De Stagiair Beeld De Stagiair
De StagiairBeeld De Stagiair

PREMIUM

De Stagiair, hoofdstuk 6: “Wat bedoelde hij nou vanmiddag, toen hij zo dichtbij kwam?”

Sanna leert Laurens al appende steeds beter kennen. Na een dag werken op school, nodigt hij haar uit om te gaan skaten.

Hanneke MijnsterDe Stagiair

OVER DE STAGIAIR

Elke zaterdag om 22.00 uur verschijnt er op Libelle.nl een nieuw hoofdstuk uit onze erotische thriller ‘De Stagiair’.

Sanna (49) geeft les op een middelbare school. Ze twijfelde toen de stoere skater Laurens solliciteerde om haar stagiair te worden, maar hij pakte haar in met zijn charme en kennis. In de loop van het jaar laat ze hem steeds dichterbij komen en komt-ie zelfs bij haar thuis. En dan is haar dochter Fae (12) ineens verdwenen.

Hoofdstuk 6: Onderbuik

Ik moet nu echt gaan slapen, Laurens.

Het is tegen elven en we appen al de hele avond. Het begon met een vraag over de projectmaand, maar ik voel aan alles dat hij gewoon even wilde praten. Ik ook trouwens, want het is me nog steeds niet duidelijk wat hij nou bedoelde vanmiddag, toen hij zo dichtbij kwam en zei: “Ik weet toch hoe het zit.” Maar in plaats van hem daarnaar te vragen, sturen we nu al een uur onze favoriete roadtripnummers over en weer.

Een foute meezinger, typ ik, terwijl ik 7 Years van Lukas Graham stuur. Een favorietje van Fae en mij, maar dat vertel ik er niet bij. Dit nummer draaiden we zes jaar geleden met gemak drie keer achter elkaar, toen we samen een weekendje naar een huisje op de Veluwe gingen. Fae was toen zeven jaar en ervan overtuigd dat dit liedje voor haar geschreven was.

Laurens stuurt een gebroken hartje.

Ehh...

Dit nummer doet me denken aan mijn zusje, schrijft hij. Ze overleed in 2016 aan een hersenvliesontsteking, en dit liedje vond ze zo mooi. Ze was pas twaalf.

Het raakt me. Wat vreselijk verdrietig Laurens. Sorry voor het raken aan je hartenpijn, stuur ik terug.

We appen nog verder over zijn zusje en inmiddels luister ik met oortjes in naar Human touch van Bruce Springsteen. Deze voel ik wel, zei Laurens erbij. Wat bedoelt hij daarmee? Ik vraag wat haar naam was. Dat vind ik het lastige aan appen, als je allebei aan het vertellen bent, lopen verhaallijnen door elkaar heen en blijven sommige vragen bungelen in het luchtledige. De brug naar zijn opmerking van vanmiddag weet ik nu ook niet meer te slaan en bovendien wil ik nu echt mijn ogen sluiten.

Nu echt slapen, typ ik. Welterusten.

Slaap goed Sanna, antwoordt Laurens. Kushartje.

Ik zet mijn telefoon op slaapstand en leg ’m met het beeldscherm naar beneden op mijn nachtkastje.

Voor een minuut of tien, zo blijkt, want ik kan helemaal niet slapen. Mijn hoofd tolt nog van vandaag. De nieuwsgierigheid knaagt. ‘Laurens Verschie’ tik ik in op Google. Geen hits. Ik kom alleen een HR-manager met bijna dezelfde naam tegen. Laurens Den Bosch probeer ik. Of Haarlem? Ik herinner me van zijn CV dat hij daar is opgegroeid. Gek eigenlijk dat-ie in Tilburg studeert, terwijl literatuurwetenschap ook prima in Amsterdam kan. De meeste studenten maken juist de omgekeerde beweging en trekken van de provincie naar de Randstad. Dat zal ik morgen toch ook eens aan hem vragen.

Struinend naar skaters kom ik uiteindelijk op YouTube allemaal video’s tegen van het World Skate Center in Den Bosch en daar zie ik een jongen die verrassend veel op Laurens lijkt. Hij laat allemaal tricks zien en na een close-up herken ik hem meteen. Alleen noemt iedereen ’m daar Seb. Ben ik dan toch abuis?

Slapen. Nu echt.

De volgende ochtend sta ik gloeiend van vermoeidheid voor de klas. Vroeg wakker en laat slapen toont zich met rode wangen en zwarte kringen. Laurens is er al, blakend als altijd. Wat is het leven soms oneerlijk. Hij draagt een bordeauxrode sweater met een print van Monk op zijn borst en een wijde beige broek. Met zijn linker mondhoek iets opgetrokken, legt hij aan Fenna en Brian nog een keer uit wat de opdracht met de liefdesbrief precies inhoudt. Zijn gespierde schouderbladen steken als stalen vlindervleugels door zijn trui. Hij ziet er sportiever uit dan ik zou wensen van een stagiair. Al draagt hij blijkbaar wel een oudemannenonderbroek. Nu hij iets aanwijst op het digiboard zie ik namelijk bordeauxrode ruitjes boven zijn broekriem uitsteken. Doet-ie wel goed, dit, hij vertelt met vuur. Het is fijn om naar zijn stem te luisteren.

“Sanna?”

“Sanna?” Mijn gezicht hangt vast in staarmodus en het duurt even voordat ik mezelf eruit krijg. “Het was zeker paradijselijk daar, waar je dan ook was”, grapt Laurens.

De hele klas lacht. De beste strategie op dit moment is meelachen, en dat is precies wat ik doe.

Op dat moment loopt Fae met haar vriendinnen langs mijn lokaal en ze zwaait vrolijk naar Laurens. Ik steek ook mijn hand op, maar blijkbaar moet ik genoegen nemen met een glimlach. Laurens steekt kort zijn hand op en kijkt vervolgens naar mij. Hm, wat een andere blik heeft hij ineens. Ik kan ’m zo gauw niet plaatsen. Doet er ook niet toe.

“Hoofdstuk 4, jongens, hup!”

De dag kruipt voorbij en om tien over vier zijn de laatste leerlingen eindelijk de klas uit. Laurens komt naar me toe en vraagt: “Gaat het wel met je?”

“Tuurlijk”, antwoord ik. “Hoezo?”

“Nou, je was een beetje dromerig vandaag. In je eigen wereld. Of zie ik dat niet goed?”

Ik glimlach. En of-ie dat goed ziet.

“Korte nacht, hè”, zeg ik.

Laurens grijnst. “Weet je wat jij moet doen?” zegt hij opgewekt. “Met mij mee gaan skaten in het park. Gewoon een rondje. Leer ik je longboarden.”

“Haha!”

“Ik meen het”, houdt Laurens vol. “Het is een mooie dag. Kom, de winterzon en de frisse lucht zullen je goed doen.”

“....”

“Kom, knap je van op”, zegt Laurens.

“Niet in ’t Mariënberg”, zeg ik, “want dan ziet de hele school hoe ik op m’n gezicht ga.”

“Yes!” lacht Laurens. “Weet je wat? We gaan wel naar het Lievevrouwenpark in Vught. Ben je vlakbij huis en daar is het asfalt lekker glad.”

En zo komt het dat ik een kwartier later op de fiets zit naar het zuiden met een jongeman aan mijn zijde. Hij met een rugtas en een muts op zijn longboard, ik met wanten en fietstassen op mijn tourfiets met zeven versnellingen. Daar moet ik overigens vooral niet bij stilstaan, want dan haak ik af. Maar ik wil mee. Het is een brandende nieuwsgierigheid, een vleug verwondering, een ‘ik denk niet na, maar ik ga gewoon’-situatie. Ik bedoel, ik zei niet eens ja, en toch kletsen we nu naast elkaar op het fietspad.

“Hier links”, zegt Laurens. En ik zeg “oké”, terwijl ik de weg echt wel weet.

Weer ben ik er niet op gekleed, maar dat hindert niet. Met kleine stepjes glijd ik vooruit op het longboard. Laurens glundert en ik geniet. De wind langs mijn wangen, de rush van iets nieuws leren, het doet me goed. “Je had gelijk”, zeg ik daarom.

“Zei ik toch, Sanna. En probeer nu eens wat harder af te zetten en dan minimaal tien tellen door te rollen.”

“Gelukt!” roep ik trots.

“En nu terug”, roept Laurens me toe, “en dan gooi je, als je bij die prullenbak bent, je gewicht op je rechtervoet. Dan maak je een bochtje.”

Maar in plaats van een bochtje maak ik een smakkerd en ik kan nog net op tijd mijn knieën van het asfalt redden. Laurens’ longboard schiet ondertussen de weg op en botst tegen een kinderwagen aan.

“Sorry!” roep ik naar de moeder die erachter loopt.

“Geeft niet”, antwoordt Laurens.

“Dit was mijn cue”, zeg ik. “Ik moet gaan.”

“Nee, niet opgeven, Sannaatje”, dramt Laurens, “je gaat net zo goed.”

“Was leuk, Laurens”, zeg ik beslist. “Dank je wel.”

“Je bent zelf leuk”, knipoogt Laurens. Hij geeft een kus op zijn wijs- en middelvinger en drukt die op mijn lippen. Met een rotgang fiets ik naar huis.

“Wat is er met jóú?” vraagt Fae als ik thuiskom.

“Hoezo?” probeer ik.

“Nou, je ziet er nogal wild uit.” Ze staat al te koken, die schat. Donderdag is altijd haar zorgdag, de rest van de week doe ik het.

“Oh, nou, ik neem zo wel een douche. Hoe was jouw dag?”

“Saai. We hadden Verbunt voor geschiedenis, omdat Jorissen nog steeds ziek is. Maar die man kan zelf wel een industriële revolutie gebruiken.”

“En hoe ging Frans? Je had toch een SO vandaag?”

“Ja. Ging wel.”

“Ik zag je nog bij m’n klas, gezellig. Leuk dat je zwaaide.”

“Was naar Laurens, mam.”

“Naar Laurens?” vraag ik verbaasd.

“Ja, hij heeft me toegevoegd op Insta.”

“Oh, oké”, antwoord ik. Fae’s reactie zorgt voor een naar gevoel in mijn onderbuik, maar ik laat het even. Ik ben al lang blij dat het eindelijk weer eens gezellig is in huis.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden