad geeft me rust, daar kan ik mezelf weer opladen.

Hoe uiteenlopend de twee beroepen ook lijken, er zijn wel degelijk overeenkomsten. Als verloskundige geef ik medische, sociale en psychologische begeleiding. Ik verwijs door naar een gynaecoloog als het moet, maar ik ga niet medicaliseren als het niet nodig is. Ik vind het belangrijk dat een zwangere vrouw controle ervaart terwijl ik haar bijsta. Als regisseur richtte ik me op improvisatietechnieken en beweging, ik hield van expressie in woord, taal en beleving. Daarvan heb ik nog dagelijks profijt. Als verloskundige moet je ook improviseren. Het is puur vakmanschap en techniekbeheersing – net als in het theater, maar daarnaast is ook elke zwangerschap en bevalling anders. Niet alleen bekommer ik me om de groeiende buik en het medische, ook het sociale aspect vind ik belangrijk.

null Beeld

Regels

Filmregisseur Jorien van Nes was ooit bij mij in de praktijk. Destijds hadden we spontane gesprekken over mijn visie en ervaringen en wat in haar ogen mogelijk een film zou kunnen worden. Ik maak me ontzettend druk over de zakelijke benadering van de zorg. Zo moet ik bijvoorbeeld de zwangere vrouwen die bij mij komen, betitelen als ‘cliënten’. Nee, dat ben je bij de bouwmarkt, niet in mijn wachtkamer. Moeder en kind zijn geen ‘consumenten’ en ik geen ‘zorgmakelaar’. Zulke termen komen niet uit het hart van de zorgverlener. Ik ben een zorggever. Het gaat mij om de vrouw achter de zwangerschap en de sterke biologische band tussen moeder en kind.

Tijdens het filmen in mijn praktijk, ontstond het idee voor de documentaire Goede moeders. Ik merkte dat er zich steeds meer vrouwen aanmeldden bij mij, die officieel worden aangemerkt als ‘kwetsbare zwangeren’. Deze vrouwen zijn eerder in aanraking geweest met Jeugdzorg, of hebben één of meerdere kinderen die uit huis zijn geplaatst op advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De rode draad in de film is het dilemma waarmee ik te maken heb. Volgens de regels wordt van mij verwacht dat ik zo’n nieuwe zwangerschap meld bij Veilig Thuis of gemeentelijke instellingen, met het gevaar dat er een nieuwe uithuisplaatsing volgt, ook als ik helemaal geen zorgen heb. En ik zie de angst bij de moeders, die de hele zwangerschap doodsbang zijn ook dit kindje te moeten verliezen. In Goede moeders houd ik echt geen pleidooi om kinderen bloot te stellen aan risico’s. Ik ben absolúút voor veiligheid, maar pleit voor zorgvuldigheid in de zorg. We moeten het kind beschermen, maar we slaan nu vreselijk door. De zorg moet goedkoper en daardoor worden er fouten gemaakt. Ik kan de protocollen niet negeren, dus ik meld keurig: ‘Deze in jullie ogen risicovolle moeder is weer zwanger’, maar ik zet erbij: ‘Ik maak me geen zorgen’. Stel, de moeder heeft een verleden van drugsgebruik, maar is nu helemaal clean en heeft een stabiele, nieuwe relatie. Dan wil ik naar de mogelijkheden kijken in plaats van de beperkingen. Ik ga voor feiten, onderbuikgevoel zegt me niet veel.

null Beeld

Oprechte boosheid

In de documentaire is niks in scène gezet. Je ziet mijn oprechte boosheid over het Afghaanse gezin, waarvan de kinderen werden afgenomen. Zulke lieve mensen, gevlucht naar Nederland, getraumatiseerd door de oorlog, en dan worden hun kinderen door zorgverlenende instanties in pleeggezinnen gezet?! Deze mensen hebben extra zorg nodig, maar het zorgkader voorziet hierin niet. ‘Ontmoederende’ moeders moet je helpen en direct opvangen, vind ik. Het is nogal wat als de band tussen moeder en kind ineens wordt doorgeknipt. In de documentaire vertelt een pas bevallen moeder dat haar baby werd weggehaald uit het ziekenhuis, zonder waarschuwing vooraf, en dat ze in de bus terug naar huis moest, met een lege Maxi-Cosi! Die vrouwen hebben hulp nodig. Een kind uit huis plaatsen is zo’n drastische, draconische laatste maatregel. Wat doet dat met het kind later? En de moeder? De vader? En de broertjes en zusjes? De oma’s en opa’s? De moeders zitten eenzaam thuis, de gordijnen gaan dicht. Ze zijn de schande van de buurt en weten niet waar hun kind is. Dit mag nooit op deze wijze gebeuren, ik kan daar zo ontdaan van raken.

Als de feiten niet kloppen, mag je een moeder toch niet van haar kind scheiden? Een aanname of vermoeden is géén diagnose. Maar ik kom ook simpele fouten tegen in rapportages, zoals verkeerde namen van biologische vaders. De laconieke houding daarover maakt me boos. Als we in de zorg onzorgvuldigheid accepteren, accepteer je ook persoonlijke vooringenomenheid. Dan worden kinderen weggehaald, omdat moeder piercings heeft en vader een slecht gebit en geen werk. Tegelijk mis je op die manier ook dat mishandelde kind van ouders die het huis ogenschijnlijk zo goed op orde hebben.

Ik kijk verder. Ik blijf mensen zien, kijk naar wat ze te geven hebben, ieder vanuit zijn of haar eigen ontwikkeling en eigen situatie. Natuurlijk, ook ik zie een tandeloze ouder, maar is diegene daardoor meteen een agressieveling? Zijn die tanden er bij een ruzie uit geslagen? Nee. Als je doorvraagt, blijkt dat deze ouder in kwestie als de dood is voor de tandarts. Ga niet af op de buitenkant. We moeten elkaar helpen en bijstaan in plaats van veroordelen en afkeuren. Ik draag daaraan graag mijn steentje bij.

Ook al is het al een halfjaar geleden dat ze zijn bevallen en is het niet mijn taak als verloskundige. Die vrouwen bellen míj in paniek, omdat ze alleen mij lijken te vertrouwen: “Sylvia, help, mijn baby is weggehaald!” Ik ga meteen langs om met hen te praten. Ik luister, stel vragen en zoek hulp.
Na zulke gesprekken moet ik met mijn hoofd in de wind. Met mijn hond de dijk op, mijn gedachten overpeinzen en letterlijk uitblazen, zo laat ik alles van me afglijden. Als ik in de verte over het wad kijk, ervaar ik hetzelfde gevoel als bij een geboorte: een onvoorwaardelijk vreedzame bewondering. Ik wil niet verbitterd raken over wat ik meemaak, maar ook niet wegkijken of er fel tegenaan schoppen. Ik ben geen activist. Liever wil ik vanuit mijn visie en werkervaring in gesprek gaan met betrokken partijen. Ik blijf het zeggen en aangeven, dat verdienen al die goede moeders zonder kinderen. Ook wordt er gedacht: daar heb je haar weer. Prima, wen er maar aan, ik blijf nog wel even.” ■

De documentaire Goede moeders is te zien via 2doc.nl. Ook een interview van Elena Lindemans met regisseur Jorien van Nes is daar te bekijken

  • Productie: Marije Ribbers. Styling: Maartje van den Broek. Haar & make-up: Sjarde Kirioma. M.m.v. Expresso (broek en gilet), Comma (trui), Mango (schoenen).
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden