null Beeld

Dagboek van Willeke: “Dichterbij een gesprek over ons zijn we nog nooit gekomen”

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere week houdt Willeke een dagboek bij voor Libelle.

Donderdag 26 maart

Ik kan er niet omheen. Floris moet een keertje mijn familie ontmoeten. Morgen na school dus. Ik ben doodnerveus, en wel hierom:

  1. Het is mij totaal onduidelijk of we nou vriendje-vriendinnetje zijn of niet. De geruchten die ik over Floris hoor, zouden het einde kunnen betekenen van ons, dus ik kan er niet over beginnen tegen hem.
  2. Zo van buitenaf bekeken is mijn gezinssamenstelling … ontraditioneel. Ik ben er inmiddels aan gewend, maar papa die weg is, mama die net bevallen is, mama’s jonge vriend, de baby, mijn broer die in de schuur woont, en de logeeroma die hier de boel terroriseert, vormen een ratjetoe. Wat zou Floris daarvan vinden?
  3. Wat zou hij vinden van ons huis? Door zijn ogen is het vast klein, donker en gewoontjes. Ik probeer niet al te veel over geld na te denken, maar de familie Meijerinck is echt astronomisch rijk vergeleken met de mijne, en zij wonen in een enorm glazen terrarium.
  4. En wat zou mijn familie van Floris vinden? Robbert is de laatste tijd allemaal cynische vroegwijze dingen over mannen aan het zeggen (“het enige dat een man je kan geven is een blaasontsteking, begin er niet aan, Wils”) omdat hij ruzie heeft met zijn langeafstandsvriendje. Dus die zal wel geen fan zijn. Mama is natuurlijk hoe dan ook huiverig, want de vorige twee jongens waar ik verliefd op was, bleken respectievelijk een klootzak en een homo.

Vrijdag 27 maart

Op de fiets praat ik honderduit. Ik ben langs het huis van Floris gefietst om hem op te halen en we ploeteren door de wind naar mijn huis.

“Philomena is er ook. Let niet teveel op haar, zij is tijdelijk. Robbert doet misschien chagrijnig tegen je, dat is niet jouw schuld, zo is hij soms. En Tietje, ik bedoel Titia, als ze over je heen kotst, je kunt vast wel iets lenen van Rob. En mama…”

“Dat komt toch wel goed, Wilsie. Jij kunt het toch hartstikke goed vinden met mijn pa? Ik ben ook leuk met ouders.” Hij lacht z’n lieve scheve lach. Leuk met ouders. Bedoelt hij schoonouders? Hoe veel schoonouders zou hij al hebben gehad? Voor het huis komen we tot stilstand. Ik doe mijn jas open en hijg na van het fietsen. “Ik bedoel gewoon… Sorry als het een rommel is. Of als ze raar doen. Volgende keer gaan we weer bij jou.”

Hij zet zijn fiets tegen de heg, glijdt met zijn armen mijn regenjas in en aait me over mijn klamme rug. Dan drukt hij een kus op mijn voorhoofd. “Rustig. Ik vind jou leuk, dan vind ik je familie ook leuk. Stresskipje van me.”

Ik vind jou leuk. Dichterbij een gesprek over ons zijn we nog nooit gekomen. Dit is het moment natuurlijk. Om te vragen of we nou een stelletje zijn. En waarom we dan nooit méér met elkaar doen dan een beetje kussen. Of het waar is dat hij wél meer doet met andere meisjes. Maar Floris loopt voor me uit de tuin in, en het moment is voorbij. Hij trekt een gekke bek naar me en klopt op de deur. Vanuit het raampje in de schuur zie ik Robs hoofd nieuwsgierig naar buiten kijken. Het is zo typisch Robbert dat ik moet lachen, en ik loop ietsje vrolijker achter Floris aan. Ik zal hem meteen mijn zusje laten zien.

Het dagboek van Anne-Wil (oma Willeke) kun je op Libelle Premium lezen >

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden