Hospice Beeld Getty Images/EyeEm
HospiceBeeld Getty Images/EyeEm

PREMIUMJanneke & het hospice

Janneke & het hospice: “Een ongemakkelijk gevoel bekruipt me, ik ril”

Janneke Siebelink

Mevrouw J. is op rookdieet en meneer U. krijgt de autodrop waar hij de vorige keer zo’n trek in had. Maar Janneke merkt wat eigenaardigs op wanneer ze in de kamer van meneer U. is.

Bijsluiter

Al weken zijn nu de vaste onderwerpen: warmte, oorlog, water, geld, het gebrek daaraan. Sinds vorige week kwam daar het overlijden van Queen Elizabeth bij. En natuurlijk wat we eten.

“Romige paprikasoep en Caesersalade”, zeg ik, terwijl ik twee schalen met rode groenten, wortel en knoflook in de oven schuif, zodat de groenten zoet en zacht kunnen garen voordat ze de soeppan in gaan.

Meneer N. (92, onlangs zijn vrouw verloren) staat op van tafel, sigaar tussen zijn lippen, lucifers in de hand. Mevrouw J. (79, zeven keer gevallen) roept me bij zich.

“Janneke, kun jij een sigaretje voor me bietsen?”

“Bietsen? Bij wie?”

“Sssst, zachtjes. Me zoon mag het niet weten, die wordt boos als hij hoort dat ik rook. Maar van de dokter mag ik twee sigaretjes per dag. De verpleging bewaart het pakje voor me.”

In het kantoor blijkt inderdaad een afgesloten kast te staan, waar meer spullen liggen van de bewoners.

“Ze is niet de enige die op rookdieet is. Kijk maar.” Verpleegcollega G. opent de deuren met een sleutel en toont me pakjes met namen van de eigenaren erop, zoals een juwelier zijn sieraden in een vitrine etaleert.

Terug in de woonkamer pakt mevrouw J. de sigaret dankbaar aan. “Lekker, dank je. Vanavond na het eten de andere.” En voegt zich bij meneer N. op het balkon.

Bijwerkingen van het leven

“Zal ik langs de kamers gaan om te vragen wie wat wil hebben voor de lunch?”, vraagt H..

“Nee, ik doe het wel.” Ik heb namelijk een cadeautje, ik ben het niet vergeten. Met de Autodrop waar hij vorige week zo hartstochtelijk naar verlangde, loop ik naar de kamer van meneer U. (68, crealist).

“Kijk eens wat ik heb?” Glunderend houd ik het pakje omhoog.

“Oldtimers, dat is lekker. Maar ja. Ik vraag al weken om van die vegarepen met amandelen. Al wéken vraag ik om die rotrepen.”

“Al weken”, grinnik ik om zijn felheid. “U bent hier nog maar twee weken.”

“Voelt veel langer”, kaatst hij terug. “Dat komt omdat er geen zak gebeurt. Geen zak.” Hij wappert met zijn laken, kijkt me niet aan.

“Wat zou u willen doen?”

“Autorijden. En door de tuin lopen met blote voeten.” Ik kijk naar zijn magere voeten die in dikke sokken met kerstmannetjes zijn gestoken.

“Is er misschien iemand die een eindje met u zou kunnen rijden?”

Stilte.

Zijn ogen blijven op het laken gericht. Zonder op mijn vraag te reageren, vervolgt hij: “Bijwerkingen van het leven krijg je niet op een dun gedrukt, dubbelgevouwen papiertje mee bij je geboorte. In een handig mapje dat je altijd bij je kunt dragen. Een heldere bijsluiter die je van de apothekersassistent krijgt bij je medicijnen. Met kleine, middel en hoge risico’s die je mogelijk loopt bij inname. Het is een soort do-it-yourself verrassingspakket dat voor iedereen anders uitpakt. De een krijgt Ikea, de ander een lege doos, de ander een kant-en-klare villa – om de uiterste smaken uit te stallen. En ik? Ik krijg “diagnose vergeet-het-maar”.’

Onthutst door zoveel meer dan meneer U. zojuist met woorden heeft gezegd, kijk ik hem aan. Hij ligt roerloos in het bed waar hij vijf keer in past. Plotseling trekt hij het laken over zijn hoofd, waardoor zijn witte kuiten bloot komen te liggen, met de kerstsokken als uitersten van eigenlijk alles in deze kamer.

“Zit hij er nog?” Zijn adem doet het laken licht bollen. Ik kijk om me heen.

“Wie?”, vraag ik. Hij laat het laken zakken, loert over de rand.

“Daar, die spijkerbroek, die schoenen. Hij zit daar toch?” Ik kijk naar het woongedeelte van zijn kamer, naar het keukentje – naar plekken die buiten zijn gezichtsveld liggen.

“Het spijt me”, aarzel ik. Een ongemakkelijk gevoel bekruipt me, ik ril. “Er is niemand.”

“Die drop, hij kocht het voor me. Kijk dan, het staat toch hier.” Ik wil zeggen dat ik het net heb meegenomen, en dat er niemand is. “En ik wil die repen zo graag – wil je vragen of hij die mee wil nemen? Met amandelen.”

Ik leg mijn handen op zijn voeten, probeer zijn ogen te vangen, maar hij kijkt dwars door me heen.

“Ik ga het hem vragen”, zeg ik.

Wie ziet wat?

“Gaat het?”, vraagt collega H. als ik weer in de keuken ben. “Je ziet een beetje bleek.”

“Ik kom bij meneer U. vandaan. Hij ziet dingen die ik niet zie. Maar misschien is het wel andersom?” Vertwijfeld kijk ik haar aan. H. schiet in de lach.

“Je twijfelt aan je eigen geestelijke gezondheid, begrijp ik dat goed?”

“Ja, niet alleen vandaag overigens, maar ik kreeg zojuist echt even het gevoel dat hij een aanwezigheid van iets ervaarde, dat ik niet kon waarnemen.”

“Dat kan in zijn realiteit wel kloppen. Hij heeft nieuwe medicijnen tegen psychoses, maar de bijwerkingen ervaart hij als zeer vervelend en hij weigert ze soms in te nemen. Hij hallucineert.”

“Het was echt alsof hij iemand zag. En het was bijna alsof ik die schijnaanwezigheid bemerkte.”

“Triest dat het leven zo eindigt.” mevrouw J. is weer aan tafel gaan zitten met meneer N.. Ik sla mijn hand voor mijn mond. Hebben ze me horen praten over meneer U.? Ik zie meneer N. knikken, hoor hem “jaja” zeggen.

“Ze was wel iets ouder dan u.”

“Op een gegeven moment houdt het op”, zegt meneer N., hoest in zijn zakdoek. “Op een gegeven moment houdt het op. Of je wilt of niet. Of je op een kroon zit of niet.”

Gerustgesteld realiseer ik me dat het over Queen Elizabeth gaat. En daarna over de regen, dat het wel wat frisjes is. Over nieuwe en oude, vertrouwde onderwerpen. Dan lijkt het gordijn achter mevrouw J. te dansen, gracieus te bewegen, om aandacht te vragen.

Of ben ik de enige die dat ziet?

Janneke Siebelink (47) kookt één dag in de week als vrijwilliger in een hospice. Voor Libelle schrijft ze over de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. En leert ze: in de nabijheid van de dood, is het leven groots. Onlangs publiceerde ze haar debuutroman Soms sneeuwt het in april.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden