null Beeld

Column

Wieke: “Geef een dier een naam en het gaat bij je horen, zo werkt dat. Ook als het een slak is”

Wieke Biesheuvel

Wat zou er in dat slijmerige koppie zijn omgegaan? ‘Ik ga me verstoppen, want dan haalt ze me vast wel binnen!’?

Ik heb het over het slakje dat vanochtend op mijn pannenkoekplant zat, lekker rustig op een blad. Het zou zomaar een Mookse slak kunnen zijn. Vlak voor de verhuizing had ik alle planten buiten gezet, en in Noordwijk moesten ze ook zolang in de tuin blijven, aangezien het binnen nog een gigantische chaos was, waarin elke plant acuut zou overlijden. In onze Noordwijkse tuin staan geen planten van enige betekenis, dus dat slakje komt uit Mook. Totaal ontheemd.

Barre tocht

Vlak voor het ging vriezen haalde ik de planten, die hier het zeeklimaat hadden overleefd, naar binnen. De grote jongens hadden het al opgegeven. Maar het pannenkoekplantje, de citroengeranium en het kindje-op-moeders-schoot leefden nog. Precies mijn drie lievelingen. Nu staan ze samen op de vensterbank in de keuken. Ze hebben er zin in en groeien als gekken.

En nou dat slakje. Ach jee. Als ik hem optil, zit er een gaatje in het blad waarop hij zat. Hij moet natuurlijk ook eten. Met nog een hele winter voor de boeg, kan ik hem niet buiten de deur zetten. Dat zou wel een heel gemene pushback zijn, na de barre tocht in een verhuiswagen, maandenlang in de kou in een vreemd dorp en dan zou ik hem weer terug de winter ingooien? Kan echt niet.

Slimy de slak

‘Weet je dat er een slak op je plant zit?’ meldt Rob en heeft zijn pincetgreep al in de aanslag om het diertje te verwijderen. ‘Blijf af!’ roep ik. ‘Ik wil hem houden.’ Er volgt een college over hoe planten altijd het onderspit zullen delven als je slakken de vrije hand geeft en hoe stom dat is van mij, als plantenverzorgster.

Ik had mijn slakje al een naam gegeven: Slimy. Geef een dier een naam en het gaat bij je horen, zo werkt dat. Als het straks lente wordt, en hij zou alle pannenkoekplantblaadjes opgegeten hebben, dan heeft hij bij mij een mooie winter gehad. We hebben een haag vol klimop, dus daar mag hij straks een onderkomen zoeken. Ondertussen – regeren is vooruitzien – haal ik vast een paar stekjes van de plant weg, voor als Slimy op kamers gaat.

Gezelligheid

Rob schudt zijn hoofd en zegt dat het nogal bizar is, om een slak in huis te gedogen en vraagt of hij zich zorgen over mij moet maken. “Straks zit de hele vensterbank onder.” Maar er is geen andere slak in de buurt, dus hoe zou Slimy zich moeten voortplanten? Rob zegt dat hij dat misschien wel zelf kan, als het een hermafrodiet is. Dat zien we dan wel weer.

Ik vertel Slimy over de joekel van een slak die ik in Zambia had: zo groot als mijn hand. Altijd na de regentijd wemelde het van de slakken. Slimy is een peutertje, vergeleken bij de reuzenslakken in onze Zambiaanse tuin. Zij zorgden wel voor zichzelf. Slimy heeft niemand. Dus hij blijft.

Je hebt er geen kind aan: zeurt niet, kruipt af en toe op een ander blaadje en het is duidelijk dat hij het leuk vindt bij mij. En wat heb ik er een enorme gezelligheid aan! Wij communiceren geluidloos. Hij dan, ik klets hem de voelsprieten van zijn kop. Ik voel hem heel goed aan. Je moet toch wat als je man niks terugzegt?

Wieke Biesheuvel is getrouwd met Rob, heeft drie volwassen kinderen en zeven kleinkinderen. Wieke woonde in bijna alle Nederlandse provincies én in Zambia, maar heeft nu haar hart verpand aan Noordwijk. Ze houdt van LLL: leven, lachen en laat-toch-waaien. En eigenlijk is er nog een vierde L, namelijk die van Libelle-lezeressen.

De slak in kwestie Beeld Gemaakt door Wieke
De slak in kwestieBeeld Gemaakt door Wieke
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden