Anne-Wil 29/30 Beeld Libelle
Anne-Wil 29/30Beeld Libelle

Dagboek van Anne-Wil: “Als ik het bedrag overmaak, voel ik me dwaas”

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Ze polst haar kleindochter Willeke en dochter Manon over een weekje weg met zijn drieën.

Vrijdag

Het idee van Han laat me niet los. “Ga met z’n drieën een weekje weg”, zei hij, toen ik hem vertelde dat het contact tussen Manon en Wil al een tijd stroef verloopt.

“Jij bent soms echt niet goed bij je hoofd”, was mijn reactie. Bij nader inzien is het helemaal niet zo’n gek idee, een weekje weg. Met z’n drieën in een vakantiehuisje: te klein om elkaar te negeren, groot genoeg om het gezellig te hebben.

Natuurlijk is niet alles meteen koek en ei, maar de stemming zal snel genoeg losser worden. Manon en Wil kunnen elkaar opnieuw ontdekken. Een moeder en dochter die veel van elkaar houden, zo vreemd is dat toch niet? Zouden zij er iets voor voelen? En wat zou Boy ervan vinden als Manon Titia een week alleen zou laten? Nou ja, alleen, onder zijn hoede natuurlijk.

“Tja, daar kom je alleen maar achter als je het probeert”, antwoordt Han, als ik zeg dat zijn idee volgens mij niet uitvoerbaar is. Hij ziet me fronsen. “Toe nou, Anne-Wil, je wil toch dat goed komt tussen die twee?”

Zaterdag

Willeke kijkt me aan alsof ik niet goed wijs ben. “Een wéék? Met z’n drieën?” Ze draait met haar ogen en zakt onderuit op haar stoel.”

“Je doet alsof het een strafkamp is”, zeg ik.

Ze veert weer overeind. “Dat is precies het goede woord, oma. Een strafkamp!” En als ik niet reageer: “En dan zeker met verplichte moeder-dochtergesprekken, liefst met tranen, en ze leefden nog lang en gelukkig.”

“Heb jij een beter idee?” vraag ik.

“Moet ik dan een idee hebben?” Ze kijkt me uitdagend aan.

“Nee, hoor”, zeg ik. “Maar ik heb er toevallig wel eentje: een weekje weg met z’n drieën. Misschien wordt het wat, misschien niet. Maar ja, als je er niets voor voelt…”

“Ik moet erover nadenken”, zegt ze. “Met z’n drieën, een wéék... Wie bedenkt zoiets?!”

Zondag

“Je denkt echt dat het iets oplost?” Manon staat stil en kijkt me aan.

“Als jullie elkaar haten, wordt het moeilijk”, antwoord ik.

“Natuurlijk haten we elkaar niet”, zegt ze.

“Nou, kijk eens aan”, zeg ik.

We lopen zwijgend verder. Het is druk op de hei. Veel mensen met honden, fietsers, een vader die met z’n dochter een vlieger oplaat.

“Denk je dat je Wil zover krijgt?” zegt Manon.

“Ik denk zelfs niet dat ik jou zover krijg, maar er moet iets gebeuren”, reageer ik. “Zoals het nu tussen jullie gaat, zijn jullie allebei doodongelukkig. Dóe er iets aan! Of probéér het in elk geval.”

Weer een lange stilte. “Oké,” zegt Manon, “als Wil meegaat, ga ik ook.”

“Draai het eens om”, zeg ik.

“Jeetje, mam, het is ook niet gauw goed bij jou.” Dan volgt een diepe zucht. “Oké, ik ga mee!”

Maandag

Het valt niet mee, op zo’n korte termijn een leuk vakantiehuisje vinden. De eerste zes verhuurders die ik bel, beginnen al te lachen voordat ik ben uitgesproken. “Mevrouw, we zitten al maanden vol!” Uiteindelijk heb ik geluk, er heeft iemand geannuleerd. Als ik wil, kan ik het huisje huren, op de Veluwe, aan de rand van het bos. Op de website ziet het er aantrekkelijk uit. Twee slaapkamers en een slaapbank in de woonkamer. Ik zeg dat ik het graag wil huren en ja, natuurlijk betaal ik de huur vooruit. Als ik even later het bedrag overmaak, voel ik me een beetje dwaas. Ik heb zojuist betaald voor een vakantiehuisje en ik weet niet eens of Wil meegaat.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden