dit is mijn leven

We zijn nu hechter dan ooit

Petronellanitta Beeld Petronellanitta
PetronellanittaBeeld Petronellanitta

Hoe dol je ook bent op elkaar, soms gebeurt er iets waardoor je iemand een tijd niet ziet. Bij deze zussen, vriendinnen en moeder en zoon kwam het toch weer goed.

null Beeld

Jarenlang waren Frances Martherus (57) en Berthe Volbeda (52) dikke vriendinnen. Tot Berthe de deur dichtgooide.

Frances (rechts): “Een jaar of vierentwintig was ik, ik had een dochter van twee en was net verlaten door mijn vriend. Ik zat in een diep dal. ‘Ga je mee uit?’ vroeg Berthe. Ik vroeg me af of ze wel goed bij haar hoofd was. Nee, natuurlijk wilde ik niet uit. Uiteindelijk ging ik toch en we hadden het geweldig. In de weekenden dat mijn dochter bij haar vader was, gingen wij op stap. Het was zó fijn om even lol te hebben, het verdriet en de zorgen te vergeten.” Berthe (links): “Datzelfde gold voor mij. Ik kwam uit een gewelddadige relatie. Die had z’n sporen nagelaten, ik was mezelf helemaal kwijt. We hadden allebei verdriet, waren ontdaan, hadden weinig zelfvertrouwen. Maar we pepten elkaar op, gingen samen dansen en de stad ‘onveilig maken’. We hadden zó veel lol, samen krabbelden we uit het dal. En toen raakte Frances weer zwanger.” Frances: “Dat lag helemaal niet in de planning, maar Timo, de vader, was in de wolken. Ik dacht: ik wil het kind wel houden, maar dan wil ik trouwen. Dat doet hij nooit, dacht ik, maar hij ging er vol voor. Berthe was mijn getuige, Timo en ik zijn nog steeds samen.” Berthe: “Rond de dertig was ik toen ook ik zwanger raakte. De verwekker wilde er niets van weten, maar ik koos ervoor om mijn kind te houden. Ik word niet voor niets zwanger, dacht ik, ik kan het alleen.” Frances: “Jennifer werd geboren. Ik had ook twee kleine kinderen en we trokken veel met elkaar op. We pasten op elkaars kinderen en gingen met z’n allen op stap.” Berthe: “Inmiddels had ik ook een vriend, Ralph, maar we woonden niet samen. Omdat ik in wisseldiensten werkte, was Jennifer veel bij Frances. Ik wilde het beste voor mijn kind en was heel rechtlijnig met suiker. Wat een kind niet kent, mist het niet. Geen zoetigheid dus voor mijn dochter. Daarover verschilden we van mening, Frances snapte daar niets van. Op een dag haalde ik Jennifer op bij Frances. Ik kwam binnen en zag dat ze Jennifer net een spekkie wilde geven. Ik zei: ‘Ze mag geen spekkie.’ Frances zei: ‘Doe niet zo gek’ en gaf het haar toch. Ik pakte Jennifer op en vertrok. En trok meteen de deur dicht achter onze vriendschap. Ik vond het zó disrespectvol. Dit ging in tegen al mijn principes.” Frances: “Ik was me van geen kwaad bewust. Daarna nam ik als vanouds contact op met Berthe, maar ze reageerde niet meer. Toen we elkaar nog een keer tegenkwamen en Berthe zich van me wegdraaide, dacht ik: bekijk het maar. Maar het deed wel pijn. Ook omdat ik geen idee had waarom ze nou zo boos was.” Berthe: “Wat ik deed, wil ik niet goedpraten. Maar ik denk wel dat er een verband is met de gewelddadige relatie waarin ik heb gezeten. Ik liet toen iemand zó over mijn grenzen gaan – dat wilde ik nooit meer. Als iemand zo omgaat met mijn normen en waarden, dan is het klaar, vond ik. Ik stortte me op de rest van mijn leven. Ralph en ik trouwden en kregen nog twee kinderen. In 2015 werd Frances vijftig. Via Facebook hadden haar dochters me een uitnodiging voor het feest gestuurd. Dat bericht zag ik pas een halfjaar later. Niet lang daarna begonnen Frances en ik te chatten. Ik stelde voor een drankje te gaan drinken, met onze mannen erbij.” Frances: “Ik stemde toe. Wilde nu ook weleens weten waar ze nou zo boos om was geworden.” Berthe: “Zodra we elkaar zagen, vielen de jaren weg. Een last viel van mijn schouders.” Frances: “Toen ik uiteindelijk hoorde dat het om dat spekkie was gegaan, kon ik het niet geloven. Om dat spekkie? Ook de mannen wisten niet wat ze hoorden, die hebben er hard om gelachen.” Berthe: “Dat ik Frances pijn heb gedaan, vind ik heel erg. Het is pijnlijk en verdrietig geweest dat we elkaar kwijtraakten én elkaars kinderen. Ik snap nu dat een vriendschap dierbaarder is dan overtuigingen. Dit is onze vriendschap, zij houdt van wit, ik meer van blauw. Dat is een bijzaak waarvan ik toen een hoofdzaak maakte.” Frances: “Of simpeler gezegd: ik houd van suiker en jij niet.” ■

null Beeld

Na een ruzie om de huisvesting van hun moeder was er twee jaar geen contact tussen zussen Maria (70) en Tineke de Graaff (60).

Maria (rechts): “In 2015 gingen mijn man Lex en ik een weekje naar Zwitserland, we hadden een georganiseerde yogavakantie geboekt.” Tineke (links): “Zonder het van elkaar te weten, hadden Maria en ik voor precies dezelfde reis gekozen. Bij binnenkomst zag ik Lex staan, Maria’s man. Een beetje witjes begroette hij me.” Maria: “Ik lag te lezen toen Lex onze kamer binnenkwam en vertelde dat Tineke er was. Er schoot van alles door me heen. Ik vond het helemaal niet relaxed, maar zou wel zien hoe het liep. Al was er ook een stem diep vanbinnen die zei: misschien komt dit niet voor niets op je pad.” Tineke: “Precies wat ook een stem in mij zei.” Maria: “Twee jaar hadden we elkaar niet meer gesproken, na een flinke ruzie.” Tineke: “Die ging over onze hoogbejaarde moeder. Na een paar hartaanvallen kon ze niet meer op zichzelf wonen. Ze had 24-uurszorg nodig. Er was een plek vrijgekomen in een verzorgingshuis vlakbij, ik zag geen andere mogelijkheid. Met alle broers en zussen, we waren met twaalf, hadden we een familieoverleg.” Maria: “Er moest iets gebeuren, maar ik was het totaal niet eens met de plek waar ze naartoe zou gaan. Mijn moeder, die altijd in een royaal huis met uitzicht op de weilanden had gewoond, moest nu naar een klein kamertje met uitzicht op een blinde muur. Ik kon daar niet mee leven. Het werd een enorme ruzie waarbij harde, nare woorden vielen. Uiteindelijk vond een andere zus een plek waar iedereen blij mee was.” Tineke: “Maar het leed was al geschied. Niet alleen Maria en ik, ook andere broers en zussen verbraken het contact. Al vierden we de negentigste verjaardag van onze moeder wél met z’n allen. Heel ongemakkelijk was dat. Een broer zei: ‘Dat je durft te komen.’ Dat heeft zo veel pijn gedaan, ik heb daar veel verdriet van gehad.” Maria: “Je wordt het hardst getroffen door degenen van wie je het meest houdt.” Tineke: “Thuis hebben we niet geleerd om dingen uit te spreken. Ruzies oplossen door te praten, gebeurde niet. Iedereen bij ons wil z’n gelijk halen, waardoor het blijft broeien.” Maria: “We zijn allemaal eigenwijs, een familie van eigenheimers.” Tineke: “Maar goed, in Zwitserland konden we elkaar niet meer ontlopen.” Maria: “De volgende ochtend zag ik Tineke zitten. Hoewel ik zenuwachtig was, vroeg ik haar of we samen konden ontbijten. En ik vroeg of ik haar een knuffel mocht geven. Dat mocht, maar ze bleef als een plank staan.” Tineke: “O, dat herinner ik me niet zo! Voor mij was toen het ijs gebroken. Ik was juist echt blij dat Maria er was, ik had er zo veel verdriet van dat we geen contact meer hadden.” Maria: “Die week zochten we elkaar voorzichtig op.” Tineke: “Aan het eind van de week, toen de andere mensen weg waren, kwam er meer ruimte.” Maria: “Ik vroeg of Tineke mee ging wandelen met Lex en mij en dat was een heel goede dag. Voor mijn gevoel kwam toen de warmte terug.” Tineke: “Ja, ik ervaarde dat ook zo. Over de ruzie hebben we het niet meer gehad. Daar komen we niet uit, we vinden allemaal dat we zelf gelijk hebben. En ik zie heel goed dat we allemaal uit liefde handelden.” Maria: “Dat is het kromme, uiteindelijk wilden we allemaal het beste voor onze moeder. Al speelde zij daar zelf niet bepaald een verbindende rol in.” Tineke: “Tegen elk kind zei ze iets anders, ook dat veroorzaakte tweespalt. Maar ik ben heel blij dat het tussen ons weer goed is. Ik weet nu dat je het niet altijd met elkaar eens hoeft te zijn. Dan heb je een meningsverschil en dat is dan maar zo.” Maria: “We raken elkaar niet meer kwijt, niets komt meer tussen ons. Hebben we toch nog wat geleerd in ons leven.” Tineke: “We zijn nu hechter dan we ooit waren, dat is een prachtige toegift. We wonen vlak bij elkaar, Maria’s deur staat altijd open, ik mag altijd mee-eten. Ik ben daar zó dankbaar voor. Hè, ik word er helemaal emotioneel van.” Maria: “Lieve zus, kom, dan krijg je een knuffel. We laten elkaar niet meer los.” ■

null Beeld

Begin 2020 verbrak de alleenstaande Monique van Balen (52) het contact met haar zoon Dave Hardenberg (28) vanwege zijn drugsverslaving.

Monique: “Vijftien jaar geleden begon Dave te gebruiken. Ik deed er álles aan om het te stoppen, maar zag hem wegglijden. Het was de hel. Ik was zo wanhopig. Als iemand gebruikt, dan is er geen verbinding, niets. Je kind is er wel, maar tegelijk ook weer niet. Mijn grootste angst was dat ik Dave zou verliezen aan de dood. Toen een hulpverlener tegen me zei: ‘Je bent je kind allang kwijt’, was dat een eyeopener. Ik besefte dat ik zijn moeder ben, niet zijn redder. Pas toen vond ik de kracht om te zeggen: ‘Dave, het is klaar. De deur gaat pas weer open als je in herstel gaat (de periode na het lichamelijke afkicken, red.). Dat besluit is mijn redding geweest. Ik was kapot, helemaal óp.” Dave: “Mijn moeder en ik hadden altijd een goede band, maar als je verslaafd bent, staan drugs op de eerste plaats. Het begon met drinken en blowen, later kwamen daar cocaïne en speed bij. Ik woonde in Den Haag, mijn moeder in Beverwijk. We hadden steeds minder contact, groeiden steeds verder uit elkaar. Ik nam geen enkel initiatief meer, zat op mijn eigen eiland. Dat ik was vertrokken bij de afkickkliniek, daar herinner ik me nog weinig van. Ik weet alleen nog dat ik me slecht voelde. Het voelde rot dat mijn familie zich zo veel zorgen om me maakte. Al wist ik dat ik in hun hart zit, ik ben heel eenzaam geweest. En niet alleen toen, eigenlijk al mijn hele leven. Drugs zijn een vlucht. Voor alles en iedereen, voor mezelf en het leven.” Monique: “Ik had al maanden geen contact gehad toen ik ineens een heel verward appje van Dave kreeg. Ik wist meteen dat hij een psychose had. Hij zat daar in een woning met anderen, ik was bang dat hij een gevaar voor hen zou vormen. Hoe ik Dave aantrof, daar wil ik niet te veel over zeggen. Dat doet te veel pijn. Ik nam direct contact op met Stichting De Stam, de afkickkliniek waaruit hij eerder was weggegaan. Hij mocht het nog één keer proberen, maar dan moest hij eerst drie dagen ergens anders detoxen. Ik nam hem weer in huis.” Dave: “Ik heb toen twee, drie dagen geslapen, daarna bracht jij me terug naar De Stam.” Monique: “En nu is Dave zeven maanden clean. Ik ben supertrots en hoop met heel mijn hart en ziel dat het nu wél goed gaat.” Dave: “Ik zit nu op een plek waar het goed voelt en veilig is. Straks, als ik minder begeleid word, wordt het weer moeilijker. Verslaving is zeventig procent gedrag. En gedrag aanpassen is het moeilijkste wat er is.” Monique: “Het is wel raar. Ik wilde dat mijn zoon verantwoordelijkheid zou nemen voor zijn leven, maar ondertussen nam ik dat zelf niet. Ik was een zorgverslaafde, wilde zijn redder zijn. Waardoor ik werd meegesleurd in zijn draaikolk.” Dave: “Je probeerde je kind te redden, maar dat werd je eigen ondergang.” Monique: “Eigenlijk moet je met je handen op je rug toekijken hoe je kind verzuipt – welke moeder kan dat? Ondanks alles heb ik hoop dat het deze keer wél goed gaat. Ook omdat de begeleiding zegt dat Dave het zo goed doet. Het leven is lichter. De donkere wolk is weg en ik voel me honderd, nee tweehonderd kilo lichter. Ik ben zó dankbaar dat ik mijn kind voor een heel groot deel weer terugheb.” Dave: “Het is lastig en confronterend om te horen wat dit alle-maal met mijn moeder heeft gedaan, maar het kan me ook weer helpen. En ik realiseer me dat mijn moeder over twee verschillende dingen praat: over de verslaving en de persoon.” Monique: “Ondanks alles heeft dit me ook iets gebracht. Ons contact is mooier, gelijkwaardiger. Dit voelt heel speciaal. Maar gaat het mis, dan gaat de deur weer dicht.” Dave: “Dat begrijp ik. Ik heb een heel lieve familie, maar ik moet het zelf doen. Ik zal er alles aan doen om die rotzooi niet meer aan te raken, maar het wordt een levenslange strijd. Gelukkig begint mijn lichaam weer endorfines aan te maken, ik vóel weer. Zo’n dag als vandaag, lekker met mijn moeder op stap, daaruit haal ik kracht. Dat dit weer kan, is een groot cadeau.” ■

  • Styling: Maartje Bodt. Haar en make-up: Wilma Scholte en Tirzah Waasdorp. M.m.v. Diesel (witte gympen), Fabienne Chapot via Vondel Amsterdam (blauwe jurk), Hoff (zwarte gympen), Ivy Lee (witte laarsjes), Mango (bruine broek), Sacha (witte sneakers), Samsoe & Samsoe via Vondel Amsterdam (paars pak), Scotch & Soda (witte bloes, gele broek), Set (gebatikt shirt), Vitra (stoelen), Zara (witte en lila bloes, kettingen, sandalen, T-shirt, hemd, sokken, beige en paarse jeans)
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden