PREMIUM

Tessel: “Daar stond ik, fiftysomething, midden in de nacht te zoenen met een Fransman”

Tessel Beeld Libelle
TesselBeeld Libelle

Met een opgeheven hoofd fietst Tessel door Amsterdam naar huis en ineens lijkt haar leven op een Franse film.

RedactieLibelle

Ik reed door de donkere stad. Boven het Rijksmuseum glansde de bleke halve maan. Zachtjes neuriede ik Born to be wild van Steppenwolf. De beklemming die me in Willems bed naar de strot had gegrepen, gleed van me af. Zou hij al slapen? Opgelucht dat hij zijn bed voor zich alleen had? Of zou hij zich wanhopig afvragen wat hij verkeerd had gedaan?

In de smalle straten van de Pijp rook ik de kruidige, vochtige herfstgeur die vanuit het park aan kwam waaien. Het was stil op straat. Geen auto, geen fietser, geen voetganger te bekennen.

Mijn neuriën werd zingen.

Yeah darlin’ go make it happen

Take the world in a love embrace

Fire all of your guns at once

And explode into space

Born to be wild

Born to be WI-I-ILD…

Opeens voelde ik dat ik niet alleen was. Ik keek om. Achter me fietste een man. Hij lachte, nee, hij grijnsde van oor tot oor. Betrapt zei ik: “Sorry, ik weet dat ik niet kan zingen.”

De man versnelde en kwam naast me rijden.

“Pardon, je suis Français.”

In mijn beste schoolfrans excuseerde ik me voor mijn valse gejubel.

“Tu parles Français! Formidable!”

We knoopten een middernachtelijk gesprekje aan.

“Comment tu t’apelle?”

“Tessel. Et toi?”

“David.”

Hij vertelde dat hij bij Air France werkte en sinds een paar jaar in Amsterdam woonde.

David – Davide zei hij - en ik naderden het park, waar ik linksaf zou moeten slaan. We minderden vaart. Als bij afspraak stopten we op de hoek en stapten af.

Hij keek me recht in mijn ogen. Ik moest lachen. “T’es charmante!”, zei hij verrukt. “En, heureusement, je bent niet zo groot.”

Ik bekeek hem eens goed in het schijnsel van de straatlantaarn. Een man ongeveer zo groot als ik. Leuke brutale kop, donker haar, donkere pretogen met lachrimpels.

“T’as quel age?”

Ontwijkend stelde ik hem de wedervraag: “Hoe oud ben jij?”

“49.”

“Ik ben iets ouder”, zei ik vaag.

Dat maakte David niks uit. Hij keek op zijn horloge en zei: “Zullen we ergens wat gaan drinken, Tessèl?”

“Nee”, zei ik lacherig, “ik moet morgen weer vroeg op.” “Ach toe”, drong hij aan. “Eén drankje.” Ik aarzelde. David zag zijn kans schoon. Hij sloeg zijn armen om me heen en zoende me.

Daar stond ik, fiftysomething, midden in de nacht te zoenen met een Fransman die ik vijf minuten daarvoor had ontmoet. Op straat, op een onzalig tijdstip. Als een puber van zestien. Ik bad stilletjes dat Juul of Door of een van hun vrienden niet op dat moment voorbij zou fietsen. Het vreemde was: ik voelde me geen moment bedreigd. Ik moest vooral vreselijk giechelen. Zelden of nooit lijkt mijn leven op een Franse film. Maar nu had ik eerder die avond een hoofdrol gespeeld in een melancholieke film noir uit de jaren 50, en was ik daarna in een lichtvoetiger scenario beland.

David slaakte een zucht. “Alors, ga met me mee.”

Ik kwam tot mijn positieven. “Non”, zei ik ferm. “Dit gaat allemaal wel heel erg vite.”

Dat begreep David. Hij drong niet langer aan, maar stond erop dat ik zijn telefoonnummer zou noteren. Nauwlettend keek hij toe hoe ik het in mijn telefoon opsloeg.

“Dors bien, Tessèl, à bientot.”

“Slaap lekker, Davide.”

Ik zette mijn fiets op slot, en keek nog eens om. In het park dwarrelden zachtjes ritselend de bladeren van de kastanjebomen. David was nergens meer te bekennen.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden