Janneke & het hospice Beeld Getty Images/iStockphoto
Janneke & het hospiceBeeld Getty Images/iStockphoto

PREMIUM

Janneke & het hospice: “‘U heeft kinderen, kleinkinderen; u bent hoe dan ook onmisbaar’, zeg ik tegen hem”

Na een gesprek met een vriend over een frustrerende werkmail, blikt Janneke met meneer D. (70) terug op zijn werk vroeger. En hoe bang hij was om zich onmisbaar te voelen.

Janneke SiebelinkGetty Images/iStockphoto

Op zaterdag 1 januari, de mooiste nieuwjaarsdag die ik tot nu toe had, ontving een van de vier vrienden waarmee ik Oud & Nieuw vierde een mailtje van zijn werk. We namen aan het einde van die eerste, nieuwe dag moe maar voldaan de avond door om tot de conclusie te komen dat het intiem en klein, maar geslaagd en fijn was.

En toen vertelde mijn dierbare vriend over het mailtje dat hij die ochtend om 10.00 uur ontving van een overijverige HR-manager (mijn woorden, mea culpa) van de ‘wereldwijd opererende financiële instelling van Nederlandse oorsprong’ waar hij al jaren werkt met grootse toewijding. Alle ruim 15.000 werknemers die ruim 5,5 miljoen klanten dagelijks met hart en ziel bedienen, kregen een mail. En om 10.15 uur volgde er nog een.

Toon

“Wat stond er in die mail?”, vraagt meneer D. (70), terwijl hij een hapje neemt van een gevuld kerstkransje. De chocolade is wit uitgeslagen. Op de verpakkingen die in de keuken liggen zie ik dat ze nog tot Pasen houdbaar zijn.

“Er stond in dat het weer een nieuw jaar was en dat een nieuw jaar goede voornemens met zich meebrengt. En dat daar meteen mee begonnen mocht worden in de vorm van een Persoonlijk Ontwikkel Plan, een POP. Dat volgde een kwartier na deze aankondiging. Hij mocht - het woord ‘moeten’ is uit den boze zo vertelde hij, want moeten leest te dwingend - lekker aan de slag met de drie motto’s van het bedrijf en die op werk- en persoonlijk vlak gaan toepassen. Een POP is TOP. Met die woorden werden de 15.000 medewerkers weer digitaal uitgezwaaid.”

“Dank je”, zegt meneer D. met het hart nog altijd op de juiste plek en zucht tevreden.

“Waarvoor?” Ik knip de resterende zakjes met seizoenchocolade open en verdeel ze over verschillende schaaltjes. Met Pasen wil ik eitjes.

“Dat je me het werk niet laat missen. Ik wilde niet stoppen. Ik wilde niet onmisbaar worden. Maar die toon en die inhoud van die mail en het moment van ontvangen… Ik word er draaierig van. En het herinnert me aan het feit dat het werk steeds minder leuk werd.”

“U heeft kinderen, kleinkinderen. U bent hoe dan ook onmisbaar.”

Iemand van de zorg loopt achter meneer D. langs en geeft hem een knuffel. “Sorry, ik ving wat op.”

“Dat is anders, zuster”, antwoordt meneer D. mij. “Het werk gaf me voldoening. Er werd iets van me verwacht. Het was niet altijd leuk, natuurlijk niet, maar de prestaties en de administratie daarvan werden belangrijker dan de mensen zelf. Misschien lag het aan mij hoor, misschien hield ik het niet meer bij.” Hij praat en beweegt bevlogen. “Maar de studenten wachtten op me en mijn kennis werd gewaardeerd. In ieder geval door degenen die het vak echt wilden leren. Dat waren ook de enige leerlingen waar ik oprecht aandacht aan schonk. De interesse moet van twee kanten komen. Maar het feit dat er een klas op je wacht… Dat is een ander soort thuiskomen dan bij je gezin.”

Noblesse oblige

Van twee kanten. Terwijl ik tomaten in flinterdunne plakjes snij, laat ik het gesprek met die vriend van me nog eens de revue passeren: je moet, excuses, je mág aangeven wat je interesses en passies buiten je werk zijn. Daar bestaan zelfs potjes voor.

“Dus als je een nieuwe carrière als taxichauffeur ambieert, dan word je daarin gestimuleerd”, lichtte de vriend toe.

“Dat klinkt nobel”, juichte ik verrast met mijn stem.

“Dat klínkt nobel, ja… Een rookgordijn, dat is wat het is!” Woest stond hij op, pakte een fles wijn, een van de weinige die nog over was en rukte met een opener de kurk eruit. “Door die vragen te beantwoorden help je mee aan hun natuurlijke selectie. Als jij aangeeft dat je andere passies hebt naast je werk, dan ben je mogelijk niet loyaal. Niet loyaal genoeg. Dus een beetje poen om je een andere richting op te duwen en poef, je bent weg. Zonder ontslagvergoeding, want je wilde dit zelf, kijk, het staat hier in je eigen plan.” Met laaghangende schouders pakte hij een glas en zakte diep in de bank.

“Maar nadenken over waar je naartoe wilt, wat je zou willen bereiken, is toch niet zo erg?”, tastte ik nog voorzichtig af.

“Niet als het wordt afgedwongen. Het gebeurt met een fluwelen stem, met een fluwelen handschoen, maar daaronder is alles kil en koud en samengesteld uit KPI’s en nulletjes en eentjes, harde data. Geen kloppend vlees en warm, stromend bloed. Niets om te koesteren. Eenheidsdrift is doodsdrift schreef een schrijfster eens. Proost.”

Met liefde

“Meneer D.?”

“Ja?”

“Heeft u bereikt wat u wilde bereiken?”

“Ik kon alleen maar doen waar ik goed was: vertellen, uitleggen, verklaren. Misschien gaat het dan wel vanzelf. Als je houdt van wat je doet. En geïnteresseerd blijft. Aandachtig. Zin blijft houden. Ik heb een leerling die minister is geworden, verschillende leerlingen hoogleraar, enkelen hebben boeken geschreven. Er is zelfs een boek aan mij opgedragen, de student bedankte mij voor de inspiratie. Dankzij mij was hij van geschiedenis gaan houden.” Hij fronste even, wreef over zijn slapen alsof hij nadacht en stond op. “Allemaal zonder POP. Maar met liefde.”

Janneke Siebelink (47) kookt één dag in de week als vrijwilliger in een hospice. Voor Libelle schrijft ze over de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. En leert ze: in de nabijheid van de dood, is het leven groots.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden