A young woman holds up her hands and screams in rage. Angry girl with flying lightnings over her head isolated on white background. Vector Beeld Getty Images/iStockphoto
A young woman holds up her hands and screams in rage. Angry girl with flying lightnings over her head isolated on white background. VectorBeeld Getty Images/iStockphoto

Dagboek van Willeke: “Jij hebt een borrel verdiend, mama hoeft niks te weten”

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere woensdag houdt ze een dagboek bij voor Libelle.

Zaterdag 19 december

In het kader van 'gezelligheid' in plaats van 'altijd maar zitten mokken op mijn kamer' onderneem ik wat mijn moeder een 'frisse activiteit' noemt. Er zit niets anders op: ik ga met Robbert een kerstwandeling maken. Hij is opgelucht, want heeft zijn laatste toetsen gehad en kan een beetje vakantie vieren. We gaan naar de lichtjes in de winkelstraat kijken en hopelijk ergens een warme chocolademelk scoren. Het is moeilijk om er enthousiasme voor op te brengen nu de winkelruiten grotendeels verduisterd zijn, maar Robbert is in een feestelijke bui, en dat werkt aanstekelijk.

Gearmd tegen de kou benen we door de straat. “Hoe gaat het met Stelios?” vraag ik. Robbert zucht. “Ja, jammer dat ik er niet heen kan, natuurlijk. Ik wilde hem graag opzoeken deze kerstvakantie. Maar goed, volgens mij zijn zijn ouders toch niet echt regenboogvriendelijk, als je snapt wat ik bedoel. Dus we bellen elke dag.” Hij glimlacht. “Volgens mij is hij echt heel verliefd op me.”

“En jij op hem?”

“Ja, hoor. Althans, hoe weet je dat eigenlijk, of je verliefd bent? Maar ik ben gek op hem, en het is leuk als iemand je zo veel aandacht geeft.”

Blijkbaar kijk ik bedrukt, want Robbert richt zijn aandacht op mij: “En jij dan Wilsie? Niemand op het oog?”

“Ja, dag! De jongens op school zijn allemaal sukkels.”

“Oh? Van wie was die brief dan die je een tijdje geleden kreeg?” Hij wiebelt met zijn wenkbrauwen.

Shit, dat hij dat heeft onthouden. “Geen idee,” zeg ik naar waarheid. Het anonieme gedichtje heeft me dagenlang bezig gehouden, maar ik ben te moe en afgestompt geweest om er iets mee te doen. Ik heb het in mijn portemonnee bewaard, en haal het tevoorschijn zodat Rob het kan lezen. “Wat een weirdo, waarom geeft hij niet gewoon zijn nummer? Aah, jij vindt wel iemand anders meis. Oeh, hier kunnen we iets drinken!”

We zijn gestuit op een klein houten kraampje dat drankjes verkoopt. Als we aan de beurt zijn bestelt Robbert twee glühwein, vermomd in bruine koffiebekers. Door zijn lengte en zijn zelfovertuiging wordt hij blijkbaar niet om zijn ID gevraagd. “Rob!” zeg ik. Rob zegt “Sst, jij hebt ook wel een borrel verdiend. Mama hoeft niks te weten.” Uit zijn binnenzak haalt hij een klein metalen flesje en giet hij nog wat sterks in onze bekers. Op een bankje zitten we naast elkaar. Ik voel me prettig warm vanbinnen. Leuke broer heb ik toch, ondanks alles. Hij buigt zich om in mijn oor te fluisteren: “Christus, wat een jas heeft die meid. Zij zal wel corona hebben gehad, want ze heeft duidelijk d’r smaak verloren.”

Ik proest het uit, waarbij ik glühwein voor me uit sproei.

“Pas je wel op!” zegt het meisje, dat een witte winterjas aanheeft. Dan herken ik haar achter haar mondkapje. Het is Annemarijn Meijerinck, die bij mij op school zit. En achter haar…

“Kijk eens aan,” zegt Floris Meijerinck met een brede grijns. “Daar hebben we onze kleine hippie weer. Even pauze genomen van het boomknuffelen?”

Boomknuffelaar! Zo noemde hij mij de eerste keer dat ik hem ontmoette, toen ik op de golfbaan stond te demonstreren. En in dat sinterklaasgedichtje stond het ook. Zou hij…?

Robberts mond hangt open. Hij heeft op hetzelfde moment beseft wat ik heb beseft. Het gedichtje kwam van Floris. Floris, wiens zus de school terroriseert, en wiens vader ongeveer de helft van het vastgoed in de gemeente in zijn bezit heeft. Wat moet hij met zo iemand als ik? Hoe moet ik nu reageren?

“Wij gingen net naar huis,” zeg ik, terwijl ik opsta. Ik kijk Floris indringend aan, en zie dat zijn haar veel te lang is geworden. Het staat onbeholpen. Schattig.

Robbert en ik hollen bijna, zo snel lopen we naar huis. “FLORIS MEIJERINCK?” roept hij zodra we de hoek om zijn. “No offense, maar wat moet hij nou met jou?!”

Het dagboek van Anne-Wil (oma Willeke) kun je op Libelle Premium lezen >

Of neem een abonnement op het exclusieve dagboek van Manon dat je per e-mail ontvangt:

Tekst: Charlotte Remarque. Beeld: iStock.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden