Zorgenzoon 44

“Dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet”

Zorgenzoon Beeld Libelle
ZorgenzoonBeeld Libelle

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Nadat hij een paar maanden bij een begeleid wonen groep heeft gewoond, krijgt hij voor zijn achttiende verjaardag een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Dan wordt hij gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Na een spannend weekend wordt hij vrijgelaten. Zijn flatje moet hij uit, hij krijgt er een hotelstudio buiten de stad voor in de plaats.

Omdat de reclassering eist dat Lars naast school ook betaald werk doet, gaat hij op zoek naar een bijbaan. Dat is hard nodig, want de bekeuringen blijven binnenstromen. Er ligt al bijna voor duizend euro aan procesverbalen op hem te wachten. Gelukkig wordt hij aangenomen bij een thuisbezorgservice. Op de elektrische fiets brengt hij de bestellingen rond. Al zit Lars liever op de scooter. Dat dit onverstandig is, omdat hij geen rijbewijs heeft, zeg ik hem meermalen. Maar hij wil het niet horen en stapt toch iedere keer op zijn snormonster. Ik vraag me af hoe Lars die bestellingen aflevert; in gedachten zie ik hem aanbellen en als de deur open gaat ‘Hier, je eten’ zeggen. Regelmatig vind ik ook een papieren tas met eten erin in de gang. Of hij eet het zelf op. Dat zal toch wel klachten opleveren, lijkt me. Mensen die hun bestelling nooit gekregen hebben, gaan natuurlijk bellen. Maar Lars zit er niet mee. Blijkbaar was er halverwege zijn bestelronde ineens iets belangrijkers te doen. Afgeleid door een telefoontje en weg is de bezorger. Met de muziek mee.

Wijkagent

Op een herfstige woensdag heb ik een afspraak met de wijkagent. In verband met corona treffen we elkaar op een bankje op een pleintje in de buurt. Ze heeft een vrouwelijke collega meegenomen. Beide dames zijn in uniform. Ik gluur naar hun handboeien en pistool. “We willen u op de hoogte brengen van het feit dat Lars zich begeeft tussen een groep probleemjongeren,” steekt de wijkagente van wal. “Er zijn twee groepen jongeren die we sterk in de gaten houden. Bijna alle jongeren die hiertoe behoren, zijn een- of meer maal met de politie in aanraking geweest. Wegens beroving, diefstal of het veroorzaken van onrust.” Getsie. Ik wist natuurlijk wel dat de jongens waar Lars zich mee omringt, geen frisse gasten zijn. Dat kan ik zelf ook wel zien. Maar dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet.

“Al valt het gedrag van Lars in verhouding tot de rest verder wel mee hoor,” probeert de vrouw me een beetje gerust te stellen. Ze vraagt welke jongens ik ken van naam. Ik som er een stuk of vijf op. Deze jongens zie ik geregeld voor mijn voordeur en heel af en toe komt er ook eentje binnen. Al heb ik dat liever niet. “Ja, die horen er allemaal bij,” knikt de vrouw. Ik zucht. “Laten we gewoon goed contact houden,” zegt ze. “U kunt me altijd bellen als er iets is.” Dat is dan wel weer fijn, het 06 nummer van de wijkagent in mijn telefoon. We nemen afscheid. De herfstzon geeft het plein een vredige aanblik. Een langs fietsende man kijkt mij meewarig aan. Wat zal die vrouw op haar kerfstok hebben, dat ze met twee geüniformeerde agenten op een bankje zit? Ik knik hem vriendelijk toe. Hij kijkt snel weer voor zich.

Fotomodel

In het verleden is Lars een paar keer gescout door een modellenbureau. Vijftien jaar was hij toen. Ik snap het wel; hij heeft een mooie kaaklijn, een volle mond en prachtige ogen. Maar fotomodel worden was geen ambitie van hem. Omdat hij dringend in geldnood zit, toont hij zich nu, drie jaar later, ineens wel geïnteresseerd. Ik beloof hem te helpen en stuur een mail aan een modellenbureau; de eigenaresse ken ik nog van het schoolplein. Ze adviseert me contact op te nemen met een ander bureau, omdat zij geen jongens ‘doet’. Ik bel het genoemde bureau op en de man stelt voor dat Lars en ik langskomen op zijn kantoor. Op de afgesproken dag fietsen we samen naar het opgegeven adres. Lars is nerveus, merk ik. Er volgt een kennismakingsgesprek. De man vertelt dat hij ‘hoog in de markt’ zit met zijn klanten: Prada, Gucci, Calvin Klein. Toe maar. Ik had de Wehkamp ook al leuk gevonden. Vervolgens stelt hij Lars diverse vragen. Wat zijn hobby’s zijn, wat hij aan social media doet, hoe het op school gaat. Ik weet dat je om een succesvol model te worden, niet alleen goodlooking moet zijn, maar ook sociaal vaardig. Je moet een goede in- en opstelling hebben en vooral heel erg graag willen. Lars antwoordt in hele korte zinnen. Ik probeer het gesprek een beetje op gang te houden, val hem bij als me dat zinnig lijkt. Dan wordt Lars meegenomen naar een aangrenzende kamer, om polaroidfoto’s te maken. Ik blijf achter in het mooie design kantoor en bestudeer de setcards aan de muur. Prachtige jongens hangen daar, in hippe outfits met schijnbaar ongenaakbare gezichten. De een heeft dromerige donkere krullen, de ander stekeltjeshaar. Een type als Lars zie ik er niet tussen, dat is wellicht een goed teken. Want zoals met alles, draait het ook in modellenland om authenticiteit.

Vijf minuten later staat Lars weer voor me; de fotosessie zit erop. De man zegt dat hij moet overleggen met zijn collega en belooft de volgende dag contact op te nemen over zijn besluit. We nemen afscheid en stappen naar buiten. “Dat wordt niks ma, let maar op,” zegt Lars. Ik antwoord dat hij het niet zo negatief moet inzien. “Er zijn nog genoeg andere bureau’s,” probeer ik hem op te beuren. Hij zegt niets en fietst voor me uit, zijn schouders hoog opgetrokken.

Schaafwond

Een dag later komt Lars woedend thuis. Hij zegt dat hij is klemgereden door een politiebus. En dat ze zijn scooter in beslag hebben genomen. Hij heeft een grote schaafwond op zijn heup. Overstuur stapt hij onder de douche. Ik help hem de wond te verbinden. “Klootzakken, ze hadden me wel dood kunnen rijden,” vloekt hij. Dat hij de inbeslagname aan zichzelf te danken heeft, ziet hij niet in. “Wacht maar, ik krijg ze nog wel,” mompelt Lars als hij de trap af holt en naar de voordeur loopt.

Mijn telefoon gaat. Het is het modellenbureau. “Helaas, we denken niet dat Lars geschikt is voor ons bureau. Het is een lekker joch, hij zou het goed doen in een jeans commercial, maar voor een high end label is hij niet specifiek genoeg.”

Godsamme. Specifieker zul je ze niet snel vinden, denk ik. Ik bedank hem voor de moeite en hang op.

Volgende week: Lars komt weer thuis wonen

Over Zorgenzoon:
Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden