Wieke Biesheuvel Beeld Libelle
Wieke BiesheuvelBeeld Libelle

Wieke: “Mijn schoonvader was, net als zijn horloge, van goud”

Ze is getrouwd met Rob, heeft drie volwassen kinderen en zeven kleinkinderen. Wieke woonde in bijna alle Nederlandse provincies én in Zambia, maar heeft nu haar hart verpand aan Noordwijk. Ze houdt van LLL: leven, lachen en laat-toch-waaien. En eigenlijk is er nog een vierde L, namelijk die van Libelle-lezeressen.

Column

“Wat ouderwets!” zegt het meisje dat mijn nagels doet. Voor het eerst van mijn leven zit ik in een nagelstudio. Hard nodig. Het gras groeit er nog net niet onder vandaan. Niet mijn nagels vindt ze ouderwets, maar mijn horloge.

Horloge

Dat horloge was ooit van mijn schoonvader en je moet het opwinden. Rob draagt het niet, dus het lag maar te verpieteren in een kistje, zielig in het donker. Al begraven terwijl je nog leeft, zoiets. ‘Mag ik het dragen?’ vraag ik Rob. Natuurlijk mag dat, zegt hij, omdat de helft van dat horloge toch al van mij is. Dat zeggen wij bij alles, omdat we in gemeenschap van goederen zijn getrouwd: “De helft is van mij!” Heel praktisch, dan krijg je nooit gelazer.

Verwijfd

Het is een schitterend horloge, met een gouden band. Een cadeau van mijn schoonmoeder aan haar man toen ze 25 jaar getrouwd waren. “Eigenlijk wel een beetje verwijfd”, vindt Rob, als hij het horloge nog eens goed bekijkt. We schieten tegelijk in de lach. Zijn vader was gesteld op een onberispelijk uiterlijk. Ik heb misschien één keer meegemaakt dat hij een trui droeg, meestal zat hij om half zes ’s morgens al keurig in een pak (door hem kostuum genoemd) met stropdas aan de thee, met zijn krant.

Schrijdend in peignoir

“Die knalblauwe peignoir!” herinner ik me. Na het overlijden van mijn schoonmoeder gingen wij met Robs vader op vakantie naar Zuid-Frankrijk. Onze kinderen, toen 4 en 3, vonden het prachtig. Op de eerste ochtend gingen we naar het strand, maar eerst wilde schoonpapa naar de bank. Nu dacht hij, dat het, net als in de jaren twintig, normaal was om in een badjas over straat te gaan. Niet zomaar in je korte broek, dat kon echt niet. Dus hulde hij zich in de enkellange, blauwe, velours peignoir, afgezet met goud galon. “Pap, niemand op deze hele boulevard draagt een badjas”, zei ik nog. Hij wees me meteen terecht: “Badjas? Dit is een peignoir, Wieke! Die mensen hier weten allang niet meer hoe het hoort!” In een peignoir van deze blauw met gouden allure loopt een mens niet, maar schrijdt. En dat deed hij. “Waarom heeft opa een jurk aan?” vroeg ons zoontje. We raakten gewend aan de peignoir, want hij deed hem ook aan naar de Intermarché. Dat iedereen hem met opgetrokken wenkbrauwen verbaasd, of giechelig nakeek, stoorde hem totaal niet.

Schoonvader van goud

Mijn schoonvader was, net als zijn horloge, ook van goud. Nooit te beroerd om op onze kinderen te passen als ik ziek was, of als wij even een paar dagen samen weg wilden. Hij kwam bij ons in huis, leerde de kinderen spinazie eten, bulderde ze op tijd hun bed in, tenniste met mijn vriendinnen en reed ook nog even de glazen deur van de autowasstraat aan gruzelementen. Samen met onze jongste zoon, die dat een geweldig avontuur vond.

Andere blik

Ondertussen draag ik met veel genoegen zijn gouden horloge. Elke ochtend wind ik het op, met 20 slagjes, en dan denk ik aan hem. Altijd trouw aan zijn opvattingen over fatsoen en eerlijkheid en altijd lekker zichzelf. Ik vertelde dit verhaal aan het meisje van de nagelstudio. Haar reactie? “Dan kijk je tóch een beetje anders tegen zoiets ouderwets aan!”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden