Zorgenzoon 49 Beeld Libelle
Zorgenzoon 49Beeld Libelle

Zorgenzoon 65: “Zo is het dus als een kind ineens uit huis gaat. Een diepe leegte”

Wegens gedragsproblemen wordt Lars in 2018 uit huis geplaatst. Anderhalf jaar lang woont hij in een instelling. Hij loopt zes keer weg, uiteindelijk definitief. Hij belandt bij Begeleid Wonen, komt diverse malen met de politie in aanraking, krijgt stapels boetes. Op geen enkele school houdt hij het uit. In november 2020 gaat Lars definitief thuis wonen, bij zijn moeder en zusje. Afgelopen zomer verhuisden ze met zijn drieën naar een nieuwbouwhuis. Na een week houdt Lars (inmiddels 19) het daar voor gezien. Hij vertrekt naar zijn vader.

Een huis zonder Lars is een totaal andere wereld. Geen gestamp op de trap meer, geen geschreeuw, geen urenlang douchen, geen snoeiharde rapmuziek en niet meer overal etensresten. Het is opvallend stil. Bente is een rustig meisje, die veel op haar kamer zit, met haar koptelefoon op. Hoewel ik haar herriemakende broer enorm mis, hangt er een soort serene rust.

Survivallen

Ik merk nu pas hoe moe ik ben. Van de verhuizing, van het vier jaar lang survivallen met twee opstandige pubers. Van het voortdurend op scherp staan. Bij iedere sirene van een politieauto dacht ik: als ze Lars maar niet zoeken. Merkwaardig toch, wat een geconditioneerd gedrag je ongemerkt ontwikkelt. Nu hoor ik nog steeds elke dag wel een sirene, maar omdat Lars bij zijn vader woont aan de andere kant van de stad, weet ik zeker dat de sirene hier niet voor hem gilt.

Ik ben veel alleen thuis. Bente is met een vriendin naar Albufeira. Mijn eigen vriendinnen zijn met vakantie. Ik zit thuis aan tafel. Kijk naar buiten, naar de zon die elke dag weer ander licht in het water tovert. En ik werk. Tussendoor ga ik af en toe even zwemmen in het water voor de deur.

Leegte

Zo is het dus als een kind ineens uit huis gaat. Een diepe leegte. Veel herinneringen trekken voorbij. Hoe een kleine Lars altijd in bomen wilde klimmen. En ik eronder stond, klaar om hem op te vangen. Hoeveel hij van dieren hield. Hoe hard hij voetbalde op het schoolplein. Hoe hij geloofde in Harry Potter. Hoe hij alles zelf wilde doen op school, zonder hulp. Maar dat toch niet kon. Hoe hij later zat te blowen achter het huis, met vrienden. Nachten wegbleef. Hoe hij overhoop lag met de wereld.

Ik denk aan hoe ik iedere week naar de instelling reed. Hoe Lars daar rondslofte, met sokken in badslippers, zijn haar gemillimeterd. Hoe het was toen hij was weggelopen en naast me lag in het grote tweepersoonsbed. Hoe hij keek toen hij in de rechtszaal stond. Hoe het voelde toen hij na een zitting in het busje van de Justitiële Inrichtingen langs mij reed. Hoe boos hij was toen ik hem afzette bij zijn eerste Begeleid Wonen adres. “Ik wil hier niet wonen, ik wil thuis wonen, bij jou,” zei hij chagrijnig. Dat gebeurde uiteindelijk in november 2020.

En nu is-ie weg. Om te kijken hoe het is om weer te wonen in het huis waar het ooit allemaal begon.

Buikpijn

Omdat Lars nog wel bij mij staat ingeschreven, krijg ik zijn post. Nog steeds stromen er bekeuringen binnen. Brieven van de verzekering, het Openbaar Ministerie. Ik verzamel ze en breng ze eens in de zoveel tijd langs op het adres waar we met zijn vieren woonden. Ik tref Lars daar nooit. Hij zit weer op school, op de havo sinds kort. Ik bewonder hem om zijn doorzettingsvermogen. Voor de achtste keer naar een nieuwe middelbare school.

Af en toe komt hij nog bij me langs. Ik hoor hem vaak niet binnenkomen. Dan staat hij ineens in de keuken. “Hoi ma.” Hij komt een schoon T-shirt halen. Iets te eten. Lang blijft hij nooit. Heel soms komt hij ‘s nachts binnen. Omdat hij ‘in de buurt was’. Een keer belde hij me op een zaterdag middenin de nacht op. “Ik ben ziek, ik heb zo’n buikpijn, mag ik komen?” “Altijd,” antwoordde ik. Er kwam een doodzieke Lars. Hij schreeuwt van de pijn. Huilde een beetje. Uiteindelijk kwam hij tot rust en ging in bed liggen. Ik ging schuin naast hem zitten en aaide over zijn hoofd. Tot hij in slaap viel.

Negentien

Aan het einde van de zomer is hij jarig. Negentien wordt hij. Het is een stralende dag. Zoals altijd op zijn verjaardag. Hij komt ‘s middags op mijn verzoek langs; helemaal in het wit gekleed. Zijn haren netjes. Samen met Bente gaan we lunchen in het hotel vlakbij. Ze zeggen niet veel, mijn kinderen. We kijken samen naar het water wat zachtjes tegen de steiger slaat. Eten een taartje. Na een uurtje houdt Lars het voor gezien. “Ik ga ma.” “Goed jongen,” antwoord ik en geef hem een dikke knuffel. Ik kijk hem na als hij wegloopt. Met grote stappen, waarbij hij zijn benen een beetje naar buiten draait. Zijn hoofd is opgeheven. “Veel plezier nog vandaag!” roep ik hem na.

Luister naar je hart

Van een vriendin krijg ik een boekje The power of the heart. Met gedachten en inzichten van spirituele denkers, schrijvers en wetenschappers van dit moment. Leef je het leven dat je zou willen? staat er op de bovenflap. ‘Als je leert naar je hart te luisteren, kom je een eind. Geef je droom een kans. Je zult er geen spijt van krijgen. Ik zeg niet dat het pijnloos zal zijn. Ik zeg ook niet dat je geen tegenslag zult ervaren. Ik zeg alleen dat je er geen spijt van zult krijgen,’ filosofeert Paul Coelho ergens binnenin.

Ik heb geen spijt. Ik had ook geen droom. Ik heb naar mijn hart geluisterd.

Gelukkig is er altijd weer een nieuwe bocht in de rivier.

Over Zorgenzoon:

Lars (19) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem. Dit was de laatste aflevering van deze serie.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden