null Beeld

Dagboek van Anne-Wil: “Het zou me niet verbazen als Jaap niet lang meer leeft”

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en heeft momenteel geen werk. Haar broer Jaap wil pas na de feestdagen zeggen wat er met hem is.

dagboek

Anne-Wil

Zondag

Het is koud op de hei. Mijn dikke sjaal heb ik tot over mijn oren getrokken. Een snijdende wind blaast meedogenloos door mijn haren. Ik ben jaloers op Manon, die een wollen muts draagt. Ze loopt met haar handen diep in de zakken van haar ski-jack en kijkt naar de grond terwijl we praten. Ver voor ons uit rent Arie met een paar andere honden. Nadat we de kerst hebben besproken – rommelig, maar fijn dat Robbert en Wil er toch bij waren – heeft ze het gesprek op Jaap gebracht.

“Mam, wat is er aan de hand met oom Jaap? Het is toch niet normaal zoals hij eruitziet?” Nee, normaal is anders. Maar ondanks de donkere wallen, zijn ingevallen ogen en magere verschijning, straalde hij. Het plan om apart van elkaar bij Anja en Jaap op bezoek te gaan, had goed gewerkt. Ook al had Jaap het liefst de hele familie om zich heen gehad.

“Misschien heeft hij er op deze manier nog wel meer plezier van”, zei Anja toen we samen in de keuken het toetje klaarmaakten. “Zo kan hij meer tijd en aandacht aan iedereen afzonderlijk geven.” “Wanneer gaat hij ons vertellen wat er is?” vroeg ik. “Iedereen ziet dat het niet goed met hem gaat. We kunnen er toch niet over blijven zwijgen?” Anja was even in de deuropening blijven staan, een bordje in elke hand. “Na oud en nieuw”, had ze geantwoord. “En nu wil ik het er niet meer over hebben”, waarop ze zich had omgedraaid en de keuken uit was gelopen.

“Mam, zeg eens iets?” dringt Manon aan. “Het gaat erg slecht met oom Jaap. Wat er aan de hand is, horen we na de feestdagen. Hij wil er nu niet over praten. Het zou me niet verbazen als hij niet erg lang meer leeft”, zeg ik. Het is lang stil naast me. Als Arie naar ons toe komt rennen, zegt ze zacht: “O mam, wat erg…” Zwijgend lopen we verder.

Woensdag

De hele dag hoor ik wel ergens vuurwerk knallen. Bij het winkelcentrum zie ik steeds jongeren schichtig om zich heen kijken en vervolgens een paar rotjes afsteken. Van Manon hoor ik dat Arie van elke knal achter de bank duikt. Dit is geen fijne tijd voor dieren.

Donderdag

Han en ik zijn samen op oudejaarsavond. De dagen na Kerstmis waren gevuld met bezoekjes aan zijn familie. De bezoekjes waren warm en gezellig en het was fijn om elkaar weer te zien. Maar nu hebben we het een beetje gehad met de visites. Een oudejaarsavond met z’n tweetjes is precies wat ik nodig heb.

We kijken naar vrolijke televisieprogramma’s en ineens is het twaalf uur. Nadat we elkaar al het goede hebben gewenst, staan we nog lang met onze armen om elkaar heen. Mijn gedachten dwalen af. Wat zouden Jaap en Anja tegen elkaar gezegd hebben toen de klok twaalf sloeg?

Tekst: Tineke Beishuizen

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden