Zorgenzoon - deel 43: “Wat moet ik met mijn leven? Ik heb alles verprutst” Beeld Gettyimages
Zorgenzoon - deel 43: “Wat moet ik met mijn leven? Ik heb alles verprutst”Beeld Gettyimages

Zorgenzoon - deel 43: “Wat moet ik met mijn leven? Ik heb alles verprutst”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Nadat hij een paar maanden bij een begeleid wonen groep heeft gewoond, krijgt hij voor zijn achttiende verjaardag een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Dan wordt hij gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Na een spannend weekend wordt hij vrijgelaten. Zijn flatje moet hij uit, hij krijgt er een hotelstudio buiten de stad voor in de plaats.

De hotelstudio van Lars ligt vlakbij een idyllisch watertje. In een woonwijk in een dorp buiten Amsterdam. Ik rijd met Lars en een paar tassen kleding en schoenen vanuit ons huis naar zijn nieuwe onderkomen. Binnenkomen mag ik helaas niet, ik moet buiten in de auto wachten. Hij stapt uit en draagt de tassen naar binnen. Ik staar naar een kolonie ganzen die luid gakkend over het grasveld tegenover het hotel paradeert. “Kutbeesten”, vindt Lars.

Big Mac

Beng! Het portier slaat met een klap dicht. Lars zit weer naast me, met een andere broek en andere schoenen aan. “Ik heb honger,” zegt hij met bozige stem. Vanuit mijn ooghoeken werp ik een blik op hem. Hij ziet er donker en ongelukkig uit. “Ik ben een ezel,” zegt hij ineens uit het niets. “Ik heb de verkeerde mensen vertrouwd. Godverdomme.” Hij is woedend nu en slaat met zijn vlakke hand op het dashboard. “Rustig aan”, probeer ik met kalmerende stem. Ik herinner me die keer, twee jaar terug, hij woonde toen nog in de instelling, dat hij ook naast me in de auto zat en boos werd. Zijn voet, die hij toen op het dashboard had gelegd, schopte tegen het raam. Er schoot direct een grote barst in. Maar gelukkig gebeurt dat nu niet. “Houd je mond”, zegt hij tegen mij. “Niet praten.” Ik koers richting McDonalds, daar knapt hij meestal wel van op. Terwijl Lars een Big Mac menu naar binnen werkt en ik van een cappuccino nip, rijden we terug naar huis. Behalve zijn gesmak is het verder stil.

Tranen

Een week later. Ik heb een wandelafspraak met vriendinnen. Iets doen in de buitenlucht is de enige manier om elkaar te blijven zien. Lars is al de hele morgen onrustig. Hij ijsbeert door de kamer, loopt de trap op en af. Ik houd hem scherp in de gaten. Meestal komt er dan iets. Vlak voor ik de deur uit moet om naar de afgesproken plek te fietsen, gaat Lars ineens los. “Ik weet het niet meer ma”, zegt hij. “Wat moet ik met mijn leven? Ik heb alles verprutst. Iedereen is tegen mij.” Hij kijkt me wanhopig aan. Tranen staan in zijn ogen. My goodness, ik heb hem jaren niet zien huilen. Wat moet ik doen? Mijn wandelafspraak afzeggen? Ik bel mijn vriendinnen om te zeggen dat ik wat later ben omdat ik even na moet denken. “Geeft niets, we snappen het als je niet mee wilt”, zeggen ze. Ik had me verheugd op de wandeling, even lekker eruit met de wind door mijn hoofd. “Lieverd, zal ik thuisblijven bij jou?” bied ik Lars aan. Hij haalt zijn schouders op. “Nee, dat hoeft niet”, zegt hij met een dunne stem. Ik heb zin om mijn armen om hem heen te slaan en hem te wiegen. Net als vroeger. Maar hij wil niet dat ik bij hem kom zitten. “Ma, niet doen!” zegt hij en duwt me weg. Om erop te laten volgen: “Ga gewoon.” Ik twijfel. Al weet ik dat als ik thuis blijf, hij met een half uur de deur uitgaat. En dan zit ik gewoon te zitten. Ik trek mijn jas uit en sla de deur achter me dicht.

De wandeling is heerlijk, we lopen door het natuurgebied Meijendel, in de duinen bij Wassenaar. Het is er prachtig. Wolken vliegen boven onze hoofden. De route meandert door de duinen. We kijken een poosje uit over zee. Het zilveren water glinstert, meeuwen krijsen. Mijn vriendinnen babbelen honderduit. Ik probeer gezellig mee te doen. Maar moet toch steeds aan Lars denken. Zo ongelukkig en zoekend. Wanneer vindt hij nou toch de weg?

Schoolboeken

Lars heeft toetsweken op zijn nieuwe school. Die in dezelfde straat zit als zijn oude middelbare, waar hij als twaalfjarig mannetje is begonnen. Maar na drie jaar wegens wangedrag helaas van af gestuurd werd. Dus in drie jaar tijd is hij zo’n driehonderd meter opgeschoven met zijn school. En twee niveaus naar beneden gezakt, van het vwo naar de mavo. Dat maakt mij niets uit. Als hij maar een diploma haalt, dan kan hij in ieder geval verder. Maar als je drie jaar uit het schoolritme bent, is het wel weer even wennen. De discipline van het leren is hij kwijt. En op zijn nieuwe stek lukt het ook niet goed met huiswerk maken. Hij mist steeds een deel van zijn schoolboeken. De ene helft ligt in zijn hotelkamer, de andere helft ligt bij mij thuis. “Mag ik bij jou leren?” vraagt hij me op een dag. “Dat is goed”, zeg ik hem. En daar zit hij dan, aan tafel tegenover mij en mijn laptop. Het is een bijzonder gevoel, de jongen die ik twee jaar lang nauwelijks gezien heb, die zat opgeborgen in een instelling, zit hier in mijn huis. Boven een paar schoolboeken. Ernaast liggen schriften met aantekeningen. Hij lijkt zowaar serieus bezig. Tussen het typen door, gluur ik af en toe naar hem. Zijn korte opgeschoren blonde haar. Zijn mooie ogen. Zijn volle mond. Het gezicht dat ik zo goed ken. En zo liefheb. Zijn blik dwaalt voortdurend naar zijn telefoon, dat voor hem op tafel ligt. Het minste of geringste appje, snapje of piepje trekt hem vanuit zijn boeken naar het scherm. Langer dan 20 minuten duurt het studeren niet. De concentratie is op. “Ma, ik ga”, zegt hij. En foetsie is hij weer.

Ondertoezichtstelling opgeheven

Voor Bente is er trouwens goed nieuws. Vanuit de Raad van Kinderbescherming komt er een mail met de conclusie dat het eerdere verzoek om verlenging van de Ondertoezichtstelling voor een half jaar, is afgewezen door de kinderrechter. Omdat het goed gaat op school; ze spijbelt nooit meer, gaat eens per week bij haar oom huiswerk maken en eten en gaat ook regelmatig met haar vader mee naar zijn boerderij in Twente. Jeugdzorg blijft nog wel verbonden aan ons gezin, om een oogje in het zeil te houden. Waarschijnlijk om te bekijken of ik de boel wel aan kan en of de besognes rondom Lars, de ontwikkeling van zijn zusje niet tegenhouden. Ik ben blij en trots op Bente. Ze heeft zich toch maar mooi door alle drama’s heen weten te laveren. Straks heeft ze haar diploma nog eerder dan haar broer…

Volgend week: Wordt Lars fotomodel?

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Beeld: Getty Images.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden