null Beeld

Dagboek van Anne-Wil: “Er kriebelt iets in mij dat het begin van woede zou kunnen zijn”

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en heeft momenteel geen werk. Als ze samen met Han de kerstboompjes optuigt, dwalen haar gedachten af naar haar broer Jaap.

Column

Anne-Wil

Vrijdag

“Waarom zou je het niet doen?” vraagt Han. “Het lijkt mij een stuk leuker om in een kringloopwinkel te werken dan de hele dag thuis te zitten.” Er kriebelt iets in mij dat het begin van woede zou kunnen zijn. “Je vergeet dat ik de afgelopen tijd de zolder heb leeggeruimd”, zeg ik. “Dat vergeet ik helemaal niet, maar daar ben je nu mee klaar. Dus wat nu?” antwoordt Han rustig. Ik ken deze toon. Hij voelt aankomen dat ik ergens kwaad om word en begint bij voorbaat al te sussen. Alsof ik een klein kind ben en hij de vader.

Han kijkt me onderzoekend aan. “Anne-Wil, ik probeer je niet te betuttelen, ik denk alleen een beetje met je mee.” “Toch vreemd dat jij altijd met mij wilt meedenken. Wanneer kan ik eens met jou meedenken? Bijvoorbeeld hoe je met je vrouw moet omgaan”, zeg ik. Han zucht. Dat is de druppel. “Al wil ik de rest van mijn leven hier op de bank blijven zitten, dan moet ik dat zelf weten!” Ik ben al bij de deur voordat hij kan reageren, en dat doet me goed. Ik doe de kamerdeur rustig achter me dicht – een flinke zelfoverwinning – en loop naar boven. Daar ga ik op de rand van ons bed zitten.

Geen idee waarom de opmerking van Han ineens zo verkeerd viel. Zo erg was het nou ook weer niet wat hij zei, hij zegt het alleen zo vaak: “Moet je niet weer eens solliciteren?” “Moet er niet weer eens iets aan de tuin worden gedaan?” “Waarom zou je niet als vrijwilliger bij de kringloop gaan werken, je hebt toch niets anders te doen…” De eerstvolgende keer dat hij op zondagavond voetbal zit te kijken, vraag ik of hij niets nuttigers te doen heeft. Of hij zich misschien verveelt? Of hij wel genoeg werk heeft? Dat zal ’m leren.

Als ik weer beneden kom, zit Han achter de krant. Ook zo lekker nuttig, denk ik. Hij kijkt op en lacht naar me. Die lach van hem, waarvoor ik ooit zo ben gevallen. Ik lach terug, terwijl ik dat eigenlijk niet wil. Hij staat op en slaat zijn armen om me heen. “Doe jij maar lekker wat jij wil”, zegt hij. “Ik ben een beetje een ouwe zeur aan het worden.” “Zeg dat wel”, zeg ik. Het is toch wel heel plezierig, zijn armen om me heen.

Zondag

Gisteren hebben we twee kerstboompjes gekocht. Ze staan aan weerszijden van de haard. Heerlijk, die geur van hars en dennengroen. Kunstboompjes komen er hier niet in. Nou ja, later misschien, als het opruimen van uitgevallen dennennaalden ooit te veel werk voor ons wordt.

Terwijl Han worstelt met de verlichting en ik de versiering uit de dozen haal, denk ik aan Jaap en hoe graag hij komende Kerstmis met ons allemaal had willen vieren in een vakantiehuis in Friesland. De teleurstelling op zijn gezicht, toen ik zei dat dat vanwege de coronamaatregelen echt niet kan. In zijn ogen zag ik iets wat veel verder ging dan teleurstelling, maar op dat moment begreep ik het niet. Ik pak een glanzend zilverkleurig kerstklokje en ineens weet ik het: het wordt Jaaps laatste kerst, en hij weet het!

Tekst: Tineke Beishuizen

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden