null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

De Stagiair, hoofdstuk 1: “Hij glimlacht en strijkt met twee vingers langs mijn arm”

Als ze de middag voor kerst samen afsluiten voor de vakantie, ziet Sanna (49) haar stagiair Laurens ineens met andere ogen. En flirt hij nou met haar?

Erotische thriller

Hanneke MijnsterGetty Images

Over De Stagiair

Elke zaterdag om 22.00 uur verschijnt er op Libelle.nl een nieuw hoofdstuk uit onze erotische thriller ‘De Stagiair’.

Sanna (49) geeft les op een middelbare school. Ze twijfelde toen de stoere skater Laurens solliciteerde om haar stagiair te worden, maar hij pakte haar in met zijn charme en kennis. In de loop van het jaar laat ze hem steeds dichterbij komen en komt-ie zelfs bij haar thuis. En dan is haar dochter Fae (12) ineens verdwenen.

Hoofdstuk 1: De profeet

Dit mag ik niet zien. Niet dit. Niet zo. Ik wend mijn blik af en probeer de hanenpoten op het A4’tje voor me te lezen. De school is uitgestorven. Bijna kerstvakantie en nu zijn alle leerlingen alsnog een week eerder naar huis gestuurd door die dakduiven in Den Haag. Het heeft altijd iets naargeestigs, alleen zijn in zo’n groot gebouw. Ook al werk ik hier al zestien jaar, de gangen van het Boschveld College horen te drommen, de klaslokalen te roezemoezen. Nu klinkt er geen gelach en geklets, maar Nederlandstalige hiphop.

“Dave Budha”, vertelt Laurens ongevraagd. “Raamuit, heet het nummer. Schrijf je aan elkaar, kijk”, en hij wijst naar het digiboard, waarop hij al een half uur plaatjes draait met YouTube. Maar in plaats van naar die überhippe street-spelling, kijk ik naar zijn arm. Opgerolde mouwen, lichtblauw overhemd. Gespierd, behaard, bruine kralen om zijn pols. Strakke bolling bij de biceps die soepel naar zijn schouder glooit. Al drie maanden loopt hij elke dag door mijn klas, leuk gezicht, mooie stem, maar nu lijkt er iets anders. Lijk ik anders. Dít mag ik niet zien, denk ik opnieuw.

Mijn energie, die komt weer terug, zodra de stilte de toon zet, klinkt het uit het bord.

“Ken je dat gevoel? Hou jij van stilte, Sanna? Zoals nu, hier op school?”

Als alles slaapt en jij gaat stil, ik zweer het dan is alles beter.

“Hij is ook groot fan van Ramses Shaffy, mooi hè. Ken je Shaffy?”

“Of ik Shaffy ken? Ik ben potdomme–”, begin ik, maar dan zie ik de guitige grijns op zijn gezicht.

“Ik wist wel dat je zou happen”, glimlacht hij.

We ruimen samen het lokaal op, Laurens en ik, en ik lees de opstellen van 4 vwo. Zoals Rob Geus zou zeggen: “Ik word er niet vrolijk van.” Knippers en plakkers zijn het, sommigen trekken zelfs een review van Bol.com en noemen dat dan een opstel. In al die jaren dat ik docent Nederlands ben, zijn er maar een paar leerlingen geweest die de liefde voor literatuur echt hebben leren kennen. Ontdekking, beroering, nieuwsgierigheid: het zijn de momenten waarvoor ik het doe. Het is lang geleden dat ik zo’n ruwe diamant trof. Ja, nu Laurens dus.

Hij mailde me in de zomervakantie. Ik had al jaren geen stagiair meer gehad, maar Laurens was zo vasthoudend dat ik wel nieuwsgierig werd. Derdejaars literatuurwetenschap aan de Universiteit van Tilburg, en hij wilde dus dolgraag stage lopen in de bovenbouw van het gymnasium. “Om de digitale generatie te laten voelen wat we aan de oude Nederlandse meesters te danken hebben”, zei hij. Op het eerste gesprek kwam hij met zo’n wijde broek en een hoodie aanzetten, en zette zijn skateboard naast de deur tegen de muur. “Doe wel iets aan je kleding”, zei ik nog. Anders zouden mijn collega’s hem als een examenleerling zien. Sindsdien zijn z’n broeken strakker en z’n truien netter. En vandaag dus zelfs een overhemd. Met dat driedaagsbaardje dat hij tegenwoordig laat staan, zou hij zomaar een collega kunnen zijn.

Ga maar vast naar bed mijn meisje kom zo,
nee ik voel me niet zo goed, maar ik wil niet dat je ermee loopt
Ik vermaak me prima ook al ben ik nu alleen
Nee ik voel me niet vreemd, eindelijk ik leef

“Nederlandse hiphop is poëzie op een beat”, zegt Laurens. “Dave Budha, maar ook The Opposites en Typhoon, ken je Typhoon?”

“Ehm, ik vrees van niet”, antwoord ik enigszins beschaamd. Zodra de groengele hoes verschijnt op het digiboard herken ik ’m meteen. Te laat. Maar waar maak ik me in hemelsnaam druk om? Waarom valt het me op dat Laurens een overhemd draagt vandaag; waarom doe ik absurd lang over het nakijken van die opstellen, terwijl dat echt prima aan het eind van de vakantie kan; en waarom, wáárom merkte ik daarnet op dat mijn stagiair lekker ruikt? Doe éven normaal, San.

“Vind je het wat”, peilt Laurens.

“Jens kan echt beter weet ik, hij heeft zich er makkelijk vanaf gemaakt deze keer.”

Laurens kijkt me aan, zwijgt, en ik zie dat hij mijn schijnbeweging doorheeft. Maar ik moet. Ik moet de focus naar de professionaliteit terugbrengen. Want dit kan niet. Deze date-ogen moeten uit. Ik ben hier de docent, hij is de stagiair.

“Geef mij de helft”, stelt Laurens voor, “dan kun jij lekker naar huis. Laat die vakantie maar beginnen.”

“Dat is lie... aardig van je,” antwoord ik, “maar dit is gewoon mijn baan en het lukt prima. Ga jij maar vast joh, je moet nog lang genoeg werken in je volwassen leven.” Nu klink ik wel echt als een ouwe tang. Ik schrik er zelfs een beetje van.

“Sure?”

“Zeker”, antwoord ik.

Laurens knikt en loopt naar zijn tas. Lang en rank. Een donkergroene rugzak, die hij al sinds zijn eerste dag in augustus tegen de muur naast de deur legt. Begrijp ik niets van. Iedere dag lopen er 180 leerlingen langs, schoppen er voeten tegen of hangen er hakken in. Die meiden dragen allemaal hakken naar school. Hoezo? Ze zien eruit als mevrouwen, met geverfde wenkbrauwen en behoorlijke boezems. Bij mijn weten was ik echt nog kinds toen ik zestien was.

Hij pakt iets uit zijn rugzak. Een cadeautje zo lijkt het. Waarom?

“Voor jou. Omdat het bijna kerst is”, zegt-ie.

Ik kijk hem verbaasd aan. “Ehh…”

“Pak nu maar uit”, zegt Laurens. Hij komt naast me staan en weer valt me op hoe fijn hij ruikt. Kruidig, zoiets. Geen bus Axe zoals alle scholieren in mijn lessen, maar natuurlijk. Het doet me denken aan zoethout. Of chai.

Ik scheur het papier en voel dat ik bloos. Het is een hernieuwde uitgave van De Profeet, het boek met wijsheden van Kahlil Gibran en een van mijn lievelings. Zijn tekst Kinderen, over hoe je ze liefde mag geven maar niet je gedachten, want het leven gaat niet achterwaarts, is belangrijk voor me en blijkbaar heeft Laurens dat onthouden.

Rood hoofd inmiddels, en kraak in mijn keel.

“Dank je, Laurens,” zeg ik hees, “wat bedachtzaam van je.”

Hij glimlacht en strijkt met twee vingers langs mijn arm. “Deze uitgave is zo mooi, en deed me meteen aan jou denken.”

“Sorry, ik had dit niet verwacht”, zeg ik. “Ik heb helemaal niks voor jou.”

“Dat is oké. Ik wilde je deze versie gewoon graag geven.” Hij pakt z’n tas op, en z’n skateboard bij de deur. “Later!”

Ik pak die hele stapel opstellen op en schuif ze in mijn tas. Het boekje neem ik ook mee. Ik doe mijn oortjes in en zet Una Mattina op. Einaudi maakt me altijd rustig. Door de miezer fiets ik naar huis. Mijn hoofd tolt. Wat is dit? Beeld ik me dit nou in of maakt Laurens een move? Zou hij doorhebben dat ik naar hem keek vandaag? Dat ik anders keek? Hou op, hoor. Maar dat cadeau had hij al eerder gekocht. Had ik het niet aan moeten nemen?

De voordeur klemt. Moet ik de beheerder toch eens naar laten kijken.

“Hoi lieverd”, roep ik door de hal. Alles is nog donker.

‘Ben bij An. Mag ik hier eten?’, lees ik in WhatsApp. Fae is weer bij haar bestie. Gezellig joh, zo’n puberdochter.

Goed. Ik warm wel een pompoensoep voor mezelf op. Aan tafel klap ik De profeet nog eens open. Ik weet nog steeds niet wat ik hier nu van moet denken.

‘Ik ben blij dat ik je weet’, lees ik aan de binnenkant van de kaft. ‘Weet’...?

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden