null Beeld

Dagboek van Willeke: “Ik voel een vreemd mengsel van ergernis en schuldgevoel”

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere week houdt ze een dagboek bij voor Libelle.

Vrijdag 15 oktober

Ik sta voor de grote spiegel in de kamer van Annemarijn. Sinds we samen op vakantie zijn geweest, doet ze niet meer onaardig tegen me in de gangen op school. Ook moet ze inmiddels wel accepteren dat ik in haar aura zit - ik ben al bijna een jaar een belangrijk onderdeel in het leven van haar broertje - maar ik zal nooit kunnen wennen aan haar permanent misprijzende houding.

“Nee, hier ben je ook al te lang voor. Je moet echt zelf betere kleren gaan kopen.”

“Jahaa”, zeg ik. Ik heb geen cent te makken, en dat weet ze. Ik moet echt een bijbaan. Zelfs oma is weer aan het solliciteren. Als ik haar was, zou ik lekker van m’n oude dag gaan genieten.

“We hebben geeneens tijd meer om je haar te doen! Waarom was je er pas zo laat?”

“Ik moest repeteren”, zeg ik en trek Annemarijns witte broek uit die maar tot halverwege mijn kuiten kwam.

“Dat eeuwige gerepeteer van jou ook. Daar kan Floris ook alleen maar over klagen.”

Floris klaagt over mijn repetities? Ik voel een vreemd mengsel van ergernis en schuldgevoel. Inderdaad, ik blijf lang nahangen met de toneelmensen, langer dan nodig, misschien. Maar kan hij mij niet mijn pleziertjes gunnen? Ik ga toch vanavond ook mee naar die hockeyclub van hem?

Ik trek mijn eigen kleren weer aan en besluit dat het me niet boeit wat zijn hockeyvrienden van me vinden. Nog geen halfjaar geleden had ik er alles aan gedaan om indruk op ze te maken. Raar hoe dat gaat.

Die avond staan Annemarijn, Floris en ik op de dansvloer van het hockeyfeest. De dansvloer is eigenlijk een slordig vermomde kantine, waar met slingers en feestverlichting nog iets van is gemaakt. Annemarijn hangt meteen met haar vriendinnen aan de bar om te proberen de barman, iemands oudere broer, wat bier te ontfutselen. Ik laat haar gaan - ik ken mijn grenzen. Dat we schoonzusjes zijn, verandert weinig aan de sociale hiërarchie.

Floris zegt in mijn oor: “Kijk, zie je die jongens bij de deur? Dat zijn dispuutsgenoten van mijn neef. Zij wonen ook op het huis.”

“Óp het huis? Niet gewoon onder het dak?”, grap ik, maar Floris lacht niet.

“Zo zeg je dat bij het corps. Op het huis. Op de sociëteit. Op de club. Als ik daar binnen wil komen, moet ik nu een beetje met ze aanpappen.”

“Waarom moet dat nu al? Je moet nog een jaar middelbare school! Wil je niet dansen?”

Maar hij loopt al op het groepje af dat in de deuropening staat te roken. Ik vraag me af wat studenten bij dit feest te zoeken hebben. Het zal niet weinig te maken hebben met de korte witte rokjes van Annemarijn en haar vriendinnen. Ik volg Floris, want in je eentje dansen is ook weer zo wat.

“Het kwam helemaal z’n neus uit. Téééring goor. Maar goed, hij moest het zelf opruimen. Kotsen is het probleem niet, het wordt pas een issue als iemand het allemaal binnenhoudt.”

Ik besef dat het over ontgroeningen gaat en ik moet moeite doen om geen vies gezicht te trekken. “Wat, eh, waar hebben jullie het over?”, vraag ik. Iedereen trekt zo’n kop van: wie heeft er z’n vriendin meegenomen?

“De wodkawedstrijd is dit jaar een beetje uit de hand gelopen. Een van de sjaars was te snel nokkie gegaan om een barfje te leggen. Ja, dan eindig je in het ziekenhuis natuurlijk. Eigen schuld. Moet je het er maar uit gooien. Ik snap ook niet hoe je niet barft, die stofzuigerslang is hartstikke nasty. ”

Floris lacht smakelijk om dit verhaal en hij is een vreemde voor me. Moet hij dit volgend jaar ook doen, wodka drinken door een stofzuigerslang tot hij erbij neervalt? Waarom is hij zo lief en zachtaardig als we samen zijn, maar zo onder de indruk van dit soort narigheden?

Zondag 17 oktober

Bedrukt kijk ik naar wat er over is van Robberts kamer. Nu mijn kamer. Ik hield me groot toen hij vanmorgen de deur uitging. Ik wil niet dat hij me kinderachtig vindt als ik laat merken hoeveel ik hem ga missen. Ik mag een nieuwe kleur verf op de muur. Een schrale troost. Ik denk dat ik nog maar even in mijn oude kamer blijf

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden