null Beeld Libelle
Beeld Libelle

Dagboek van Willeke: “Wat ontzettend laf van mijn moeder dat ze oma op me afstuurt”

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere week houdt ze een dagboek bij voor Libelle.

Dagboek #29

Zaterdag 26 juni

Het glunderende hoofd van oma zweeft voor me. Beteuterd kijk ik naar de kokosmakroon in mijn hand. Ik heb het gevoel dat ik erin geluisd ben. Oma wilde niet ‘gezellig bijpraten’, ze wil dat ik een van mijn kostbare vakantieweken met haar en mama in een of andere verregende rotbungalow ga zitten.

“Een wéékje? Met z’n drieën?” Ik zit de tijd uit tot de zomervakantie begint. Zeker nu mijn broer geslaagd is, en ik moet aanhoren hoe hij de hele tijd kan chillen met vrienden, voelen de schooldagen langer dan ooit. Ik heb de grootste moeite om mijn concentratie te bewaren voor de laatste proefwerken. Het vooruitzicht van de vakantie houdt me op de been: zo veel tijd als ik wil met mijn vriendje doorbrengen en met zijn coole vriendengroep. Van privézwembad naar privézwembad. ‘s Avonds feesten tot de zon opkomt.

Wat absoluut niet bij mijn zomerplannen hoort, is een verzoening met mijn moeder. Dat is honderd procent zeker de reden dat oma ons meesleept op vakantie. Maar mama heeft die verzoening niet verdiend. Ze besteedt al haar tijd aan baby Titia en aan de toekomstplannen van Robbert. En dan ook nog eens een sip gezicht trekken als ik niet thuis wil komen eten.

Wat ontzettend laf van haar dat ze oma op me afstuurt, in plaats van gewoon zelf met me te praten over wat ík een leuke vakantie zou vinden. Maar oma kijkt me zo lief aan dat ik beloof om erover na te denken. Van binnen weet ik wel dat ik ja moet zeggen. Ik ben de kwaadste niet. Toch rouw ik op de fiets naar huis even om de verloren week. Ik reageer mijn woede af op de trappers.

Dinsdag 29 juni

Na schooltijd hang ik met wat meiden uit de vriendengroep van Floris bij een café in de buurt van hun school. Het miezert en ons plan om in het park te chillen wordt steeds onaantrekkelijker. Dus leunen we onder een afdakje tegen de muur. Ze bestelden allemaal een enorme ijskoffie van 8 euro dus dat deed ik ook maar, al begint mijn zakgeld aardig op te raken. Ik moet een baantje zoeken, neem ik me voor.

“Waar blijven de jongens?” vraag ik. “Het achtste uur is allang voorbij.” “Ze zijn vast nog even langs de appie. Wacht, ik check even.” Puck pakt haar telefoon, ik denk om iemand te bellen, maar dan opent ze een app. Op een kaart is de locatie van haar vriendje te zien. Het stipje met zijn naam erboven beweegt over een weg niet ver van ons vandaan. “Ze zijn er bijna!” zegt ze en ze stopt haar telefoon weg. “Kun jij altijd de locatie van Eric zien?” vraag ik verbaasd. “Is dat niet... willen jullie geen privacy?”

Puck trekt één wenkbrauw omhoog. “Dat is doodnormaal hoor. Eric en ik kunnen altijd elkaars locatie zien. We hebben toch niks voor elkaar te verbergen?” De meiden lachen een medelijdend lachje als ze mijn gezicht zien. “Heb jij de locatie van Floris niet?” zegt Puck. “Dat is heus niet per ongeluk, Wils. Hij wil dingen kunnen uitspoken zonder dat jij ervan weet.” Daar had ik nog nooit over nagedacht. Als hij zegt dat hij gaat hockeyen, of chillen bij een van z’n boys, of golfen met zijn vader, geloof ik hem altijd meteen. Maar als Puck gelijk heeft...

Het geluid van scooters doorbreekt de ongemakkelijke stilte. “Dag dametjes!” roept Eric. Floris doet zijn helm af en veegt met zijn hand zijn lange haar uit zijn gezicht. Hij kust me en de groep joelt. Eventjes bestudeer ik zijn knappe gezicht, dat ik zo goed ken. Heeft hij iets te verbergen? Als we straks alleen zijn, zal ik voorstellen om onze locatie met elkaar te delen. Hij vindt het vast helemaal geen punt. Maar als hij weigert, dan weet ik hoe laat het is.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden