null Beeld

Ik vraag me af of er een speciale reden is voor Joris zijn bezoek

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Ex-schoonzoon Joris staat onverwacht voor de deur. Hij maakt zich zorgen.

Dagboek 24

Vrijdag

“Joris!”, zeg ik verbaasd. “Sorry, dat ik je overval”, zegt Joris. “Ik had misschien beter even kunnen bellen dat ik wilde langskomen. Ik was het niet eens van plan. Het kwam zomaar in me op.”

“Jij bent hier altijd welkom”, antwoord ik. “Kom binnen. Ik kom net uit de boetiek en wilde thee gaan zetten. Zullen we buiten gaan zitten? Het is zulk lekker weer.” Hij loopt achter me aan de gang door, via de keuken naar buiten. “Wat heb je toch een fijne tuin, Anne-Wil. Ik heb een balkonnetje waar je net één stoel en een tafeltje op kwijt kunt.”

“Ach gos,” zeg ik, “is het zo erg?” “Erger”, zegt hij terwijl hij gaat zitten. Ik loop weer naar de keuken en zet de waterkoker aan. Het is al even geleden dat ik Joris voor het laatst zag en ik vraag me af of er een speciale reden is voor zijn bezoek. Als ik met thee en koekjes terugkom, zit hij met zijn ogen dicht achterover in zijn stoel. “Ik mis die geuren van een tuin in de lente”, zegt hij, zonder zijn ogen open te doen.

Ik schenk thee in. “Nog steeds niks erin?”, vraag ik. Joris doet zijn ogen open en knikt. “Lekker, dank je”, zegt hij en pakt zijn kopje aan. “Eigenlijk gaat het helemaal niet zo slecht met me”, zegt hij. “Mijn flat is verschrikkelijk, het is er vochtig en ik heb last van schimmel, maar met mijzelf gaat een stuk beter, de laatste tijd. Hoewel ik ooit dacht dat ik het contact met mijn kinderen voorgoed kwijt was, hebben we het tegenwoordig gewoon goed met elkaar. Althans, zo ervaar ik het. Ik heb veel gemist en dat is niet meer in te halen, maar vanaf nu wordt alles beter.”

Hij kijkt me aan. “Sorry dat ik zo zit te ratelen.” “Dat doe je niet”, antwoord ik. “We hebben elkaar lang niet gesproken, ik ben blij dat je er bent en dat het beter met je gaat. Hoe zit het met je werk? Ik vind het niets voor jou, dat tankstation.” “Die baan was een vlucht”, zegt hij. “Ik had iets nodig waarbij weinig van me wordt gevergd, omdat er zo veel tegelijk speelde. Sinds kort krijg ik weer wat opdrachten via een klein reclamebureau, dus voor het eerst in tijden heb ik weer een soort toekomstgevoel. En… zodra het kan, ga ik verkassen. Het maakt me niet uit hoe klein ik moet wonen, als ik maar een tuintje heb.”

Peinzend kijkt hij voor zich uit. “Gaat het wel goed met Manon?”, vraagt hij dan. Zijn vraag overvalt me. “Waarom zou het niet goed met haar gaan?”, vraag ik voorzichtig. “Ik weet het niet. Het is vooral een gevoel. Ze is dolblij met de baby, maar als ik Wil en Robbert soms hoor, denk ik: heeft Manon enig idee waarmee zij bezig zijn, wat zij voelen en hoe zij over bepaalde zaken denken? Ze moet zo veel ballen in de lucht houden: haar relatie met Boy, Titia, haar werk en twee niet echt makkelijke pubers. Is het niet te veel?”

Hij kijkt me aan en ik zie oprechte bezorgdheid in zijn ogen. “Ik weet het niet, Joris”, zucht ik. “Ik weet het niet.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden