Harriet Beeld Els Zweerink
HarrietBeeld Els Zweerink

Harriet Duurvoort: “Het vriendje van Karlijn uit ‘Jan, Jans en de kinderen’ veroorzaakte misschien wel mijn eerste identiteitscrisis”

Harriet Duurvoort (51) is freelance journalist en columnist voor onder andere de Volkskrant. Ze woont in Rotterdam met haar zoon (10) die autisme en een verstandelijke beperking heeft. Deze week schrijft ze over haar eerste identiteitscrisis.

Wat ben ik blij dat ik mag schrijven voor Libelle, het tijdschrift waaraan ik zo veel herinneringen heb. Eind jaren zeventig, ik was een jaar of acht, negen, had mijn moeder een abonnement. Ik zie het blad nog op onze eettafel liggen. Mama, nu 92, is inmiddels verhuisd naar een appartement met een lift, maar de eikenhouten tafel met het wollen tafelkleed – bruin met witte bloemen – heeft ze nog steeds. Foeilelijk vond ik dat ding altijd, tot mij laatst opviel dat zo’n kleed eigenlijk weer helemaal hip is.

Als kind bladerde ik altijd meteen naar Jan, Jans en de kinderen. Want Catootje, dat was ik, en wij hadden ook twee poezen: een boze schuwe en eentje die net zo leuk was als de rode kater. Maar toen kreeg Karlijn opeens een Surinaams vriendje. Een schok, omdat ik plotseling besefte dat ik helemaal niet op Catootje leek. Ik was natuurlijk gewoon een zusje van het vriendje van Karlijn, want wij zijn Surinaams. Mijn vader hamerde daarop, hoewel mijn zusje en ik in Amsterdam geboren zijn. Wij zijn Surinamers, tenminste, wij zijn óók Surinaams want mama is Nederlands. Weliswaar even bruin als papa, ze is namelijk geadopteerd, maar toch echt Nederlands.

Het was de tijd dat Suriname net onafhankelijk was geworden en de stad volstroomde met landgenoten. Papa gaf ons Surinaamse vlaggetjes en zei dat we trots moesten zijn. Klein als ik was, wist ik dat er ook veel problemen waren. Mijn witte, Hollandse oom klaagde er soms over dat Surinamers junks en messentrekkers zouden zijn, gewoon waar papa bij was. Dan schaamde ik me zo, omdat vervelende Surinamers het verpestten voor ons, gewone Surinamers. En omdat mijn vader zich liep te verbijten en op zijn beurt weer boos was op Nederland. Het is wel leuk om familie te zijn van mensen met verschillende kleuren en achtergronden, maar soms botst het behoorlijk. “Maar jullie natuurlijk niet, hoor”, zei mijn oom er altijd bij. Wij waren familie en uiteraard de uitzondering op de regel, ons kende hij.

Met dit soort dingen worstelde ik toen Karlijn dat vriendje kreeg. Het veroorzaakte misschien wel mijn eerste identiteitscrisis. Ik wilde helemaal geen familie van dat vriendje zijn. Ik wilde gewoon zijn, net als Jan, Jans en de kinderen. Of nee, eigenlijk wilde ik gewoon bij iedereen horen, bij dat vriendje én precies zijn als Catootje. Een tussenin-kind.

Fotografie: Els Zweerink

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden