null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Dagboek van Willeke: “Als ik hem aankijk kan ik alleen maar glunderen”

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere woensdag houdt ze een dagboek bij voor Libelle.

Vrijdag 8 januari

Na school - als het nog school te noemen valt - sta ik op de hoek van onze straat te wachten. Krampachtig houd ik mijn telefoon vast. Ik haal hem opnieuw uit mijn zak. Zes over drie. Floris, de jongen met wie ik niets gemeen heb en die ineens wilde afspreken, zou me hier ophalen. Ik moest me écht dik inpakken, zei hij. Ik begin te denken dat er een uitgebreide grap met me wordt uitgehaald als ik een scooter hoor. Ik moet lachen als ik zie dat het Floris is, op een potsierlijke witte Vespa.

“Wat?!” roept Floris onder een blauwe muts vandaan.

“Is die scooter van je zus?” zeg ik, en het klinkt gemeen. Ai. Niet meer gemeen doen.

“Is het dametje niet tevreden met het gebodene?” lacht hij. “Hier, zet op.” Hij geeft me een helm.

“Moet jij geen helm?” zeg ik.

“Ach, mij kunnen ze wel missen.”

Zodra ik achterop stap stuift de scooter weg, en ik begrijp meteen waarom ik me dik moest inpakken. De wind snijdt dwars door mijn sjaal, mijn jas, en mijn trui. “Koud!” gil ik.

“Ja, he? Je moet dichterbij, dat scheelt!” roept hij over zijn schouder.

Verlegen sla ik mijn armen om zijn middel en leg ik mijn wang tegen zijn rug. Zo rijden we minutenlang, en we zeggen niets. Het is een heldere dag. Ik kijk naar de huizen, de auto’s die voorbij schieten, en ik voel de warme rug van Floris door zijn jas heen.

“Waar gaan we eigenlijk heen?” roep ik na een tijdje.

“Dat zie je nog wel! Hou je het uit daar?”

“Ja hoor,” zeg ik, en ik leg mijn hoofd weer neer.

Ik kan niet zeggen hoe lang het duurt, maar na een eeuwigheid tegen die rug houdt de wereld op. Dat wil zeggen, we bereiken een duinlandschap, en in de verte glinstert de zee. Houterig stap ik van de scooter en ik kijk mijn ogen uit. Floris parkeert de scooter en loopt dan voor me uit.

“Nog even stevig lopen, oke? Het wordt zo snel donker.” zegt hij.

We doorkruisen de duinen op een pad dat omhoog helt en dan weer omlaag duikt. Spookachtige naaldbomen en wuivende grassen ritselen in de wind. Opeens staat Floris stil, en hij legt een hand op mijn schouder. Stil zijn, gebaart hij, en hij wijst: herten. Grote bruine ogen kijken ons aan op nog geen vijf meter afstand. Ik kijk naar Floris, die vertederd naar de herten kijkt. Hij haalt een appel uit zijn zak en hapt er een stukje af, haalt het uit zijn mond en gooit het naar het dichtstbijzijnde dier, dat zonder aarzelen bukt om het op te eten.

Zo wandelen we verder. Als het strand dichterbij komt wordt de wijde lucht roze, de zon begint al te zakken. Zodra mijn laarzen het zand raken neemt instinct over en ren ik naar het water. De zee! Het strand is vol met lachende, pratende mensen, baby’s in een bonte ruimtepakken, en uitzinnige honden die de zee in rennen om er rillend maar dolgelukkig weer uit te komen.

Floris staat ineens naast me in de branding en als ik hem aankijk kan ik alleen maar glunderen. Zijn neus is rood van de kou, de lucht staat in lichterlaaie, en de meeuwen zweven als vliegers boven ons. Hij legt een gehandschoende hand op mijn wang en hij kust me. Het is een onhandige, korte, ijskoude kus, maar eventjes denk ik helemaal nergens anders aan.

Dan laat hij me los. “Ja. Eh. Kom, we gaan ergens chocolademelk halen.”

Hij loopt voor me uit, de zonsondergang tegemoet.

Het dagboek van Anne-Wil (oma Willeke) kun je op Libelle Premium lezen >

Of neem een abonnement op het exclusieve dagboek van Manon dat je per e-mail ontvangt:

Tekst: Charlotte Remarque. Beeld: iStock.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden