null Beeld Libelle
Beeld Libelle

Floris’ glimlach zakt en hij kijkt bedremmeld

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere week houdt ze een dagboek bij voor Libelle.

Zondag 6 juni

Ik wilde dat ik oud genoeg was om te mogen autorijden. Eigenlijk ben ik tegen, natuurlijk. Dat de kostbare ruimte in dit overbevolkte land wordt verspild aan snelwegen en parkeerterreinen is een doodzonde. En als ze binnenkort de A27 willen verbreden ben ik de eerste die zich aan een boom vastbindt. Maar nu ik over deze brede weg zoef, ben ik jaloers op de jongen achter het stuur, een oudere neef van Floris. Ik wil me ook zo vrij voelen.

We zijn onderweg naar het strand. Ik zit helemaal tegen het linkerportier aangepropt, omdat de vrienden van Floris en ik met z’n vieren op de achterbank zitten. Voorin zit Floris op de bijrijdersstoel, en zijn neef Maurits bestuurt de sjieke wagen. Ik glimlach als ik denk aan mijn allereerste zoen met Floris; toen waren we ook op het strand.

Zodra we aankomen ontploft de inhoud van de achterbak over een breed stuk strand. We verspreiden kleedjes, boxen, koeltassen en handdoeken en gaan languit liggen. Het waait, en ik heb meteen zand in mijn oren, maar ik ben blij met de felle zon en het gezelschap. Ik heb ik altijd het idee dat ik indruk op ze moet maken, maar de vrienden van Floris zijn lang niet zo eng als ik had gevreesd. Toch vergeet ik toevallig altijd om mijn eigen vrienden uit te nodigen. Ik stel me voor dat ik Lotte had meegenomen, met haar teenschoenen en haar grote zonnehoed. Beter van niet.

Het enige andere meisje, Puck, houdt een handdoek om me heen en ik trek snel mijn bikini aan. Een bekende stem zeurt in mijn achterhoofd. Hou je buik in. Trek je kleren weer aan. Laat ze je niet zien in het daglicht. Maar ik ben vastberaden om de stem te negeren. Floris vertelt me elke dag hoe mooi hij me vindt. Tijd om het te gaan geloven.

Puck en ik rennen naar de zee. In de branding zijn geen kwallen te bekennen. We tuimelen de golven in, duwen elkaar omver, doen een wedstrijdje handstanden. We doen alsof we niet hopen dat de jongens naar ons kijken. Volgens mij heeft Puck het op de neef van Floris gemunt. Ik vind hem een bal, met dat vette achterovergekamde haar. En wie draagt er nou puntige herenschoenen naar het strand?

Als we rillend terugkomen bij de kleedjes zijn de jongens verwikkeld in een discussie over hun toekomst. Eentje wil naar Nyenrode om business te studeren.

“Nyenrode wil je niet heen, vriend. Hoe plat kun je het hebben? Een beetje OSM wordt gewoon lid.” Maurits maakt biertjes open en deelt ze uit. Ik schud van nee. Zelf neemt hij een alcoholvrij biertje, wat mij oplucht. “OSM?” vraag ik fluisterend aan Puck. “Ons soort mensen”, zegt ze.

Maurits slaat een arm om Floris heen. “Deze kleine vriend komt over een jaartje ook bij het dispuut. Als hij de ontgroening overleeft, tenminste. Denk maar niet dat je voorrang krijgt omdat je neef praeses is!”

Floris glundert naar zijn neef, en ik besef dat ik tot nu toe helemaal niet wist wat hij wilde doen in de toekomst. Onwillekeurig trek ik een zuur gezicht bij de gedachte aan het corps. Al die horrorverhalen in het nieuws, over ontgroeningen, pesterijen, vrouwonvriendelijk gedrag en comazuipen, zijn me bijgebleven. Ik zie dat Floris mijn afkeuring ziet. Zijn glimlach zakt en hij kijkt bedremmeld naar de zee.

“Is er wat, mop?” Maurits lacht naar me. Ik vind hem walgelijk. “Ik weet gewoon niet of ik me zou laten afbeulen om bij een of ander exclusief zuipclubje te mogen horen. Ik maak mijn eigen vrienden wel.”

“Wils…” waarschuwt Floris zachtjes. “Ik word sowieso lid!” zegt Puck tegen Maurits, en ze laat haar lange krullen over haar schouders vallen.

“Wij gaan even wandelen!” zegt Floris, en hij trekt me aan mijn hand verderop het strand op. “Wils, moet je nou alles afkeuren dat ik leuk vind? Ik wil al mijn hele leven bij dat dispuut. Mijn vader heeft er ook gezeten.”

Ik schrik van zijn felheid. “Het spijt me,” zeg ik. “Ik ken dit wereldje niet zo goed.”

“Welk wereldje? Waarom moet je dat altijd zo benadrukken? Je verpest de sfeer.”

Ik besef dat hij gelijk heeft. Maar terwijl we het goedmaken, hij me kust en een arm om me heen doet, denk ik maar één ding: deze kloof tussen ons kan ik niet vergeten.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden