null Beeld

Column

Wieke: “‘Dat kan jij niet hebben met die forse bovenbenen’, vond mijn moeder”

Ze is getrouwd met Rob, heeft drie volwassen kinderen en zeven kleinkinderen. Wieke woonde in bijna alle Nederlandse provincies én in Zambia, maar heeft nu haar hart verpand aan Noordwijk. Ze houdt van LLL: leven, lachen en laat-toch-waaien. En eigenlijk is er nog een vierde L, namelijk die van Libelle-lezeressen. Dit keer schrijft Wieke over haar liefde voor kleding naaien, die ze van huis uit heeft meegekregen. Al hadden zij en haar moeder wel een heel andere smaak.

Toen mijn ouders net getrouwd waren, verdiende mijn moeder wat bij met kleding naaien. Ze maakte zelfs een broek voor mijn vader. Die zat hem niet helemaal als gegoten, want het verhaal ging dat die broek bij een sollicitatie ernstig dreigde af te zakken (knopen sprongen van de band), zodat hij snel zijn handen in zijn zakken moest steken om de boel overeind te houden. Een fatale houding als je met z’n tienen solliciteert op een baan en daarna de commissie ook nog een hand moet geven. Met je andere hand in je zak.

Forse bovenbenen

Maar mijn moeder nam les bij een coupeuse. Daar bleef ze wel veertig jaar. Als ze een mantelpak nodig had, maakte ze dat zelf en je zag niet dat het niet uit een chique winkel kwam. Voor mijn zus en mij naaide ze schattige jurkjes, waarmee we best blij waren. Totdat Mary Quant de minirok introduceerde. ‘Dat kan jij niet hebben met die forse bovenbenen’, vond mijn moeder. En bedankt. Ik rolde, onderweg naar school, de band van de rokken op tot een aanvaardbare lengte, en om de jurken ging een ceintuur, zodat ik het lijfje kon laten overbloezen.

Vijftien centimeter korter

In 1966 vertrok ik als au pair naar Frankrijk. In het mondaine Parijs zag ik al op dag één dat ik straal voor gek zou lopen met mijn lijzig lange rokken en jurken. Het eerste wat ik daar deed, was een schaar, naald en draad vragen aan mijn ‘madame’, wat nog een gedoe was in het Frans. Ik knipte die eerste week van al mijn rokken minstens vijftien centimeter af en sloeg de zomen ruim om. Met de voorspelbare woede van mijn moeder, als ze na mijn terugkomst haar geamputeerde creaties zou zien, zou ik later wel dealen. De brug pas over als je er vóór staat, was toen al mijn motto.

Moeders doet het netter

Dat naaien kreeg ik toch mee. Ook ik ging naar naailes, bij Suze Huntelaar, de juf van mijn moeder. Ik vond het zowaar leuk. Ritsen er blind inzetten, onzichtbaar zomen, ik leerde het allemaal. Mijn valkuil was: het moet snel klaar zijn, want ik wil het gisteren aan… Dus werkte ik slordig en moest ik alles los tornen van juf Suze. ‘Je moeder doet het netter!’, zei ze dan. Ja, hallo, die deed álles netter. Zo irritant. Maar een en ander beklijfde toch.

Kleindochters

Ik naaide de leukste jurkjes voor mijn dochter, totdat zij in groep zeven op schoolkamp ging. De jurkjes gingen uit en de spijkerbroeken voorgoed aan. Later, dacht ik, misschien krijg ik ooit kleindochters en kan ik me uitleven. Drie heb ik er nu. De twee pubers kopen zelf hun kleren: lekker veel zwart, de rokjes zijn kort, de shirts strak. Hun overgrootmoeder zou een rolberoerte krijgen. Maar wat staat alles ze goed. De jongste van bijna drie krijgt zulke schattige kleertjes van haar Duitse oma, dat het water naar de zee dragen zou zijn. Wat moest ik nu met mijn creatieve driften en vrolijke, Zambiaanse lappen? Ze giechelen altijd uitdagend naar me als ik de kast open doe. Nu ben ik los op vlaggetjesslingers. Wie jarig is, krijgt van mij een slinger van minstens acht meter lang. Enorm duurzaam. En lekker snel klaar. Wel oppassen dat mensen niet gaan denken: o jee! Duiken! Niet opendoen! Daar heb je háár weer met die eeuwige slinger!

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden