Anne-Wil 37 Beeld
Anne-Wil 37

Dagboek van Anne-Wil: “Ik zwijg en word al moe van het idee dat ik naar de schuur moet lopen”

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Ze is wel erg dol op haar luie stoel en Han maakt zich zorgen.

Vrijdag

Han heeft de weekendboodschappen gedaan. Tot voor kort was een tocht naar de supermarkt een soort uitstapje. Nu er weer een heleboel dingen mogen, heeft boodschappen doen zijn aantrekkelijkheid voor mij verloren. Ik vind het prima als Han ze doet. Hij vindt het net zo prima om zonder mij te gaan. “Dat eindeloos etiketten lezen van jou kost zeeën van tijd”, vindt hij. “We zijn niet in de bibliotheek! Bovendien kopen we altijd te veel als jij meegaat.” Daar heeft hij een punt. Zet ergens ‘Twee voor de prijs van één’ op en je hebt me. “Dan hoef je er toch niet meteen víer van te kopen?!” roept Han dan. Voor mijn argument – “Dan heb ik er vier voor de prijs van twee!” – is hij totaal ongevoelig. Dat Han de boodschappen doet, bevalt me daarom opperbest.

Ik ga nog wat meer onderuit zitten in mijn luie stoel. Ik zit hier de laatste tijd steeds vaker, ik heb toch niets anders te doen. “Hé, hállo!” Han staat in de deuropening. “Zou je niet eens komen helpen?” Ik kom overeind. Han heeft zich alweer omgedraaid. In de keuken bergen we zwijgend de boodschappen op. Als we klaar zijn, haast ik mij terug naar mijn fijne stoel. “Ga je nu alweer zitten?” Opnieuw staat Han in de deuropening. “Nou, én?” antwoord ik. Hij blijft ernstig naar me kijken. “Sorry Anne-Wil, je beweegt steeds minder. Vroeger was je uren in de tuin bezig als je tijd had. Je ging met Carolien een eindje fietsen, shoppen of we ondernamen samen iets. Maar de laatste tijd ben je bijna niet meer in beweging te krijgen.”

Ik zwijg. Ik word al moe van het idee dat ik naar het schuurtje moet lopen om tuingereedschap te pakken en daarna gehurkt onkruid te moeten wieden. Een gedachte flitst door me heen. “Vind je soms dat ik dikker word?” vraag ik uitdagend. Ik negeer de wetenschap dat ik vanmorgen nog mijn lievelingsvestje opzij gehangen heb omdat het te krap zit. “Natuurlijk ben je dikker aan het worden”, zegt Han. “Maar daar gaat het mij niet om. Ik maak mij zorgen om je. Dat deed ik ook toen de boetiek door de pandemie was gesloten, toen zat je ook de hele dag maar in die stoel. Ik zie het weer die kant op gaan, nu je geen baan meer hebt.” “Nou én?” zeg ik nog maar eens. Han zucht. “Ik zou zo graag willen dat je meer gaat bewegen, en vooral dat je daar plezier in krijgt.” Ik kijk hem sprakeloos aan. Bewegen en plezier in één zin, hoe krijgt hij het bedacht?

Zaterdag

De woorden van Han laten me niet los. Als iemand weet dat ik niet goed bezig ben, dan ben ik het zelf wel. Hij heeft gelijk en tegelijkertijd ben ik nijdig, omdat hij erover is begonnen. Alsof ik niets anders aan mijn hoofd heb. Als ik weer werk heb, komt het vanzelf goed, denk ik. Het enige wat ik nodig heb, is een baan.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden