Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

Saskia Noort: "Ik strijd ervoor dat meisjesbesnijdenis helemaal stopt voor 2030"

Maar liefst 4,1 miljoen meisjes lopen ieder jaar het risico om besneden te worden. Door corona zullen hier nog 2 miljoen meisjes bijkomen. Want door de lockdown-maatregelen zijn veel scholen gesloten en dreigt meisjesbesnijdenis weer ‘ondergronds’ te gaan. Een onderwerp dat schrijfster Saskia Noort aan het hart gaat. 

Libelle samen met Amref Flying Doctors

Meisjesbesnijdenis is niet de enige vorm van geweld die toeneemt. Door de coronacrisis komen de rechten van meisjes wereldwijd onder druk te staan. Na de corona-uitbraak in maart 2020 zijn in Oost-Afrika de nodige lockdown-maatregelen getroffen, waaronder het sluiten van scholen. Helaas pakt dit ook nadelig uit voor meisjes, want scholen bieden sociale controle en veiligheid. Allerlei vormen van geweld tegen meisjes zijn in 2020 toegenomen, ook huiselijk- en seksueel geweld en tienerzwangerschappen.

Miljoenen meisjes

Saskia Noort zet zich al jaren in voor Amref Flying Doctors, de grootste Afrikaanse gezondheidsorganisatie die er alles aan doet om meisjes te beschermen tegen geweld. Het thema meisjesbesnijdenis raakte haar al voordat ze ambassadeur werd. Ze zag een documentaire over het onderwerp waarin ze hoorde dat er wereldwijd 200 miljoen meisjes en vrouwen besneden zijn, en dat nog elk jaar miljoenen meisjes het risico lopen om besneden te worden. Op 6 februari is het de Internationale Dag tegen Meisjesbesnijdenis en dit jaar is het volgens Saskia en Amref extra belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan deze problematiek.

Bespreekbaar maken

Saskia: “Samen met Amref wil ik ervoor strijden dat meisjesbesnijdenis helemaal stopt voor 2030. Daarvoor is het belangrijk dat het onderwerp bespreekbaar wordt. Veel mensen die ik spreek keren zich toch vaak een beetje af. Ze hoeven de details niet te weten. Je moet er als vrouw dan ook niet aan denken dat dat gebied wordt weggesneden. Maar dat gebeurt wereldwijd op heel grote schaal. Niet alleen wordt hun volledige seksualiteit afgenomen, maar ook iedere andere vorm van levensplezier. Want meisjes kunnen na een besnijdenis niet meer goed plassen en vrijen en hun kind alleen op een zeer pijnlijke manier ter wereld brengen.

Feestelijk overgangsritueel

“Eind 2018 ben ik als ambassadeur meegegaan naar Tanzania en heb ik het feestelijke overgangsritueel van een Masai-meisje bezocht. De Masai zijn een Afrikaans volk en doen aan meisjesbesnijdenissen, in hun cultuur markeert dit de overgang van meisje naar volwassenheid. Maar dit feestelijke ritueel was er een zónder de traumatische besnijdenis. Dat was lang ondenkbaar, maar door de langdurige inzet van Amref is het toch gelukt de Masai te overtuigen. Dit werk ligt in het verlengde van waar ik al jaren voor strijd: vrijheid, gelijkheid en zelfbeschikking voor vrouwen. Ik hoop dat ik iets kan betekenen voor deze jonge meiden in Afrika. En dat ik iets kan bijdragen aan het uit de wereld helpen van deze vorm van vrouwenverminking. ”

Bescherming

Amref doet er alles aan om meisjes te beschermen tegen geweld, ook nu. Ze geven voorlichting door middel van radiocampagnes, flyers en deur-tot-deurbezoeken. Lokale zorgverleners en rolmodellen spelen hierbij een grote rol. Amref leidt nu in een recordtempo nieuwe mensen op die dit werk kunnen doen. Zij geven de meisjes de psychologische en medische hulp en nazorg.

Onderstaande video vertelt het dappere verhaal van Masai-meisje Nice Leng’ete.

Laat zien dat je tegen geweld bent

Met jouw hulp kan Amref Flying Doctors het groeiende geweld tegen meisjes door de coronacrisis een halt toe te roepen en hen beschermen. Bestel gratis deze No More Violence pin en laat zien dat jij – net als Saskia Noort – tegen geweld bent. Of doneer om geweld tegen meisjes en vrouwen in Afrika tegen te gaan.

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hugo de Jonge: "Met testen kan 1,5 meter maatregel mogelijk in juni deels weg”

Als het aan Hugo de Jonge ligt, kan binnenkort de anderhalve meterregel op sommige plekken worden geschrapt. Dit zou mogelijk moeten worden met de toegangstesten, vertelde de demissionair minister Volksgezondheid donderdag in de Tweede Kamer.

Hugo de Jonge wil het wettelijk mogelijk maken dat bepaalde sectoren eerder open kunnen als ze enkel mensen toelaten met een negatieve coronatest. Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat daar akkoord mee, zolang de testen gratis blijven.

Musea en bioscoop

Voor de eerstvolgende versoepelingen zal dit testproject nog niet grootschalig worden ingezet. De Jonge gaf namelijk eerder toe dat dit niet voor elke sector zin heeft. Musea, bioscopen en andere bedrijven in de culturele sector gaven tijdens de pilotfase al aan dat toegangstesten een te hoge drempel voor gasten was.

Kritiek

Eerder in het debat hadden verschillende partijen ook al kritiek op het wetsvoorstel. Voor het plan is ruim een miljard euro uitgetrokken en verschillende fracties vragen zich af of die kosten wel opwegen tegen de versoepelingen die daarmee bewerkstelligd kunnen worden. Ook waren er vragen over de einddatum voor de wet en de eigen bijdrage van mensen voor de testen.

Mooi instrument

Toch wil de demissionair minister graag dat de wet voor de toegangstesten wordt aangenomen. “Het loslaten van de anderhalve meterregel is precies het verschil tussen het wél of niet exploitabel maken van je theater, wel of niet exploitabel maken van je bioscoop. Of het wel of niet exploitabel maken van je restaurant. Daarom is het zo’n mooi instrument, juist in deze fase”, legt hij uit.

De Tweede Kamer gaat volgende week stemmen over de wet, waarna ook de Eerst Kamer nog moet instemmen.

Hugo de Jonge: “Ik twijfel regelmatig aan mezelf”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

1

Bron: LINDA. Beeld: Brunopress.

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hugo de Jonge: "Met testen kan 1,5 meter maatregel mogelijk in juni deels weg”

Als het aan Hugo de Jonge ligt, kan binnenkort de anderhalve meterregel op sommige plekken worden geschrapt. Dit zou mogelijk moeten worden met de toegangstesten, vertelde de demissionair minister Volksgezondheid donderdag in de Tweede Kamer.

Hugo de Jonge wil het wettelijk mogelijk maken dat bepaalde sectoren eerder open kunnen als ze enkel mensen toelaten met een negatieve coronatest. Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat daar akkoord mee, zolang de testen gratis blijven.

Musea en bioscoop

Voor de eerstvolgende versoepelingen zal dit testproject nog niet grootschalig worden ingezet. De Jonge gaf namelijk eerder toe dat dit niet voor elke sector zin heeft. Musea, bioscopen en andere bedrijven in de culturele sector gaven tijdens de pilotfase al aan dat toegangstesten een te hoge drempel voor gasten was.

Kritiek

Eerder in het debat hadden verschillende partijen ook al kritiek op het wetsvoorstel. Voor het plan is ruim een miljard euro uitgetrokken en verschillende fracties vragen zich af of die kosten wel opwegen tegen de versoepelingen die daarmee bewerkstelligd kunnen worden. Ook waren er vragen over de einddatum voor de wet en de eigen bijdrage van mensen voor de testen.

Mooi instrument

Toch wil de demissionair minister graag dat de wet voor de toegangstesten wordt aangenomen. “Het loslaten van de anderhalve meterregel is precies het verschil tussen het wél of niet exploitabel maken van je theater, wel of niet exploitabel maken van je bioscoop. Of het wel of niet exploitabel maken van je restaurant. Daarom is het zo’n mooi instrument, juist in deze fase”, legt hij uit.

De Tweede Kamer gaat volgende week stemmen over de wet, waarna ook de Eerst Kamer nog moet instemmen.

Hugo de Jonge: “Ik twijfel regelmatig aan mezelf”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

1

Bron: LINDA. Beeld: Brunopress.

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Zorgenzoon - deel 44: “Dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Nadat hij een paar maanden bij een begeleid wonen groep heeft gewoond, krijgt hij voor zijn achttiende verjaardag een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Dan wordt hij gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Na een spannend weekend wordt hij vrijgelaten. Zijn flatje moet hij uit, hij krijgt er een hotelstudio buiten de stad voor in de plaats.

Omdat de reclassering eist dat Lars naast school ook betaald werk doet, gaat hij op zoek naar een bijbaan. Dat is hard nodig, want de bekeuringen blijven binnenstromen. Er ligt al bijna voor duizend euro aan procesverbalen op hem te wachten. Gelukkig wordt hij aangenomen bij een thuisbezorgservice. Op de elektrische fiets brengt hij de bestellingen rond. Al zit Lars liever op de scooter. Dat dat onverstandig is, omdat hij geen rijbewijs heeft, zeg ik hem meermalen. Maar hij wil het niet horen en stapt toch iedere keer op zijn snormonster. Ik vraag me af hoe Lars die bestellingen aflevert; in gedachten zie ik hem aanbellen en als de deur open gaat ‘Hier, je eten’ zeggen. Regelmatig vind ik ook een papieren tas met eten erin in de gang. Of hij eet het zelf op. Dat zal toch wel klachten opleveren, lijkt me. Mensen die hun bestelling nooit gekregen hebben, gaan natuurlijk bellen. Maar Lars zit er niet mee. Blijkbaar was er halverwege zijn bestelronde ineens iets belangrijkers te doen. Afgeleid door een telefoontje en weg is de bezorger. Met de muziek mee.

Wijkagent

Op een herfstige woensdag heb ik een afspraak met de wijkagent. In verband met corona treffen we elkaar op een bankje op een pleintje in de buurt. Ze heeft een vrouwelijke collega meegenomen. Beide dames zijn in uniform. Ik gluur naar hun handboeien en pistool. “We willen u op de hoogte brengen van het feit dat Lars zich begeeft tussen een groep probleemjongeren,” steekt de wijkagente van wal. “Er zijn twee groepen jongeren die we sterk in de gaten houden. Bijna alle jongeren die hiertoe behoren, zijn een- of meer maal met de politie in aanraking geweest. Wegens beroving, diefstal of het veroorzaken van onrust.” Getsie. Ik wist natuurlijk wel dat de jongens waar Lars zich mee omringt, geen frisse gasten zijn. Dat kan ik zelf ook wel zien. Maar dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet.

“Al valt het gedrag van Lars in verhouding tot de rest verder wel mee hoor,” probeert de vrouw me een beetje gerust te stellen. Ze vraagt welke jongens ik ken van naam. Ik som er een stuk of vijf op. Deze jongens zie ik geregeld voor mijn voordeur en heel af en toe komt er ook eentje binnen. Al heb ik dat liever niet. “Ja, die horen er allemaal bij,” knikt de vrouw. Ik zucht. “Laten we gewoon goed contact houden,” zegt ze. “U kunt me altijd bellen als er iets is.” Dat is dan wel weer fijn, het 06 nummer van de wijkagent in mijn telefoon. We nemen afscheid. De herfstzon geeft het plein een vredige aanblik. Een langs fietsende man kijkt mij meewarig aan. Wat zal die vrouw op haarkerfstok hebben, dat ze met twee geüniformeerde agenten op een bankje zit? Ik knik hem vriendelijk toe. Hij kijkt snel weer voor zich.

Fotomodel

In het verleden is Lars een paar keer gescout door een modellenbureau. Vijftien jaar was hij toen. Ik snap het wel; hij heeft een mooie kaaklijn, een volle mond en prachtige ogen. Maar fotomodel worden was geen ambitie van hem. Omdat hij dringend in geldnood zit, toont hij zich nu, drie jaar later, ineens wel geïnteresseerd. Ik beloof hem te helpen en stuur een mail aan een modellenbureau; de eigenaresse ken ik nog van het schoolplein. Ze adviseert me contact op te nemen met een ander bureau, omdat zij geen jongens ‘doet’. Ik bel het genoemde bureau op en de man stelt voor dat Lars en ik langskomen op zijn kantoor. Op de afgesproken dag fietsen we samen naar het opgegeven adres. Lars is nerveus, merk ik. Er volgt een kennismakingsgesprek. De man vertelt dat hij ‘hoog in de markt’ zit met zijn klanten: Prada, Gucci, Calvin Klein. Toe maar. Ik had de Wehkamp ook al leuk gevonden. Vervolgens stelt hij Lars diverse vragen. Wat zijn hobby’s zijn, wat hij aan social media doet, hoe het op school gaat. Ik weet dat je om een succesvol model te worden, niet alleen goodlooking moet zijn, maar ook sociaal vaardig. Je moet een goede in- en opstelling hebben en vooral heel erg graag willen. Lars antwoordt in hele korte zinnen. Ik probeer het gesprek een beetje op gang te houden, val hem bij als me dat zinnig lijkt. Dan wordt Lars meegenomen naar een aangrenzende kamer, om polaroidfoto’s te maken. Ik blijf achter in het mooie design kantoor en bestudeer de setcards aan de muur. Prachtige jongens hangen daar, in hippe outfits met schijnbaar ongenaakbare gezichten. De een heeft dromerige donkere krullen, de ander stekeltjeshaar. Een type als Lars zie ik er niet tussen, dat is wellicht een goed teken. Want zoals met alles, draait het ook in modellenland om authenticiteit.

Vijf minuten later staat Lars weer voor me; de fotosessie zit erop. De man zegt dat hij moet overleggen met zijn collega en belooft de volgende dag contact op te nemen over zijn besluit. We nemen afscheid en stappen naar buiten. “Dat wordt niks ma, let maar op,” zegt Lars. Ik antwoord dat hij het niet zo negatief moet inzien. “Er zijn nog genoeg andere bureau’s,” probeer ik hem op te beuren. Hij zegt niets en fietst voor me uit, zijn schouders hoog opgetrokken.

Schaafwond

Een dag later komt Lars woedend thuis. Hij zegt dat hij is klemgereden door een politiebus. En dat ze zijn scooter in beslag hebben genomen. Hij heeft een grote schaafwond op zijn heup. Overstuur stapt hij onder de douche. Ik help hem de wond te verbinden. “Klootzakken, ze hadden me wel dood kunnen rijden,” vloekt hij. Dat hij de inbeslagname aan zichzelf te danken heeft, ziet hij niet. “Wacht maar, ik krijg ze nog wel,” mompelt Lars als hij de trap af holt en naar de voordeur loopt.

Mijn telefoon gaat. Het is het modellenbureau. “Helaas, we denken niet dat Lars geschikt is voor ons bureau. Het is een lekker joch, hij zou het goed doen in een jeans commercial, maar voor een high end label is hij niet specifiek genoeg.”

Godsamme. Specifieker zul je ze niet snel vinden, denk ik. Ik bedank hem voor de moeite en hang op.

Volgende week: Lars komt weer thuis wonen

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

1
Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Zorgenzoon - deel 44: “Dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Nadat hij een paar maanden bij een begeleid wonen groep heeft gewoond, krijgt hij voor zijn achttiende verjaardag een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Dan wordt hij gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Na een spannend weekend wordt hij vrijgelaten. Zijn flatje moet hij uit, hij krijgt er een hotelstudio buiten de stad voor in de plaats.

Omdat de reclassering eist dat Lars naast school ook betaald werk doet, gaat hij op zoek naar een bijbaan. Dat is hard nodig, want de bekeuringen blijven binnenstromen. Er ligt al bijna voor duizend euro aan procesverbalen op hem te wachten. Gelukkig wordt hij aangenomen bij een thuisbezorgservice. Op de elektrische fiets brengt hij de bestellingen rond. Al zit Lars liever op de scooter. Dat dat onverstandig is, omdat hij geen rijbewijs heeft, zeg ik hem meermalen. Maar hij wil het niet horen en stapt toch iedere keer op zijn snormonster. Ik vraag me af hoe Lars die bestellingen aflevert; in gedachten zie ik hem aanbellen en als de deur open gaat ‘Hier, je eten’ zeggen. Regelmatig vind ik ook een papieren tas met eten erin in de gang. Of hij eet het zelf op. Dat zal toch wel klachten opleveren, lijkt me. Mensen die hun bestelling nooit gekregen hebben, gaan natuurlijk bellen. Maar Lars zit er niet mee. Blijkbaar was er halverwege zijn bestelronde ineens iets belangrijkers te doen. Afgeleid door een telefoontje en weg is de bezorger. Met de muziek mee.

Wijkagent

Op een herfstige woensdag heb ik een afspraak met de wijkagent. In verband met corona treffen we elkaar op een bankje op een pleintje in de buurt. Ze heeft een vrouwelijke collega meegenomen. Beide dames zijn in uniform. Ik gluur naar hun handboeien en pistool. “We willen u op de hoogte brengen van het feit dat Lars zich begeeft tussen een groep probleemjongeren,” steekt de wijkagente van wal. “Er zijn twee groepen jongeren die we sterk in de gaten houden. Bijna alle jongeren die hiertoe behoren, zijn een- of meer maal met de politie in aanraking geweest. Wegens beroving, diefstal of het veroorzaken van onrust.” Getsie. Ik wist natuurlijk wel dat de jongens waar Lars zich mee omringt, geen frisse gasten zijn. Dat kan ik zelf ook wel zien. Maar dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet.

“Al valt het gedrag van Lars in verhouding tot de rest verder wel mee hoor,” probeert de vrouw me een beetje gerust te stellen. Ze vraagt welke jongens ik ken van naam. Ik som er een stuk of vijf op. Deze jongens zie ik geregeld voor mijn voordeur en heel af en toe komt er ook eentje binnen. Al heb ik dat liever niet. “Ja, die horen er allemaal bij,” knikt de vrouw. Ik zucht. “Laten we gewoon goed contact houden,” zegt ze. “U kunt me altijd bellen als er iets is.” Dat is dan wel weer fijn, het 06 nummer van de wijkagent in mijn telefoon. We nemen afscheid. De herfstzon geeft het plein een vredige aanblik. Een langs fietsende man kijkt mij meewarig aan. Wat zal die vrouw op haarkerfstok hebben, dat ze met twee geüniformeerde agenten op een bankje zit? Ik knik hem vriendelijk toe. Hij kijkt snel weer voor zich.

Fotomodel

In het verleden is Lars een paar keer gescout door een modellenbureau. Vijftien jaar was hij toen. Ik snap het wel; hij heeft een mooie kaaklijn, een volle mond en prachtige ogen. Maar fotomodel worden was geen ambitie van hem. Omdat hij dringend in geldnood zit, toont hij zich nu, drie jaar later, ineens wel geïnteresseerd. Ik beloof hem te helpen en stuur een mail aan een modellenbureau; de eigenaresse ken ik nog van het schoolplein. Ze adviseert me contact op te nemen met een ander bureau, omdat zij geen jongens ‘doet’. Ik bel het genoemde bureau op en de man stelt voor dat Lars en ik langskomen op zijn kantoor. Op de afgesproken dag fietsen we samen naar het opgegeven adres. Lars is nerveus, merk ik. Er volgt een kennismakingsgesprek. De man vertelt dat hij ‘hoog in de markt’ zit met zijn klanten: Prada, Gucci, Calvin Klein. Toe maar. Ik had de Wehkamp ook al leuk gevonden. Vervolgens stelt hij Lars diverse vragen. Wat zijn hobby’s zijn, wat hij aan social media doet, hoe het op school gaat. Ik weet dat je om een succesvol model te worden, niet alleen goodlooking moet zijn, maar ook sociaal vaardig. Je moet een goede in- en opstelling hebben en vooral heel erg graag willen. Lars antwoordt in hele korte zinnen. Ik probeer het gesprek een beetje op gang te houden, val hem bij als me dat zinnig lijkt. Dan wordt Lars meegenomen naar een aangrenzende kamer, om polaroidfoto’s te maken. Ik blijf achter in het mooie design kantoor en bestudeer de setcards aan de muur. Prachtige jongens hangen daar, in hippe outfits met schijnbaar ongenaakbare gezichten. De een heeft dromerige donkere krullen, de ander stekeltjeshaar. Een type als Lars zie ik er niet tussen, dat is wellicht een goed teken. Want zoals met alles, draait het ook in modellenland om authenticiteit.

Vijf minuten later staat Lars weer voor me; de fotosessie zit erop. De man zegt dat hij moet overleggen met zijn collega en belooft de volgende dag contact op te nemen over zijn besluit. We nemen afscheid en stappen naar buiten. “Dat wordt niks ma, let maar op,” zegt Lars. Ik antwoord dat hij het niet zo negatief moet inzien. “Er zijn nog genoeg andere bureau’s,” probeer ik hem op te beuren. Hij zegt niets en fietst voor me uit, zijn schouders hoog opgetrokken.

Schaafwond

Een dag later komt Lars woedend thuis. Hij zegt dat hij is klemgereden door een politiebus. En dat ze zijn scooter in beslag hebben genomen. Hij heeft een grote schaafwond op zijn heup. Overstuur stapt hij onder de douche. Ik help hem de wond te verbinden. “Klootzakken, ze hadden me wel dood kunnen rijden,” vloekt hij. Dat hij de inbeslagname aan zichzelf te danken heeft, ziet hij niet. “Wacht maar, ik krijg ze nog wel,” mompelt Lars als hij de trap af holt en naar de voordeur loopt.

Mijn telefoon gaat. Het is het modellenbureau. “Helaas, we denken niet dat Lars geschikt is voor ons bureau. Het is een lekker joch, hij zou het goed doen in een jeans commercial, maar voor een high end label is hij niet specifiek genoeg.”

Godsamme. Specifieker zul je ze niet snel vinden, denk ik. Ik bedank hem voor de moeite en hang op.

Volgende week: Lars komt weer thuis wonen

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

1
Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien