Vroeger was alles beter. Of niet dan?
 Beeld Getty Images
Vroeger was alles beter. Of niet dan?Beeld Getty Images

Vroeger was alles beter. Of niet dan?

Bettina Voos

Ik kijk soms met enige weemoed terug op vroeger, toen de zomers nog heet en de winters koud waren. Sommige dingen die we in de jaren 70 en 80 ‘normaal’ vonden, waren echt niet leuk, andere juist wel.

Ik werd, net als alle andere kinderen op de lagere school (zo heette de basisschool vroeger immers) elke dag naar buiten gestuurd en moest mezelf de hele dag vermaken zonder social media en devices. De tv was nog zwart-wit, had drie zenders en eens in de maand op woensdagmiddag werd er een kinderprogramma uitgezonden. Was het geen extreem weer (windstoten, onweer of hagel), dan werd ik zonder pardon door m’n moeder naar buiten gebonjourd en ging het tv-feest aan mijn neus voorbij.

Ik bleef de hele dag van huis, zonder mobiele telefoon. Niemand wist waar ik uithing en het interesseerde ook geen mens. Ach, ik liep niet in zeven sloten tegelijk, ik wist precies bij welk bosje ‘de kinderlokker’ woonde en welke ‘oma’ altijd snoepjes uitdeelde. Er dreigde eigenlijk maar één ding: verveling. Want er was geen zak te doen, behalve spelen of knokken met de buurkinderen, vissen langs de vaartkant of doelloos rondslenteren. Oja, en telefooncellen checken of er per ongeluk nog kwartjes uit vielen, die ik dan kon gebruiken om snoep te kopen. Want dat kregen we heus niet iedere dag.

Winkels waren dicht tussen 12.00-14.00 uur, na 18.00 uur en op zondag. Was je iets vergeten, dan had je pech (en hopelijk een lieve buurvrouw bij wie je een kopje suiker kon lenen).

Als ik met iemand wilde afspreken, dan moest ik bellen met de huistelefoon die middenin de woonkamer stond (privacy? Hahahaha!). En het kon zomaar gebeuren dat ik iemands ouder (meestal moeder) aan de lijn kreeg. Dan vroeg ik netjes: ‘Hallo mevrouw X, is Y thuis?’ Als ik pech had, moest ik vervolgens een heel gesprek voeren met de moeder in kwestie. Dat deed ik natuurlijk liever niet, dus meestal stapte ik op de fiets om te kijken of er iemand thuis was of toevallig op straat speelde.

In de winter droeg ik (zelfgebreide) wollen kriebeltruien, wanten die aan elkaar vast zaten met een touwtje door mijn jas en balaclava’s... van die mutsen die je helemaal over je hoofd trok, met een uitsparing voor je gezicht. Althans, dat was de bedoeling, want die dingen zaten altijd scheef, zakten over je ogen of schoven over die eeuwige snottebel. En als ik op de fiets achterom wilde kijken, voordat ik m’n hand uitstak (!!) om de bocht om te gaan, dan draaide mijn hoofd standaard ín die muts en zag ik nog niks. Gelukkig waren de wegen nog niet zo druk als tegenwoordig.

Had het gesneeuwd, dan gleed ik net zo lang op mijn kaplaarzen (mét laarzensokken erin, want koud) over de aangestampte sneeuw totdat ik een spiegelende ijsbaan had gecreëerd met de buurkinderen. Daarop konden we dan glijden totdat de straatlantaarns uit gingen, dan moesten we naar huis. En de volgende dag bleek die fijne ijsbaan door de achterbuurvrouw te zijn bestrooid met zout, wegens ‘te gevaarlijk’ en moesten we weer iets anders zoeken om de tijd te verdrijven.

In de zomer was het heet en rende ik op blote voeten heel snel over de hete tegels naar het dichtstbijzijnde zwembad of ander water in mijn bikini van vorig jaar en met een sleetse handdoek uit de badkamer. Aan insmeren deden we nog niet, dus aan het einde van de dag gaf ik bijna licht in het donker. Tegen het eind van de zomer zag iedereen eruit alsof-ie in Italië was geweest, hoewel niemand verre reizen maakte in de zomervakantie. Ook niet in de herfst- of kerstvakantie trouwens, kamperen in Europa was al heel wat.

De meesters en juffen waren van de oude stempel en als we echt héél vervelend waren, dan kregen we een corrigerende tik. We werden geacht de hele dag op te letten en te luisteren, er bestonden nog geen kinderen met ADHD of dyslexie, hoogbegaafdheid of hoogsensitiviteit. Die waren gewoon druk, dom, betweters of jankerds. Zelfontwikkeling of -ontplooiing werden niet gezien als iets wenselijks. Sterker nog: je moest je niet zo aanstellen. Wie dacht je wel niet dat je was?

Als ik iets wilde opzoeken, moest ik het juiste boek van de 26-delige encyclopedie erbij pakken of naar de plaatselijke bieb. Ik maakte cassettebandjes met mijn favoriete muziek door liedjes op te nemen van de radio. Daarom zat er vaak toch nog een klein restje tekst van de dj door de liedjes. Die bandjes liepen regelmatig vast in de (auto)radio en konden we met een potlood - voorzichtig en netjes - opnieuw opdraaien.

Aaahhhh... mooie herinneringen, hoor. Mijn leven nu is vele malen vluchtiger en gecompliceerder dan toen, maar ook zoveel interessanter, veelzijdiger en mooier. Dus: was vroeger alles beter? Mwah. Ik zou niet meer terug willen. Jij wel?

null Beeld

Bettina (55) is online eindredacteur bij Libelle. Ze is getrouwd, heeft een volwassen zoon en een hond. Ze schrijft wekelijks over haar relatie en (seks)leven.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden