Zoek binnen:

Sylvia Witteman: “De kapotte wasmachine gebruikten we als asbak”

Premium

Sylvia Witteman: “De kapotte wasmachine gebruikten we als asbak”

Als kind vond ik dat mijn moeder niet goed bij haar hoofd was. Om de haverklap was ze aan het stofzuigen, dweilen, ramen lappen. Ze was in de weer met een ragebol en een zwabber, met staalwol en soda, met boenwas (dat rook lekker, eerlijk is eerlijk) of met een griezelig sissende strijkbout.

Ze deed dat allemaal met toewijding, maar duidelijk ook met tegenzin. Waarom dééd ze het dan? Omdat het zo hoorde.

Voor ons kinderen waren er alleen maar nadelen. Wilden we uit de tuin naar binnen rennen om een boterham te smeren, dan werd ons bij de keukendeur toegeschreeuwd: “Schoenen uit! Ik heb net gedweild! Niet rondlopen met die boterham, ik heb net gestofzuigd! Mes en bordje afspoelen, ik blijf niet aan de gang!” Wilde ik pannenkoeken bakken, dan hief ze de handen wanhopig ten hemel. Ze zag het beslag al tegen de plinten klotsen, de vetspetters op het pas geboende fornuis, de aangekoekte pan in de gootsteen. Zelf hield ze niet van koken, de enige huishoudelijke activiteit waarvan ik wél het nut inzag.

Met een Libelle-account kun je gratis 3 Premium-artikelen per maand lezen.

Een gratis account maak je binnen 1 minuut aan

of inloggen