null Beeld

Dagboek van Manon: “Heeft Titia een snotneus, koorts of corona?”

Manon schrijft in haar dagboek over haar moeder, gezin, vriendinnen en werk bij de plaatselijke krant. Met haar ex Joris kreeg ze Robbert en dochter Willeke, nu pubers. Ze heeft een relatie met de veel jongere Boy, de vader van baby Titia.

Column

Manon

Woensdag

Op de redactie zijn veel zieken en Victor verwacht dat iedereen een tandje bijzet. Ik moet vijftien korte interviews schrijven voor het jaaroverzicht. Ik bel met de eigenaresse van een bed and breakfast, die is ondergelopen toen de Geul overstroomde. Ik probeer meteen uit te tikken wat ze vertelt – dat scheelt me straks veel tijd als ik het interview ga uitwerken.

“Het was verschrikkelijk. Het water denderde de heuvel af. Binnen vijf minuten stond de tuin onder en had het de entresol bereikt. Die gebruikten we als ontbijtruimte; de stoelen en tafels dreven rond, het servies was weggespoeld. Ik ben niet snel van slag. Ik dacht: als het water weg is, dan ruimen we alles op en beginnen we opnieuw. Maar dat viel toch tegen.” Ze verhaalt over de stinkende blubber, de vernielde tuin, gedoe met verzekeringen en haar huwelijk dat onder druk kwam te staan. Dan wordt er op de deur geklopt.

Boy steekt zijn hoofd om de hoek: “Kun jij Titia even bij Mia ophalen? Ze voelt zich niet lekker en ik moet nu naar een cliënt.” En bam, de deur is alweer dichtgegooid.

Verdorie, waarom overlegt hij niet even? Hij weet toch dat ik superdruk ben? En wat betekent ‘niet lekker’? Heeft Titia een snotneus, koorts of corona?

Er razen zo veel gedachten door mijn hoofd, dat ik niet heb gehoord wat de vrouw zojuist zei. Ik moet vragen of ze het nog een keer wil herhalen. Heel vervelend nu het over haar bijna-scheiding gaat. Een halfuur later bel ik bij Mia aan om Titia op te halen. Ze doet open met Titia op haar heup, die rood omrande ogen heeft van het huilen. “Mama.” Ze strekt haar mollige armpjes uit en ik neem haar in mijn armen, ruik haar zoete geur.

“Als ik bel is het wel de bedoeling dat je meteen komt”, zegt Mia vermoeid. “Titia is de hele dag al niet lekker. Eigenlijk ben ik verbaasd dat jullie haar gebracht hebben. De afspraak is dat kinderen met een snotneus thuis blijven. We willen niet dat iedereen straks ziek is.”

Ik wil van alles terugzeggen. Dat Titia vanochtend nog prima leek; dat bij kleintjes een snotneus niets zegt – even huilen leidt al tot gesnotter; en dat ze wel erg snel belt om Titia te komen ophalen, afgelopen week zelfs twee keer. Maar ik houd mijn mond, omdat we dolblij moeten zijn dat we überhaupt opvang hebben. Ik help Titia in haar jasje, laarsjes en muts en neem haar mee. Werken gaat nu niet meer lukken, dus dat stuk moet ik vanavond maar afmaken.

Vrijdag

Wat voel ik me belabberd. Gisteren een enorme ruzie met Boy gehad over wie wat wanneer doet in het huishouden. Daarbij zijn heel nare woorden gevallen. Hij noemde mij chagrijnig, verkrampt en somber, ik hem egoïstisch en onverantwoordelijk. Meestal maken we het goed voordat we gaan slapen, maar nu lagen we op de rand van het matras met onze ruggen naar elkaar toe. Ik heb nauwelijks geslapen, het is zo vol in mijn hoofd. Ik piekerde over de ruzie en mijn werk, of Titia nu corona heeft of gewoon een verkoudheidje en wat we gaan doen met kerst.

Het plan was om de kerstdagen met de hele familie in een groot huis door te brengen, maar tante Anja en oom Jaap hebben dat gecanceld vanwege corona. Toen zei Boy dat hij absoluut Eerste Kerstdag naar zijn moeder wil, kondigde Wils aan dat ze zich nergens op wil vastleggen, en appte Robbert dat hij misschien wel helemaal niet komt, omdat ze een nieuwe exposite aan het inrichten zijn.

Niemand zei: ‘Kom, we gaan het deze kerst met z’n vijfjes thuis gezellig maken.’ En daar ben ik heel verdrietig over.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden