null Beeld

PREMIUMColumn

Wieke: “Ik gebruik ook plakbriefjes om dingen te onthouden, net als die Hendrik Groen”

Wieke Biesheuvel

Ze is getrouwd met Rob, heeft drie volwassen kinderen en zeven kleinkinderen. Wieke woonde in bijna alle Nederlandse provincies én in Zambia, maar heeft nu haar hart verpand aan Noordwijk. Ze houdt van LLL: leven, lachen en laat-toch-waaien. En eigenlijk is er nog een vierde L, namelijk die van Libelle-lezeressen. Dit keer schrijft ze over vergeetachtigheid.

Doe dit vooral niet: Hendrik Groens Opgewekt naar de eindstreep lezen voordat je gaat slapen. Een geweldig boek, maar als ik nu deze stomme dag evalueer, sluit ik niet uit dat Hendriks snel toenemende vergeetachtigheid besmettelijk is.

Verloren voorwerpen

Ayse komt. Zij is onze nieuwe hulp en ik moet haar ernstig te vriend houden, nu het in huis nog een bende is. Onze Klusser komt vandaag ook. Klusser met een Hoofdletter, want hij is hartstikke goed. Zó goed, dat hij zelfs de mandarijnen uit hun netje haalt en ze liefdevol – een ander woord is er niet - in de fruitschaal neervlijt. Hij roept nog net niet ‘Order, order!’ Het is een komen en gaan van nog meer manvolk. De stukadoor zoekt zijn trui, die hij vorige week hier heeft laten liggen. Of ik weet waar die is? Hoezo moet ik dat weten? De dakdekkers lopen heen en weer door ons huis, want ze zijn een brandertje kwijt. Rob: “Wieke, weet jij waar je dat brandertje gelaten hebt?” Waarom zou ik in vredesnaam iets willen met HUN brandertje? Moeilijke toetjes flamberen? Rob mag blij zijn als er soms een bakje yoghurt is. Ayse maakt de trap schoon en ze vindt het niet leuk dat er steeds mannen door haar werk lopen. NEE, ik weet niet waar die trui is, NEE, ik weet niet waar dat brandertje is. Had ik er maar eentje, dan joeg ik al die kerels ermee het huis uit.

Paniek om niks

Ik heb geen contanten en ik moet Ayse straks betalen. Naar de pinautomaat bij de Lidl. Meteen even eten halen. Ik reken af. Kom ik buiten, is mijn auto weg. Niet echt weg, maar wáár heb ik hem geparkeerd? Pas na tien minuten vind ik hem. Eenmaal thuis kan ik niet parkeren, want er staan al vier auto’s. Noordwijk voert een streng parkeerbeleid. Zomaar ergens gratis je auto neerzetten is onmogelijk, maar ik heb toch een plekje gevonden. Waar? Zeg ik niet. Thuis wil ik Ayse betalen, maar zie ik mijn tas niet. Wáár heb ik die gelaten? In de auto? Ik loop erheen. Geen tas. En alles wat me heilig is zit er in. Knoop in mijn maag. Bij de Lidl laten liggen? Bellen, met Robs telefoon. Nee, niets gevonden. Gestolen? Het zweet breekt me uit, en overal waar ik zoek, kom ik chagrijnige dakdekkers en de minstens zo chagrijnige stukadoor tegen, nog steeds op jacht naar hun verloren voorwerpen. Ayse staat buiten te gassen, want ze moet naar haar volgende adres. Daar is Klusser, met een gemene grijns op zijn gezicht: “Zoek je dit?” Mijn tas. Stond in de wc. Gauw Ayse betalen. Eindelijk, tegen half zes is iedereen opgehoepeld en kunnen we aan de wijn. Dan slaan de vlammen me uit: o jee, ik heb Ayse niet betaald! “Hállo!”, zegt Rob, “dat heb je allang gedaan, denk even aan jouw enorme theater van vanochtend!” Trui en brandertje nog steeds zoek trouwens.

Plakbriefjes

Hendrik Groen had gekleurde plakbriefjes, waar hij dingen op schreef die hij wilde onthouden. Nu hangen ze hier ook: ‘cadeau Maud in bruine kast’. ‘Pipo van de gemeente bellen over kapotte kliko’. ‘Afstandsbediening tv in bestekla’. Dit omdat kleinzoon (9 maanden) ermee aan het buikschuiven was en er een prooi in zag. En deze, de allerbelangrijkste: ‘tas ALTIJD bovenop garderobekast’. Behalve als hij ergens anders staat, natuurlijk.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden