Willeke #38 Beeld Libelle
Willeke #38Beeld Libelle

Dagboek van Willeke: “Een moeder hebben zij en Floris nooit gehad”

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere week houdt ze een dagboek bij voor Libelle.

Dagboek #38

Woensdag 18 augustus

In de vroege uurtjes lig ik wakker naast Floris. Ik heb hem niet kunnen spreken over wat zich afgelopen avond heeft afgespeeld. Bijna twee uur lang werd ik binnen in het restaurant bezig gehouden door Aad en zijn kennis van de Corsicaanse keuken. Het was geweldig interessant, maar ik kon alleen maar denken aan Floris en zijn zus Annemarijn, die buiten op het terras tegenover een vrouw zaten die ze blijkbaar maar eens in het jaar zien. Hun moeder.

Toen Aad en ik het restaurant verlieten was de vrouw alweer weg. Annemarijn en Floris zaten allebei onderuitgezakt op hun telefoon. Ik had duizend vragen maar ik wachtte tot we weer op de boot waren. Eenmaal op onze kamer vroeg ik Floris of dat zijn moeder was. Hij knikte.

“Ik ben nogal moe, oke? Zullen we gewoon slapen? Of jij mag nog opblijven als je wil.” En binnen twee minuten lag hij roerloos met zijn rug naar me toe.

Nu woel ik al uren in een verhitte halfslaap, mijn buik onrustig van de wijn die ik hier mag drinken, mijn hoofd onrustig omdat Floris zo weinig over zichzelf loslaat. De slaapkamer benauwt me. De zeelucht doet me misschien goed. Ik sla een kamerjas om en loop het trapje op. Het wordt al bijna licht, de lucht is ijl en grijs. Ik ben niet als enige wakker. Op het dek staat Annemarijn.

Ze rookt een sigaret en haar meestal zo onberispelijke haar en make-up zijn warrig. Ze ziet eruit als een pop die iemand in de hoek heeft gegooid.

“Ik wist niet dat jij rookte!” zeg ik verbaasd, en het klinkt meteen als het verkeerde om te zeggen. Ze kijkt me dan ook vernietigend aan. Ik houd mijn mond en ga naast haar staan, sla mijn kamerjas zorgvuldiger om me heen tegen de koude ochtendlucht. Annemarijn gooit haar peuk in de zee en even zeg ik een schietgebedje voor de vissen.

“Jij dacht vast dat je de enige was met een fucked up familie,” zegt Annemarijn.

“Ik heb geen -”

“Je snapt wat ik bedoel,” zucht ze. Ik denk dat dit het moment is om meer te weten te komen.

“Woont jullie moeder hier?”

“Ze woont overal en nergens. Het is altijd weer een hele gok of we haar te pakken krijgen in de vakantie. Naar Nederland komt ze niet meer.”

“Wanneer…”

“Ze is al weggegaan toen ik zes was en Floor zeven. Met een of andere Franse graaf.”

Dan komt ineens alles tegelijk naar buiten. Hun moeder, Frederique, was Aad’s tweede vrouw. Ze was van zeer sjieke komaf en had haar eigen geld, dus ze moet echt verliefd zijn geweest op Aad. Maar ze was jong toen ze kinderen kreeg en werd diep ongelukkig. Op een feest kwam ze een andere man tegen. Toen Aad een weekend met de kids naar opa en oma was, is Frederique met hem vertrokken en nooit meer teruggekomen. Ook de Franse graaf verliet ze na een jaar, en ze begon aan een bewogen jetsetbestaan. Officieel doet ze iets met liefdadigheid, maar in de praktijk zwiert ze vooral rond op feesten en veilingen waar torenhoge bedragen over de balk worden gesmeten. Ze verzamelt en verslijt interessante mannen en ziet de kinderen alleen op hun verjaardag.

Ik luister naar Annemarijns schorre stem. Ze kan goed vertellen. Ik weet niet wat ervan waar is, wat ze van haar vader heeft gehoord en wat ze heeft aangedikt, maar één ding is duidelijk: een moeder hebben zij en Floris nooit gehad.

Zondag 22 augustus

Buiten de terminal in de stortregen stapt een bekende figuur uit de auto. Ik laat mijn koffer staan en ren op hem af. Boy! Hij is mijn vader niet, en er zit een beetje babykots op zijn shirt, maar hij is er wel voor ons. Ik omhels hem gretig. Ik ben thuis.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden