null Beeld

Dagboek van Anne-Wil: “Met een spierwit gezicht leunt Robbert tegen de muur”

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Kleinzoon Robbert is geslaagd voor zijn eindexamen.

Vrijdag

Ik kijk naar mijn kleindochter, die onderuitgezakt tegenover mij aan de keukentafel zit. Alles aan haar straalt tegenzin uit. Dat de gedachte aan een weekje vakantie met haar moeder en oma nog steeds zo veel weerzin bij haar opwekt, doet me pijn. Zo’n verschrikkelijk gezelschap zijn Manon en ik toch ook weer niet. “Ik moet erover nadenken”, zei ze, toen ik vorige week met het plan kwam. Dat denken heeft kennelijk niet veel veranderd.

“De Veluwe, hoe bedenken ze het?!” hoor ik haar zachtjes mompelen. “Ik denk dat het goed zal zijn voor ons alle drie”, zeg ik nog maar eens. Ik begin er inmiddels zelf ook steeds minder zin in te krijgen. Als het op zo’n manier moet. “Natúúrlijk oma! We zullen er alle drie enorm van opknappen. Waarom gaan jullie niet gezellig met Titia, daar is iedereen toch zo dol op!” Ineens heb ik er genoeg van. “Willeke! Zeg gewoon of je wel of niet meegaat. De rest van je verhaal weet ik zo langzamerhand wel.” Ze kijkt me geschrokken aan en antwoordt vervolgens: “Oké, als het dan echt zó belangrijk is voor jullie, offer ik wel een week van mijn leven op!”

Zaterdag

Het is al gezellig als Han en ik bij Manon aankomen. Een vrolijke Robbert staat met een flesje bier in z’n hand in de tuin. Geslaagd! Ondanks de nog altijd geldende coronamaatregelen, had de school iets feestelijks weten te maken van de diploma-uitreiking. Nu een klein feestje in de tuin met wat familie en vanavond nog iets met zijn vrienden. Het is ook niet niks, na alle twijfel of hij het wel of niet zo halen. Zijn diploma mag zeker worden gevierd. Engelien en Bart zijn druk in gesprek met Boy en Philomena. Klaartje en Lonneke spelen met Arie op het gras. Terwijl we naar Manon lopen, zie ik Dorien en Otto het terras op lopen. Dat was nog even een dingetje, uitnodigen of niet, maar familie is familie.

In de schaduw, tegen de muur van de schuur, staat een tafel met drankjes en hapjes. Robbert straalt als we hem zijn cadeau geven. In de envelop met grote strik zit een mooi bedrag om straks in Griekenland, samen met zijn vriendje Stelios, te besteden aan leuke dingen. Van Manon en Boy heeft hij een retourticket Griekenland gekregen. Ik heb begrepen dat hij over een paar dagen vertrekt. Als ik Joris een beetje verloren in een hoekje zie staan, loop ik naar hem toe om hem te feliciteren. “Ik zal hem niet vaak meer zien”, zegt hij somber. “Waarom zou hij nog thuiskomen als hij een kamer heeft in Amsterdam? En straks is Wil ook weg.”

“Dat duurt nog wel even”, zeg ik bemoedigend. Ik kijk opzij en zie Robbert naar binnen lopen, een grote lach op zijn gezicht, telefoon in zijn hand. “Hij gaat Stelios bellen om te vertellen dat hij bijna onderweg is naar Griekenland”, zegt Manon, die bij ons komt staan. Een paar minuten later komt Wil naar buiten gerend. Ze kijkt bedrukt, alsof ze tegen haar tranen vecht, wenkt Manon en gaat weer naar binnen. Joris en ik lopen verbaasd achter Manon aan. In de gang staat Robbert met een spierwit gezicht tegen de muur geleund. Hij kijkt naar ons alsof hij ons niet echt ziet. “Robbert!”, roept Manon. Hij maakt een afwerende beweging. Ze blijft midden in de gang stilstaan en staart naar haar zoon. Het is Wil die de stilte verbreekt. “Stelios heeft het uitgemaakt”, zegt ze zacht. “Hij heeft een ander.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden