null Beeld xx
Beeld xx

Dagboek van Manon: “Robberts ogen flikkeren van woede: ‘Mam, ik wil dit niet meer horen’”

Manon schrijft in haar dagboek over haar moeder, gezin, vriendinnen en werk bij de plaatselijke krant. Met haar ex Joris kreeg ze zoon Robbert en dochter Willeke, nu pubers. Ze heeft een relatie met de veel jongere Boy, de vader van baby Titia.

Dagboek #46

Zondag

De hele week was Robbert zijn verhuizing aan het voorbereiden. Hij vulde dozen met dingen die mee moesten naar Amsterdam en zette ze klaar in de gang. Elke keer als ik erlangs liep, voelde ik een steek in mijn hart. Vandaag gaat het dan echt gebeuren. Boy heeft van een vriend een bus geleend en daar gaan Robberts dozen, bed, een boekenkast en een klein bankje in. Het past makkelijk, want de bus is groot en zo veel heeft hij niet. Dan is het tijd voor afscheid. Robbert haalt Titia uit de box, houdt haar in de lucht tot ze giechelt en zegt: “Tot gauw, Tietje, en niet te snel groeien.” Daarna geeft hij Wils een knuffel en zegt vaderlijk: “Als er iets is, weet je me te vinden.” “En dat geldt natuurlijk ook voor jou”, antwoordt ze. Die twee zien er zo lief uit dat de tranen in mijn ogen prikken. Niet aan toegeven, straks ben ik de hele dag aan het huilen.

Claxonconcert
In de bus nemen we met z’n drieën plaats op de voorbank. Wat zitten we lekker hoog! Als Boy wegrijdt, mist hij op een haar na de kliko van de buren. Vervolgens zet hij een zender met Nederlandstalige hits op en tot we in Amsterdam zijn zingen we mee. Over grachten met toeristen, langs snelle fietsers en wegopbrekingen, laveert hij de bus naar de galerie. Er is geen parkeerplek te vinden en daarom rijden we nog een rondje. Dan is er nog steeds geen plek vrij en dus stopt Boy midden op straat en zet de alarmlichten aan. Onmiddellijk begint achter ons een auto te toeteren. “We laden alles snel uit en daarna parkeer ik de bus”, zegt hij. Terwijl we bezig zijn, wordt de rij auto’s achter ons langer en klinkt er een steeds luider claxonconcert. Na een kwartier zijn we klaar en rijdt Boy weg. Robbert en ik ploffen op het bankje en kijken naar de gracht, waar een rondvaartboot voorbij vaart. De toeristen aan boord maken foto’s, ook van ons. Ik zwaai naar ze.

“Je hebt wel ongelofelijk veel geluk dat je hier kunt wonen. En je betaalt ook nog nauwelijks huur.”

“Er is geen douche, hè. En ik pas natuurlijk op de galerie.”

“Je weet toch wel zeker dat Nelson geen andere bedoelingen heeft?”

Robberts ogen flikkeren van woede. “Mam, ik wil dit niet meer horen. Je bent zo paranoïde als het over Nelson gaat. Hij is een prima vent, die het leuk vindt om een jonge kunstenaar te helpen. Meer is het niet. Door jouw rottige insinuaties krijgt zijn vriendelijke gebaar iets viezigs en daar baal ik ontzettend van.” Hij staat op en kijkt in de verte. “Daar komt Boy al aan.”

“Lieverd, het spijt me.” Hij haalt zijn schouders op.

Tranen
Zodra Boy er is, brengen we de spullen naar zijn kamer. Groot is het niet, maar het uitzicht op de gracht is fantastisch. “Je hoeft geen tv meer te kijken”, zegt Boy. “Je zet gewoon een stoel voor het raam.” Als de meubels op hun plek staan, ziet het er al best gezellig uit. “Zullen we je helpen met uitpakken?”, vraag ik. Dat wil Robbert niet en dus nemen we afscheid. Wanneer we elkaar omhelzen zegt hij: “Je moet een beetje vertrouwen in me hebben, mam.”

Mijn keel zit zo dicht dat ik er met moeite uitpers: “Dat heb ik ook, lieverd.” Boy geeft hem een boks en even later staan we weer buiten. Ik tuur naar Robberts raam, maar hij zwaait ons niet uit. Te druk met uitpakken natuurlijk. In zijn handen wrijvend zegt Boy: “Laten we gezellig de stad in gaan, misschien kunnen we ergens een hapje eten. We zijn er nu toch.” Dan barst ik in tranen uit.

Lees hier ook de verhalen van Willeke & Anne-Wil.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden