Zorgenzoon - deel 46:
Zorgenzoon - deel 46: "Hij denkt dat corona een verzinsel is en dat de overheid ons klein houdt"Beeld Getty Images

Zorgenzoon - deel 46: "Hij denkt dat corona een verzinsel is en dat de overheid ons klein houdt”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Nadat hij een paar maanden bij een begeleid wonen groep heeft gewoond, krijgt hij voor zijn achttiende verjaardag een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Dan wordt hij gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Na een spannend weekend wordt hij vrijgelaten. Zijn flatje moet hij uit, hij krijgt er een hotelstudio buiten de stad voor in de plaats. Omdat zijn school dichterbij zijn moeder is dan bij zijn studio, komt hij weer thuis wonen.

De douche is de beste vriend van Lars. Het warme water zorgt ervoor dat hij ontspant. Het plenst op zijn hoofd, laat zijn warrige gedachten en eventueel dubieuze wandaden door het afvoerputje wegvloeien. Een douchebeurt duurt vaak ruim 30 minuten. Dat dat slecht is voor het milieu, mij heel veel geld kost en het schimmelvorming in de hand werkt, interesseert hem niet. Regelmatig doucht hij drie keer per dag. Bij voorkeur begeleid door heftige Nederlandstalige rapsongs die uit zijn muziekbox schallen. Zijn telefoon ligt daarbij binnen handbereik.

Tijdens het douchen komt hij regelmatig uit de douche om een ander muziekje op te zetten, te kijken of hij nog geappt of gesnapt is of, als de telefoon afgaat, deze op te nemen met kletsnatte handen. Daarbij laat hij de douchedeur dan een beetje open staan zodat de vloer iedere keer blank staat. Ook gebruikt hij dagelijks minstens twee handdoeken. Om ze vervolgens na afloop allemaal op de grond te smijten. Mijn wasmachine maakt overuren sinds hij thuis woont.

Overbuurman

Schuin links tegenover ons in het smalle straatje, woont overbuurman Hendrik. Ik gok dat hij net 70+ is. Hij woont alleen. Zijn vrouw is dement en verblijft in een verzorgingstehuis. Drie keer per week fietst hij naar zijn geliefde, met iets lekkers in de fietstassen. “Ach, die arme schat, die snapt er niks meer van. Maar ik laat ‘r niet in de steek.” Met een onvervalst Amsterdams accent toont hij een gebit waarvan er halverwege de tandenrij een serie ontbreekt. Het schijnt dat hij ooit portier was op een van de toeristische lokdozen op de Wallen. Mensen naar binnen kletsen, er weer uitsmijten als ze zich niet gedroegen. Geliefd en gevreesd tegelijkertijd. Nog altijd is het een stoere charismatische man die vanuit zijn hoekpand een schuin oogje in het buurtzeil houdt.

Verkeerde vrienden

“Hi schatje, hoe is het dan?” roept hij naar iedereen die hij ziet wanneer hij zijn deur in of uit gaat. Ook mij valt deze betiteling regelmatig de beurt. Het zal zijn imposante en licht dwingende verschijning zijn, die maakt dat ik de behoefte voel verantwoording af te leggen over de gang van zaken aan mijn kant van de straat. Over de troepen jonge scooteraars bij mij voor de deur, denkt hij al lang het zijne. “Die jongen van jou, das een kanjer, maar hij hep verkeerde vrienden”, zegt hij mij een keer ongevraagd. Om er direct op te laten volgen: “Ja, ik zie ze wel staan hoor, die gassies, hier onder mijn raam. En dan maak ik altijd deze beweging.” Hij haalt met zijn hand een snijgebaar over zijn keel. “Haha, je moet ze eens zien kijken. Weten zij veel wie ik ben.” Hendrik vertelt me ook dat hij tegen de jongens zegt “dat ze tering rustig met zijn overbuurjongen moeten doen, anders weet hij ze te vinden.” Hij ontsteekt in een brede lach waarbij zijn halflege gebit ontbloot wordt. Ik ben heel erg dankbaar voor deze buurtburgemeester.

Ongeleide puber projectielen

Ondertussen woekert corona voort. Na een versoepeling in de zomermaanden, is de lockdown nu weer stevig neergedaald. Het einde van de pandemie lijkt nog lang niet in zicht. Maar er zijn berichten over de vorderingen rondom de lancering van een vaccin. Over een maand is het Kerstmis. Een familie-etentje met oma en de kleinkinderen zit er niet in helaas. Er zit niets anders op; zeker niet omdat Lars zich totaal niet houdt aan corona spelregels en te pas en te onpas bij mij naar binnen en naar buiten hopst. Ik vraag me af of Minister De Jonge zich ooit heeft afgevraagd hoe je ongeleide puber projectielen binnenshuis houdt. Mijn kinderen houden zich in ieder geval niet aan de sociale vrienden-regels.

Verzinsel

“Belachelijk dat iemand anders voor mij bepaalt of ik naar buiten mag of niet”, briest Lars. Hij houdt er verder ook merkwaardige denkbeelden op na. De overheid houdt ons klein, de politie zijn nazi’s en corona is een verzinsel. Hoewel het me irriteert dat mijn eigen kind zo denkt, kan ik me wel voorstellen dat hij anders denkt. Anderhalf jaar in een instelling zitten waar gevangenisregels de norm zijn doet wat met je hoofd. Hij is abnormaal, dus moest hij bij gelijksoortigen wonen. Maar in plaats van passende hulp te krijgen, is hij gestraft voor het feit dat hij ‘niet normaal’ is.

(Ab)normaal

Ik kan me herinneren dat toen Harm en ik nog bij elkaar waren, wij wanhopig tegen hem schreeuwden: ‘Stop met je gedoe. Doe nou eens normaal!’ en tegen elkaar zeiden: ‘Dit is toch niet normaal?’. Nu denk ik: Hoe konden we. Van een hypersensitief kind met concentratieproblemen normaal gedrag verwachten. Lars is zoals hij is. Bovendien: Er zijn honderdduizenden mensen niet normaal. En wie of wat is eigenlijk normaal? Het oude normaal van voor corona is al helemaal niet meer normaal. Daar moeten we niet meer naar toe willen.

Wapenbezit

Maar hoe onconventioneel je ook denkt, je moet je wel aan de wet houden. Openlijke geweldpleging is verboden, evenals stelen, helen of het verstoren van de openbare orde. Wapenbezit zonder vergunning is gelukkig al helemaal verboden. Sinds Lars twee maanden is aangehouden met zijn vlindermes, moet hij nog meer op zijn tellen passen. De reclassering vraagt regelmatig aan mij hoe het gaat. Tsja, wat zullen we zeggen? Niet goed en niet slecht, antwoord ik meestal naar waarheid.

Spiekbrieven

Hij is vrij uithuizig en vagig, leert een beetje voor sommige tentamens. Is het moment van tentaminering daar, dan verschanst hij zich achter mijn laptop met aan weerskanten tig spiekbrieven. Gezeten op de bank in het raam, presteert hij het om de camera van zijn telefoon zo te plaatsen, dat hij en de laptop zichtbaar zijn voor de docent, maar de spiekbrieven en studieboeken niet. Die heeft hij gewoon net naast zich op de bank liggen, precies schuin onder zijn telefoon. Ik verwacht steeds dat hij door de mand valt. Maar ik hoor er nooit iets over. Ogenschijnlijk doet hij wat hij moet doen. Een hele normale, abnormale, slimme puber.

Volgende keer: Het doolhof van Lars

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden