null Beeld Getty Images/EyeEm
Beeld Getty Images/EyeEm

Janneke & het hospice: “Zo geruisloos mogelijk snik ik achter mijn mondkapje”

Na een bezoek aan de huisarts besluit Janneke Siebelink (46) vrijwilligerswerk te gaan doen. Nu kookt ze elke week in een hospice en schrijft erover voor Libelle. Haar doel: het verhaal vertellen van de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. Zodat niemand ongezien in de vergetelheid raakt.

Janneke SiebelinkGetty Images/EyeEm
null Beeld Janneke
Beeld Janneke

Je mag hier roken, drinken, een kerstboom in hartje zomer, een waterballonnengevecht in de winter. Je mag hier gamen tot de zon op komt, je mag hier leven op een dieet van chocolade, gebakken eieren en roomijs. Het wordt voor je bereid, het wordt op je kamer gebracht. Je mag hier 24/7 Netflixen. Je mag hier een masseur laten komen voor je voeten, je rug, je nek. Een schoonheidsspecialist kost maar tweeëneenhalve euro. Je wordt gewassen, gekleed en als het moet, word je gedragen. Je mag hier van jezelf houden, honden houden, konijnen, katten. Je mag hier eigenlijk alles. Net als in je eigen beschutte, veilige, eigen huis. Alleen ben je hier niet thuis. Iedereen mag hier komen, je hoeft maar aan één voorwaarde te voldoen.

Kom maar binnen

Het is december, we hebben de lunchtafel extra feestelijk aangekleed met verschillende hapjes. We zingen ‘kom maar binnen’ en ik ga naast mevrouw T. (89) zitten. Ze heeft haar vertrouwde krant op haar schoot, tikt ritmisch met haar handen op de tafel. “Want we zitten allemaal even recht.” Keurend kijkt ze naar de etagères met sandwiches, chocolaatjes, quiches en de glaasjes met wortelsoep die op de lunchtafel staan.

“Wat is dat voor een drankje?”, vraagt ze met een fluisterstem.

“Dat is wortelsoep”, antwoord ik.

“Dat is voor paarden”, zegt ze droogjes en pakt een in een driehoekje gesneden wit broodje met rookvlees en rucola van een schaal. Ze kauwt, slikt, gaat staan en zegt plechtig: “En laat je paardje maar binnenkomen en de rest van de groep, want we hebben worteltjessoep.” Terwijl ze haar kleine gestalte weer laat zakken, duwt ze haar glaasje wat verder van haar af.

Sinterklaas, alias meneer M. van het zorgpersoneel, stapt binnen met een vrolijk gemoed, een spatscherm voor zijn enorme baard en een Piet met een dik boek met gedichten onder haar arm. Met de andere trekt ze aan de trolley die we op andere dagen gebruiken voor de maaltijden op de kamers. Nu ligt hij vol met tasjes gevuld met cadeautjes. Aan tafel worden onderling melk en pure chocoladeletters geruild die op de borden liggen en toch weer teruggevraagd bij nadere inspectie van de verpakking.

“Zeurpieten,” mompelt mevrouw T., “het zijn allemaal zeurpieten!” Ze gaat staan, er rollen pepernoten op de grond. Sinterklaas M. kijkt verbouwereerd naar zijn eigen bekende mevrouw T., maar blijft in zijn rol: “Ah, mevrouw T., wat goed u weer te zien. Kent u me nog? Ik u wel, als klein meisje nog. Toen had u ook al zo’n grote mond.” Sinterklaas M. lacht zoals alleen een Sinterklaas kan lachen en vraagt of mevrouw T. even bij hem wil komen.

“Gekkigheid”, zegt ze. “Allemaal gekkigheid en vermoeienissen.” Maar ze schuift haar stoel naar achteren en loopt om de tafel heen. Begroet Sinterklaas met een kleine reverence, een knikje: ze plaatst haar rechtervoet linksachter en buigt licht door de knieën terwijl haar bovenlichaam en nek verticaal blijven. “Meneer Sinterklaas.” Behoedzaam nestelt ze zich op zijn schoot. Iedereen volgt in stilte verwachtingsvol haar handelingen.

“Piet, is er een gedichtje voor mevrouw T.? Staat er iets in het grote boek?” Sint M. wuift met zijn witgehandschoende handen naar collega S. die voor de gelegenheid een pietenpak heeft aangetrokken. Ze slaat het boek open, bladert wat heen en weer, doet alsof ze de juiste pagina zoekt.

“Gevonden!”

Mevrouw T. kijkt met grote ogen naar haar op.

“Mevrouw T., uw krant is u lief, dat weten we allemaal, als u leest en puzzeltjes maakt, een meisje van het ruige land, dan kijk ik naar u, van een afstand. Ik denk aan hoe het was, aan hoe u huppelde en zwierf, over eindeloze paden in eindeloze zomers, pluisjes van paardenbloemen in uw vlechten, linten dansend in het rond, de zon hoog aan de hemel, hoop diep in uw meisjeshart. En dan nu, na zoveel jaar, treffen wij elkaar hier, u zien doet mij een groot plezier, maar het maakt me ook een beetje droef, ik stop nu met rijmen, want mijn stem wordt stroef, ik wil u alleen laten weten, ik zal u nooit vergeten.”

Piet S. slaat het boek eerbiedig dicht. Het blijft stil. Mevrouw T. is tegen Sinterklaas aan gaan liggen. Ik buig mijn hoofd. Zo geruisloos mogelijk probeer ik mijn neus op te halen achter het mondkapje.

Blijf maar buiten

Je mag hier roken, drinken, een kerstboom in hartje zomer, een waterballonnengevecht in de winter. Je mag hier gamen tot de zon op komt, je mag hier leven op een dieet van chocolade, gebakken eieren en roomijs besprenkeld met bladgoud. Het wordt voor je klaargemaakt, de tafel wordt gedekt. Je hoeft niets te doen. Alles wordt gedaan. Je mag hier de hele dag Netflixen. Je mag een masseur laten komen voor je voeten, je rug, je nek. Je mag hier van jezelf houden, honden houden, konijnen, katten, zolang de verzorging het personeel niet te veel belast. Je mag tegen Sinterklaas aan liggen. Je mag hier veel, net als in je eigen beschutte, veilige, eigen huis. Iedereen is hier welkom. Je hoeft hier maar aan één voorwaarde te voldoen, want je bent in een hospice. Het is hier toch heel anders dan thuis.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden