Zoek binnen:

Miranda over zoon Niels: “Hij kwam met een mes uit de keuken”

Premium

Miranda over zoon Niels: “Hij kwam met een mes uit de keuken”

Een fijne jeugd, je gunt het ieder kind. Maar soms gaat het mis en wordt – in uiterste geval – een kind uit huis geplaatst. Jammer genoeg lost deze maatregel de problemen niet altijd op, integendeel. Een nieuwe methode waarbij het hele gezin in een kliniek wordt opgenomen, lijkt beter te werken. 

Meer dan 46 duizend Nederlandse kinderen wonen niet bij hun ouders, maar in een pleeggezin, crisisopvang of kindertehuis. Dat is bijna het dubbele van 20 jaar geleden, toen het er zo’n 26 duizend waren. Hoe dat precies komt, is niet bekend. Wél wordt steeds duidelijker dat de problemen van de kinderen door een uithuisplaatsing vaak juist verergeren.

Die conclusie trokken ze 10 jaar geleden al bij jeugdhulpinstelling Accare. “Wij vingen uithuisgeplaatste kinderen met ernstige emotionele en gedragsproblemen op, maar onze behandeldoelen bereikten we niet. Ook kregen we het niet voor elkaar om de ouders te betrekken bij de behandeling”, vertelt GZ-psycholoog Caroline Ploeg. Het verging de kinderen zoals het vaak gaat met uithuisgeplaatste kinderen die terugkeren naar huis. Carousselkinderen worden ze wel genoemd, want het is vaak dweilen met de kraan open: ze keren na een tijd terug in de kliniek of gaan naar wéér een ander pleeggezin. “Kinderen willen het liefst bij hun eigen ouders zijn, zelfs al is de vader bijvoorbeeld verslaafd en heeft de moeder borderline. En je kunt een kind wel in een ‘ideaal’ pleeggezin plaatsen, de ouders zijn toch nodig voor zijn ontwikkeling. Want heeft een kind te veel stress of zorgen over de ouders – waar zijn ze? Hoe gaat het? – dan komt het in de overlevingsmodus van vechten, vluchten of bevriezen. Dit kost zoveel energie dat de ontwikkeling stopt”, zegt Femy Wanders, klinisch psycholoog bij Accare.

Met een Libelle-account kun je gratis 3 Premium-artikelen per maand lezen.

Een gratis account maak je binnen 1 minuut aan

of inloggen