PREMIUM

Charlotte: “Ik voelde me een misdadigersliefje met mijn hand in de zijne”

“Ik voelde me een misdadigersliefje met mijn hand in de zijne” Beeld Libelle
“Ik voelde me een misdadigersliefje met mijn hand in de zijne”Beeld Libelle

In deze vierde aflevering van de serie Oude liefde roest niet: Charlotte vond het stoer om een wereld te ontdekken die haar ouders en vrienden niet kenden, maar het leidt al snel tot spanningen in hun prille relatie.

Charlotte HoogendoornLibelle

De eerste liefde is de eerste keer voor zoveel: eerste gevoelens, eerste verlangens, de eerste zoen, de eerste bij wie je hoort, de eerste keer hand in hand, de eerste liefdesbrieven, het eerste gedicht... en de eerste keer in zijn jongenskamer met druipkaarsen in flessen rosé d’Anjou, het bed tegen een wand van donkerbruin kurk waarop met punaises - hij schrijft: ‘Ik voel de punaises die op de grond waren gevallen nog in mijn voet’ - posters van Che Guevara, Ban-de-Bom in allerlei varianten en Kate Bush.

[LinkedIn]

Ik: Kate Bush? Dat was toch voor meisjes.

Hij: Jongens hebben graag meisjes op hun muren. Vooral als ze mooi zijn en goede muziek maken.

En daar in die jongenskamer in die nieuwbouwwijk met straatnummers in plaats van straatnamen, waar het rook naar sigaretten, vond het eerste gefoezel plaats. In mijn huis, in mijn kamer met rotan stoelen, David Hamilton aan de muur en mijn eigen theeservies, kwamen we niet. Dat paste mijn ouders niet, hem niet en mij waarschijnlijk ook niet. Het was beter zo, ik had me er vast niet zo vrij gevoeld als bij hem thuis.

Als ik dan thuiskwam, nog met de rillingen van genot van elke aanraking van hem, zat mijn moeder met thee te wachten en sprak over ‘de liefde’. Daardoor dacht ik dat liefde verheven moest zijn en dat seks plat was en meer iets voor jongens. Een beetje zoals dat meisje uit Paradise by the dashboard light ook dacht – een song van Meatloaf uit 1977 die mijn vriendinnen en ik vaak meekrijsten. Do you love me, do you love me forever…[...] Will you make me so happy for the rest of my life, will you take me away and will you make me your wife? Veel te grote woorden voor een puberhart, of je nou een meisje of een jongen was.

Samen was het ’t leukst. Alleen met mij was hij anders dan met zijn vrienden. Liever. Dan keken we elkaar echt aan, praatten we over wat we dachten, maar in zijn vriendenkring raakten we ook weer even gemakkelijk weg van elkaar. Hij ging niet mee naar de mijne, daar had hij niets mee. Ik ging wel mee naar de zijne. Naar een donkere kroeg waar hij breeduit – de term manspreading bestond toe nog niet – godfather zat te zijn tussen zijn vrienden. Langharige, norse jongens in legerjackies van de dumpstore, die zwijgend naar Neil Young en Deep Purple luisterden en hard met elkaar lachten om dingen die ik niet begreep. Het voelde stoer om na school mee te gaan naar een wereld die mijn ouders en vrienden niet kenden. Ik voelde me een misdadigersliefje met mijn hand in de zijne, die hij alleen losliet als hij een sjekkie rolde of een slok bier nam, maar het werd steeds ongemakkelijker omdat ik er niet op mijn plek was en nog veel te onzeker om daar iets over te zeggen.

In Berlijn was ik even bevrijd van de gedragsregels en verwachtingen van thuis. Eenmaal thuis spiegelde ik ons steeds vaker aan wat mijn wereld vond dat liefde moest zijn. Dat beeld klopte niet met ons in Berlijn. De sociale verschillen, mijn tuttigheid en dat ik eisen ging stellen en beloftes wilde, hielpen niet mee. Na twee weken kregen we steeds vaker ruzie, negeerden we elkaar op school en spraken dan toch ’s avonds af om het vrijend goed te maken. Totdat dat ook niet meer ging. En uiteindelijk schreef hij dat hij niet meer wilde.

In mijn plakboek van toen vind ik zijn brieven en gedichten terug. Toen schreven we elkaar al. Nu weer. Van een paar keer per week in het begin tot bijna elke dag nu. Wat zoeken we bij elkaar? Daarover denken we nu nog niet na, omdat we geloven in een hernieuwde vriendschap naast het leuke leven dat we allebei hebben. Tenminste, dat houden we elkaar voor. Ik ben vol van mijn werk voor Koffietijd en met een nog veel grotere liefde voor mijn dochter, die ik in mijn eentje grootbreng. En hij van zijn gezin, zijn baan waarmee hij ze onderhoudt en zijn vrijwilligerswerk in het dorp waarvoor hij grote liefde heeft. Tja, wat zoeken we bij elkaar?

Charlotte Hoogendoorn (59) is hoofdredacteur van Koffietijd, twaalf jaar geleden gescheiden en woont met haar dochter (18) in de Amsterdamse Watergraafsmeer, als ze tot over haar oren verliefd wordt op haar eerste liefde van 43 jaar geleden. Hierover schrijft ze in haar wekelijkse serie op Libelle.nl.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden