PREMIUMLibelle’s Italië gids

Net zo mooi als de Amalfikust, en stukken rustiger: de Cilento

null Beeld

Het kan haast geen toeval zijn dat het woord lento (Italiaans voor langzaam) in de naam van de Zuid-Italiaanse regio Cilento zit. In de dorpen aan de ruige kliffenkust en in de ongerepte binnenlanden nemen de bewoners nog de tijd voor een praatje, ontdekt reisjournalist Stephanie Pander.

Stephanie Pander

Slaperige vissersdorpen langs een indrukwekkende kliffenkust. Verborgen baaien met zand- en kiezelstranden waar je vaak alleen te voet of met de boot kunt komen. En niet te vergeten een ruig en beeldschoon achterland. De Amalfikust mag beroemder zijn, maar de iets zuidelijker gelegen kust van de Cilento is absoluut het best bewaarde geheim van Italië. De Italianen zelf beginnen daar ook pas net achter te komen. Tijdens de pandemie ontdekten zij net als wij, hun eigen land en opeens was de Cilento booming. En wie een beetje landinwaarts gaat, komt helemaal geen toerist meer tegen. In de dorpen word je warm onthaald door een nieuwsgierige bevolking die graag wil weten waar je vandaan komt en waarom je juist hun dorp hebt uitgekozen voor een vakantie.

Je komt niet weg zonder alle specialiteiten geproefd te hebben waar altijd een glaasje zelfgemaakte walnoten- of venkellikeur bij hoort. Wetenschappers vanuit de hele wereld komen naar de Cilento voor onderzoek: hoe komt het dat de mensen hier met gemak honderd worden? Na twee weken vakantie begin je dat al een beetje te begrijpen. Het leven gaat hier traag, er is altijd tijd voor een praatje, zelfs met iemand die de taal niet spreekt. Mensen leven met de seizoenen op een dieet van olijfolie, noten, groenten, fruit en vis. Maar de grootste weldaad is het ontbreken van stress. Niemand laat zich opjagen door de klok en het enige geluid is dat van de zee en in de verte het gerinkel van geitenbellen.

null Beeld
null Beeld
null Beeld

Borgo del Franco, Castellabate

Direct achter het dorp Castellabate (een van de dorpen op de lijst ‘Mooiste dorpen van Italië’, borghipiubelliditalia.it) op nog geen vijf minuten rijden van zee ligt Borgo del Franco: zes comfortabele en met liefde ingerichte vakantieappartementen van de familie Piccirillo. Eigenaren Franco en Rossana hadden jarenlang een goedlopend strandpaviljoen, maar in 2020 volgde zij hun hart en dat ligt nét van de kust af. Hun ‘borgo’ (wat ‘dorp’ betekent) is de perfecte uitvalsbasis voor wie de echte Cilento wil leren kennen. borgodelfranco.it

Il Mercadante, Torraca

Torraca is een typische Cilento-dorp, hoog op een bergtop met een historisch centrum vol trappen in plaats van straten. Voor de bar op het centrale plein spelen de mannen een potje kaart en in de tot de nok toe volgestouwde ‘alimentari’ verkopen ze alles wat een mens nodig heeft. In een van de antieke huizen in de oude dorpskern runt Luigi ‘Il Mercadante’, drie appartementen gerestaureerd en ingericht zoals de huizen er hier vroeger uitzagen. Je kunt er logeren in een hoog antiek bed met kanten sprei en ’s ochtends ontbijten aan de prachtige marmeren keukentafel. Alles in het interieur heeft hij zelf opgeknapt en is vaak te koop. Een website heeft Luigi nog niet, maar wie een mail stuurt naar ilmercadante@tiscali.it krijgt zeker antwoord.

Groen binnenland

Hoe aanlokkelijk de zee ook is, wie het binnenland niet intrekt heeft de échte Cilento niet gezien. Het is een van de meest onaangetaste streken van Europa. Het Nationaal park Cilento, Vallo di Diano e Alburni is met ruim 1800 km2 een van de grootste – en jongste – parken van Italië. Sinds 1998 staat het op de werelderfgoedlijst van Unesco om het beter te kunnen beschermen tegen bebouwing en massatoerisme. Door de geïsoleerde ligging, op een landtong achter een hoge bergketen, slaan toeristen het gebied vaak over op hun weg naar het zuiden. Omdat het van oudsher een arme streek is, trekken jonge generaties hier sinds de jaren vijftig weg op zoek naar werk en een betere toekomst. Een geluk bij een ongeluk, want daardoor zijn de cultuur en leefwijze vrijwel onaangetast. Diezelfde bewoners die ooit wegtrokken, herontdekken nu hun geboortegrond en komen terug om wijn en olijfolie te maken of een B&B te openen in het huis van hun voorouders. Daarbij is het hier voor Zuid-Italiaanse begrippen ook nog eens heel groen met een unieke flora en fauna. In het voorjaar kleuren de hellingen geel van de brem en hangt overal de geur van wilde jasmijn en jeneverstruiken. In de zomermaanden staan de valleien in het binnenland vol met wilde orchideeën. Het is dan ook niet voor niets dat de Cilento als eerste is ontdekt door wandelaars en fietsers en pas in tweede instantie door strandgangers.

null Beeld

Weg van alles

Ga logeren in het verlaten dorpje Laino Castello, hoog boven op een bergtop. Het dorp is begin jaren tachtig onbewoond geraakt, maar de jonge ondernemer Enrico de Luca opende twee jaar geleden zijn Lavinium Albergo Diffuso. Gasten kunnen logeren in drie van de gerestaureerde huizen en eten in wat ooit de herberg van het dorp was. Een betoverende plek aan ‘het einde van de wereld’. facebook.com/lavinium.albergodiffuso

null Beeld
null Beeld

Parco Pollino

Heb je meer tijd, bezoek dan ook nationaal park Pollino aan de zuidkant van de Cilento. Hier gaan de bergtoppen tot over de 2000 meter en je kunt er in de winter zelfs skiën. In de zomer zijn er eindeloos veel wandelpaden, excursies aqua-trekking en kun je in een tube de rivier af dobberen. pollinorivertubing.it

Even omrijden

Morigerati, Tortorella, Teggiano en het compleet verlaten dorp Roscigno: er komt geen einde aan de lijst van dorpen die een omweg waard zijn. Om het nog maar niet te hebben over de culinaire ontdekkingen, want elk dorp blijkt wel een bijzonder product of gerecht te hebben dat je écht alleen daar kunt eten (ga er niet over in discussie, want ze weten het zeker: dit eet je echt alleen in hún dorp). Het dorp Cicerale is beroemd om zijn kikkererwten, Prignano Cilento om zijn witte vijgen die eind van de zomer in de zon worden gedroogd en gevuld met amandelen en venkelzaad. Het dorp Controne is trots op zijn witte bonen, Pertosa op zijn witte artisjok en we rijden om via Lentiscosa voor een bord polenta van maracuoccio, een peulvrucht die alleen op de steile hellingen rondom dit dorp schijnt te groeien. Een product dat we in elk dorp vinden, maar dan net weer in een andere variant is de gezouten ricottakaas. Ze eten hem hier geraspt over de pasta, gesmolten door sauzen of als vulling in lasagne en groentegerechten. De moeite waard om mee naar huis te nemen is de bekroonde olijfolie van Nicolangelo Marsicani die met gemak kan concurreren met olie uit Toscane en Umbrië. Op de vlakte bij Paestum grazen de waterbuffels en wordt de beste buffelmozzarella van Italië gemaakt. Wie de weg van Battipaglia naar Agropoli rijdt, komt onderweg de ene na de andere kaasmakerij tegen waar geproefd en gekocht kan worden. Italianen hebben allemaal zo hun favoriet, maar opvallend vaak valt de naam Vannulo (vannulo.it). Deze biologische kaasmakerij verkoopt naast haar beroemde witte bollen ook geweldige ricotta, boter, ijs en yoghurt. Ze hebben een eigen restaurant met moestuin dat alleen voor de lunch geopend is en waar je altijd moet reserveren. Doen, want zo vers eet je buffelmozzarella nergens!

null Beeld
null Beeld

De haren van Venus

Een van mijn favoriete uitstapjes in de binnenlanden van de Cilento is die naar de oase Gole di Calore bij Felitto. Je kunt je er onderdompelen in het ijskoude water of met een kano een stuk de kleine canyon in varen. Er loopt ook een wandelpad langs de rivierbedding omhoog, maar de route staat niet altijd goed aangegeven en de paden zijn niet altijd even netjes onderhouden. Voor lange wandelingen is het dan ook verstandiger om met een gids op pad te gaan. Direct aan de rivier is een eenvoudig restaurant met een houten terras. Ze serveren er de lekkerste fusilli met tomatensaus, hét gerecht van dit gebied.

Een fusilli is een lange holle pasta die gemaakt wordt door het deeg om een soort breinaald te draaien. De eigenaar laat het waarschijnlijk niet na dit te illustreren en als hij toch bezig is, zal hij ook een grote pot tevoorschijn halen met daarin een slang op sterk water. Daarbij hoort het ‘sterke’ verhaal dat hij het dier zelf gevangen heeft in de rivier de Calore. Wie durft na de lunch nog pootje te baden? Andere plekken om te bezoeken zijn de Wereldnatuurfonds oase bij het dorp Morigerati en de waterval met de toepasselijke naam ‘De haren van Venus’ (Capelli di Venere) bij het dorp Casaletto Spartano (beide in de Basso Cilento, het meest zuidelijke deel van het natuurpark).

null Beeld

Locanda Ma’ Uamma, Vibonati

Op de trappen in een smalle steeg in het dorpje Vibonati koken Lucretia en Fabrizio wekelijks een ander menu. Met lokale producten proberen zij net even iets anders te doen. Dat levert bijzondere gerechten op als een ceviche van witvis met citroen en zure kers of een carpaccio van courgettelinten met lokale schapenkaas. Ze zijn in de zomermaanden elke dag geopend vanaf borreltijd.

Ustaria Rosella, Sicilì

Aan een plein in het centrum van Sicilì zit een osteria waar ze de pizza’s en pasta’s maken van een lokaal graan dat met de steen wordt gemalen. De jonge eigenaren hebben oude tradities in ere hersteld. Precies van dit soort ondernemers moet de regio het hebben, dus ga langs, proef de pizza en zeg het voort! ustariarosella.it

Klooster

Behalve het park staan ook de opgravingen van Paestum, het archeologische park bij Velia en het overweldigende Kartuizer-klooster Certosa di San Lorenzo in Padula op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het barokklooster heeft een oppervlakte van 12.000 m2 en telt meer dan 320 kamers die nog lang niet allemaal gerestaureerd zijn. Bezoek de kloosterkeuken en stel je voor hoe de monniken hier ’s avonds in stilte samen aten aan de lange tafels. Een klein wonder is de ogenschijnlijk zwevende spiraaltrap die naar de bibliotheek leidt. Van beneden lijkt het alsof je in een slakkenhuis kijkt.

null Beeld

De haren van Venus

Een van mijn favoriete uitstapjes in de binnenlanden van de Cilento is die naar de oase Gole di Calore bij Felitto. Je kunt je er onderdompelen in het ijskoude water of met een kano een stuk de kleine canyon in varen. Er loopt ook een wandelpad langs de rivierbedding omhoog, maar de route staat niet altijd goed aangegeven en de paden zijn niet altijd even netjes onderhouden. Voor lange wandelingen is het dan ook verstandiger om met een gids op pad te gaan. Direct aan de rivier is een eenvoudig restaurant met een houten terras. Ze serveren er de lekkerste fusilli met tomatensaus, hét gerecht van dit gebied. Een fusilli is een lange holle pasta die gemaakt wordt door het deeg om een soort breinaald te draaien. De eigenaar laat het waarschijnlijk niet na dit te illustreren en als hij toch bezig is, zal hij ook een grote pot tevoorschijn halen met daarin een slang op sterk water. Daarbij hoort het ‘sterke’ verhaal dat hij het dier zelf gevangen heeft in de rivier de Calore. Wie durft na de lunch nog pootje te baden? Andere plekken om te bezoeken zijn de Wereldnatuurfonds oase bij het dorp Morigerati en de waterval met de toepasselijke naam ‘De haren van Venus’ (Capelli di Venere) bij het dorp Casaletto Spartano (beide in de Basso Cilento, het meest zuidelijke deel van het natuurpark).

Fotografie: Getty Images, Imageselect, Shutterstock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden