null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Janneke & het hospice: “‘Ze kunnen alles op slot doen, maar ons niet. Vanbinnen zijn we altijd vrij’ zegt mevrouw D.”

Janneke Siebelink

Na een bezoek aan de huisarts besluit Janneke Siebelink (46) vrijwilligerswerk te gaan doen. Nu kookt ze elke week in een hospice en schrijft erover voor Libelle. Haar doel: het verhaal vertellen van de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. Zodat niemand ongezien in de vergetelheid raakt.

null Beeld Janneke
Beeld Janneke

Zij die alle stilte vrezen

Terwijl Alpha, Delta, Gamma, Omicron en andere ongewenste zaken levens wereldwijd ontwrichten, zijn er in het hospice hele andere problemen die aandacht vragen. Mevrouw F. (79) is haar gehoor kwijt.

Selectief essentieel

‘Wat zeg je?’ vraagt ze.

‘Groentesoep met feta-crème en peterselieolie en vooraf maisbeignets met cheddar.’ Zegt mevrouw T. (89) die naast haar aan tafel zit. ‘Ik weet eigenlijk ook niet wat dat zijn, “beignets”, maar kijk, het staat op het bordje daar.’ Ze wijst met haar balpen, die ze in de aanslag had voor een puzzel in haar krant vol selectief nieuws, naar het menubordje waar met een witte stift de lunch en het avondeten op is geschreven. Mevrouw F. houdt beide handen op haar oren. ‘Ik hoor niks. Ze hebben iets in mijn oren gespoten en nu zit het helemaal dicht.’ Ze sluit haar ogen.

Boven de tafel hangt een lange tak. Aan touwtjes bungelen vrolijk gekleurde ballonnen waar gezichtjes op zijn getekend met een zwarte stift, op de ballon een pietenbaret. Mevrouw T. kijkt naar boven, tikt tegen een ballon. ‘Ze lopen leeg, de pieten. Kijk dan, ze zijn kleiner dan gisteren.’ Ze tikt nog een keer tegen dezelfde ballon. Het gezichtje draait vrolijk in de rondte, de veer op de baret danst erboven mee in het rond.

‘Ik hoor echt niet wat je zegt hoor.’ Mevrouw F. klinkt wanhopig nu en begint tegen haar oren te klappen alsof ze een boze geest uit haar hoofd wil verjagen.

‘Je zou mijn gehoorapparaat mogen lenen, als die niet nog thuis lag,’ grinnikt mevrouw D. (71), sinds een week nieuw in huis. ‘Ik vind het wel prima zo. Je mist niks van de buitenwereld.’ Tevreden klakt ze met haar tong. ‘Ik ben blij dat ik hier ben.’

Ik ook, denk ik. Ik ben ik ook blij dat ik hier weer ben.

‘Wat zeg je?’ vraagt mevrouw F.. Ze kijkt vertwijfeld om zich heen. ‘Wie zei er nu iets?’

Mevrouw D. schraapt haar keel en zegt, heel nadrukkelijk en duidelijk articulerend in mevrouw F. haar richting: ‘Het is goed hier. Hier is geen corona, geen black Friday god verhoede, hierbinnen is geen lockdown.’ Hartstochtelijk klinkt haar stem: ‘Wij zijn essentieel. Hoort u me?’

‘Ik wil weten wat we lunchen.’ Mevrouw F. zoekt houvast in mijn blik. ‘Wat eten we Janneke?’

‘Dat staat op het bordje, u kunt toch nog wel zien?’ Mevrouw D. staat demonstratief op, loopt alsof ze tegenwind heeft naar me toe en komt bij het muurtje van de keuken staan, schudt haar hoofd. ‘Luisteren en horen zijn ook twee verschillende dingen, he?’ Ze draait zich naar de tafel en zingt: ‘Wij zijn essentieel! Wij zijn essentieel!’ Alleen de pietjes reageren door de verplaatsing van lucht en draaien dartel om hun as boven mevrouw F. die haar oren weer heeft bedekt en mevrouw T. die de puzzel probeert op te lossen.

Mevrouw D. buigt over het muurtje heen en kijkt keurend naar wat ik maak. ‘Ik ken jou natuurlijk nog niet, maar ik kan je wel vertrouwen toch?’, vraagt ze zacht.

‘Natuurlijk. Wat wilt u zeggen?’ Ik zet het vuur laag en kijk in haar grijsblauwe ogen.

‘Ze kunnen alles op slot doen, maar ons niet. Niet mij. Vanbinnen, hier,’ ze klopt met een vuist op haar hoofd en op haar hart, ‘hier zit de enige stem die telt, hierbinnen zijn we altijd vrij.’

Een ander woord

‘Zuster, zuster?’ Ik knipoog naar mevrouw D. – al is ze hier nog maar net, ze weet dat mevrouw T. geen onderscheid maakt tussen vrijwilligers, schoonmakers, bloemschikkers en verpleging – en loop naar de tafel.

‘Ja, mevrouw T.?’

‘Kunt u mij helpen zuster? Ik zoek een ander woord voor “selectief”.’

‘Misschien kan mevrouw F. naast u helpen?’, opper ik in een poging mevrouw F. bij de wereld hierbinnen te betrekken. Ik raak haar voorzichtig aan bij haar elleboog, om haar niet te laten schrikken.

‘Mevrouw F.? Weet u misschien een ander woord voor selectief?’

Voor een klein moment is het stil. Dan zegt ze: ‘Ik ben toch geen woordenboek.’

Mevrouw T. kijkt verbaasd op. ‘Oh, nou hoort ze ons wel!’

Thuis, in de avond, kijk ik naar de persconferentie, naar het nieuws, naar rellen, naar leuzen, naar een talkshow met mensen met meningen. Voordat ik slaap val, denk ik aan mevrouw F.. Buiten kan de wereld in brand staan, zij zal het niet horen.

Stiekem ben ik een beetje jaloers.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden