Willeke Beeld Libelle
WillekeBeeld Libelle

Dagboek van Willeke: “Ik slik. Floris heeft zoals altijd helemaal niets gehoord”

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere week houdt ze een dagboek bij voor Libelle.

Dagboek #36

Maandag 9 augustus

Met mijn hart in mijn keel kijk ik uit over de zee, die vlak onder me beweegt. De vlucht heeft voor mijn gevoel maar een uurtje geduurd, maar dit is dan ook het comfortabelste vliegtuig waar ik ooit in heb gezeten. Ik kan mijn benen zo ver voor me uit strekken als ik wil zonder de stoel voor me te raken. Dat is maar goed ook, want in die stoel zit Floris’ zus Annemarijn, met wie ik het onder geen beding aan de stok wil krijgen deze vakantie.

Ik sluit even mijn ogen en denk aan Lotte, aan de Groene Panda’s, onze klimaatactiegroep. De liters kerosine die er verspild worden. Ik sta nog steeds achter al die idealen. Waarom voelde het dan zo goed om dit privévliegtuig in te stappen? “Nou, privé, privé, het is maar een leasebakkie van het bedrijf hoor!” Dat zei Floris’ vader toen ik met uitpuilende ogen het vliegtuig in stapte. Floris kneep toen even in mijn hand en rolde met zijn ogen. Hoe gewend hij ook is aan deze overdaad, hij begrijpt dat zijn familie niet normaal is. Dat dit voor mij net zo goed een ruimteschip had kunnen zijn.

In de stoel voor me zit Annemarijn te kibbelen met haar vader. Ze wil halverwege de vakantie de meiden van het hockeyteam over laten vliegen om haar verjaardag te vieren. Zelfs Aad vindt dat een beetje te extravagant. “Mijntje, we vieren het gewoon uitgebreid als we terug zijn. Dan kunnen we deze vakantie een beetje van elkaar genieten!”

“Van elkáár?” sist ze. Ze beseft waarschijnlijk niet dat ik mijn koptelefoon niet meer op heb. “Blijkbaar slepen we Jan en Alleman mee, maar niet mijn beste vriendinnen.” Ik slik. Floris heeft zoals altijd helemaal niets gehoord. Hij kriebelt me in mijn nek en wijst naar buiten, waar het vliegveld van Nice te zien is. Daar zullen we straks landen en naar het zeiljacht gereden worden dat in de haven van Antibes ligt.

Wat ik dacht te weten over boten:

  • Ze zijn krap;
  • Ze dobberen woest op de zee als speelballen van het weer;
  • Je moet er iets met ingewikkelde touwen op doen;
  • Je slaapt er in hangmatten.

Wat ik nu weet over boten:

  • Ze kunnen zo groot zijn dat er een hele bemanning op kan wonen, inclusief een chefkok;
  • Als ze zo groot zijn dan merk je niets van de golven;
  • Een man als Aad hangt uiteraard niet zelf in de touwen;
  • Er passen prachtige crèmekleurige slaapkamers in, bijna zo groot als mijn eigen kamer thuis.

Terwijl ik mijn stapeltje kleren in een van de lades in de slaapkamer leg, komt er een kleine vrouw binnenlopen van middelbare leeftijd. Ze heeft een uniform aan net als de bemanning en de kok. “Oh, I’m sorry miss,” zegt ze. Ik gebaar van kom maar binnen. “Do you need more closet space?” zegt ze, en ze schuift een paneel weg waar nog meer lades achter zitten. Ik schud van nee en wijs naar de schamele stapel. Ze lacht me vriendelijk toe. “Better like this. Warm anyway!

Dan fluistert ze: “Miss Annemarijn brings too many clothes.” Daar moet ik om lachen. Miss Annemarijn brings inderdaad many clothes, meerdere koffers vol.

Die avond

We zitten met z’n vieren op het achterdek. We zijn net weggevaren om aan onze reis te beginnen. De laatste zonnestralen kleuren alles roze, rood, gloeiend en zacht. We hebben heerlijk gegeten. Ik probeer me te concentreren op de schoonheid van dit alles, en niet op het knagende gevoel dat ik hier niet hoor. Dat ik de camping mis. En mijn lieve moeder die gewoon een badpak van de Hema heeft.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden