null Beeld

Dagboek van Anne-Wil: “Ik hoor Wil fluisteren dat Stelios alweer een nieuwe liefde heeft”

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Ze heeft zin in de vakantie met haar dochter en kleindochter, maar haar hoofd is bij kleinzoon Robbert.

Vrijdag

“We komen je dus morgen om een uur of twaalf halen”, zegt Manon. “Eerder heeft geen zin, we kunnen toch niet vóór twee uur in het huisje. Dan hebben we nog tijd om boodschappen voor het weekend te doen. Ben je al klaar met pakken?” Het is de derde keer deze week dat ze belt. Steeds dezelfde mededeling in iets andere bewoordingen.

Ik weet dat de werkelijke reden van haar telefoontjes niet ons uitje naar de Veluwe is, maar wat er afgelopen zaterdag gebeurde toen Robbert zijn eindexamenborrel voor de familie hield. En ja, daar komt het: “Kun jij het uit je hoofd zetten, mam?” “Nee”, zeg ik. “Nog steeds niet.” Weer zie ik voor me hoe Robbert daar in de gang stond. Vlak daarvoor was hij nog dolblij met zijn diploma en genoot hij volop van zijn feestje. Een kwartier later stond daar ineens een volwassen man in de gang, die op een onverwacht moment knock-out was geslagen.

“Manon”, zeg ik, “we moeten erover ophouden. We gaan straks met Wil op vakantie. Ik vind dat we nu moeten afspreken dat we het dan niet meer over Robbert gaan hebben.” “Wil heeft het er ook zo moeilijk mee”, zegt Manon, alsof ze niet heeft gehoord wat ik zei. “Dat weet ik”, zeg ik. “Maar we helpen er niemand mee door erover te blijven praten. Robbert begint straks aan een heel nieuw leven, als hij gaat studeren in Amsterdam. Ja, hij zal best nog een tijdje kapot zijn van de breuk met Stelios, maar er gaan zo veel nieuwe dingen op hem afkomen. Zo moet hij op zoek naar een kamer, dat zal niet meevallen. En nu is hij een paar dagen fietsen met Joris, dus geen tijd om te kniezen. Hij redt het echt wel. Wij moeten het ook van ons afzetten, anders is onze vakantie bij voorbaat al verknoeid.”

Als we hebben opgehangen, heb ik toch weer die beelden op mijn netvlies. In gedachten hoor ik Wil weer fluisteren dat Robberts vriendje Stelios een nieuwe liefde heeft. Hij maakte het uit op het moment dat Robbert hem vertelde dat hij in aantocht was. Hoe bedenk je het? Robbert duwde Han en mij vervolgens opzij en zei: “Het gaat niemand wat aan.” De rest van de middag was een nachtmerrie met een Robbert die te veel dronk, te hard praatte, te luid lachte. We voelden ons allemaal steeds ongemakkelijker. Ruim een uur later stond hij over te geven achter in de tuin. Je kunt als moeder hopen dat je kind met zijn ellende bij jou komt om erover te praten, maar meestal werkt het niet zo. ‘Zelf doen!’ is een gevleugelde uitspraak van kleine kinderen. Hoe ouder ze worden, hoe meer ze dat in praktijk brengen.

Zaterdag

Ik ben vroeg opgestaan. Mijn koffer is gepakt, zo veel valt er ook niet mee te nemen. Wat kleren voor elk weertype en een paar boeken. Al hoop ik dat het zo gezellig wordt, dat ik niet aan lezen toe zal komen. Han en ik drinken nog een kop koffie in de tuin. “Heb je er zin in?”, vraagt hij. “Eigenlijk wel”, zeg ik, en daar moet hij om lachen. “Dat klinkt nog eens enthousiast!” Als we een paar uur later bij de auto van Manon staan, slaat hij zijn armen om me heen. “Heb het fijn!”, zegt hij zacht. “Ik zal je missen!”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden