A young woman holds up her hands and screams in rage. Angry girl with flying lightnings over her head isolated on white background. Vector Beeld Getty Images/iStockphoto
A young woman holds up her hands and screams in rage. Angry girl with flying lightnings over her head isolated on white background. VectorBeeld Getty Images/iStockphoto

Dagboek van Willeke: “Ze had die hele baby nooit moeten nemen”

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere woensdag houdt Willeke een dagboek bij voor Libelle.

Zondag 7 februari

Robbert is thuis. Ik heb me er de afgelopen weken ontzettend op zitten verheugen, maar nu hij er is kan ik me alleen maar doodergeren. De manier waarop hij en mama met elkaar omgaan, haalt het bloed onder mijn nagels vandaan. Hij is de verloren zoon, en sinds hij thuis is, zit ze hem alleen maar te bevragen en te knuffelen, en lekkere hapjes voor hem te maken. Die jongen is twee jaar ouder dan ik, maar kan met ‘s werelds schijnheiligste stemmetje om een pannenkoek vragen. “Omdat jij er zo goed in bent, mama, laat nog één keer zien hoe je dat maakt!”

Op zijn beurt behandelt Robbert onze moeder alsof ze van porselein gemaakt is. Hij pakt haar jas aan, helpt haar de bank af, en legt de hele tijd zijn oor tegen haar buik alsof hij ineens helemaal verguld is van het wonder van de zwangerschap. Alsof we niet een paar weken geleden nog met z’n tweeën aan het lachen waren om die hele zwangerschap, mama’s dikke opgezwollen voeten en de vreemde snackjes die ze midden in de nacht voor zichzelf maakt.

Als Robbert weer thuis is hoef jij niet zoveel te doen, was me beloofd. Maar tot overmaat van ramp wil mama zó graag de hele avond met Rob ouwehoeren dat ik er wéér uit moet met Arie. Ik heb er genoeg van, en ik zeg iets waar ik meteen een bittere smaak van in mijn mond krijg. Het is alsof iemand anders het zegt. Dat mama te oud is om zwanger te zijn. Ik zie haar mond vertrekken, en ik zie Rob snel zijn spitse vingers op haar pols leggen. Alsof hij gebaart: ik bescherm je wel tegen die vreselijke dochter van je. Dan kook ik over en zeg dat ze die hele baby nooit had moeten nemen. Ik heb meteen spijt, maar de roddels van de meiden op school zwemmen door mijn hoofd, en ik weet niet meer hoe ik me anders moet gedragen. Ik kan alleen maar onmogelijk zijn. Ik storm naar mijn kamer, want als nog één iemand me aankijkt ga ik janken.

Maandag 8 februari

Ik houd mijn jas in mijn handen in de witte hal. Waar zou de kapstok zijn? Floris trekt aan een handvat dat uit de muur lijkt te steken, en plotseling blijkt de hele muur een schuifdeur. Ik slik een grinnikje weg. Natuurlijk hebben de Meijerinckjes geen gewone kapstok. Op mijn gympjes loop ik de keuken in, waar van alle kanten muziek klinkt. De vader van Floris is thuis, terwijl het 11 uur ‘s ochtends is. Hij heeft volgens Floris een “passief inkomen”, wat dat ook betekenen mag. Het betekent in ieder geval dat hij overdag in de keuken staat te swingen.

“Aha!” buldert hij als ik binnenkom. “Daar hebben we de beroemde Willeke! Samen toetsen leren, hè? Dat noemden wij vroeger iets heel anders!” Hij heeft de joviale houding en het warrige haar van een student die nooit echt een volwassene is geworden, hoeveel vastgoed hij ook bezit. Een eeuwige corpsbal. Hij maakt een overdreven corona-gebaar, alsof hij mijn hand kust op afstand. “Je bent nog mooier dan Floris heeft durven vertellen! Lust jij een mimosa, jongedame?”

Ik grijns naar Floris. “Heb je mij mooi genoemd dan? Een mimosa... zit daar geen drank in, meneer Meijerinck?”

“Zeg maar Aad! Anders voel ik me zo oud. Nou ja, drank, drank, een beetje champagne, zeg. Van één borrel op de maandagmorgen heeft nog nooit iemand polio gekregen.”

Ik sla beleefd af en ren achter Floris aan de trap op. Het huis is onbevattelijk groot voor maar vier mensen, en alles is zo nonchalant smaakvol ingericht dat het bijna per ongeluk lijkt. Wat is het heerlijk hier. Niemand zit op elkaars lip, de mensen zijn gul en alles is brandschoon. In een vrolijke opwelling pak ik zijn hand en probeer ik er een kus op te drukken. Tot mijn verbazing trekt hij zijn hand weg, hard. Als ik opkijk begrijp ik waarom. In de gang staat een verschijning in een lila kamerjas: Annemarijn. Haar ogen lijken zo op die van haar broer, maar ze zijn ijskoud.

“Floor”, zegt ze lijzig, “wat heb je nú weer meegesleept?”

Het dagboek van Anne-Wil (oma Willeke) kun je op Libelle Premium lezen >

Tekst: Charlotte Remarque. Beeld: Getty Images.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden