PREMIUM

Tessel: “Opeens vat ik moed en vraag aan Reinier of hij vindt dat we een relatie hebben”

Tessel tindert Beeld Libelle
Tessel tindertBeeld Libelle

Tessel heeft eindelijk de moed verzameld om Reinier een vraag te stellen die ze al heel lang heeft.

TesselLibelle

Het is woensdagavond en als ik naar mijn huisje ‘op de tuin’ rijd, begint het te schemeren. Half negen, de dagen worden korter. Vandaag snoof ik ook de eerste zweem herfst op, die de warme zomerwind met zich meevoerde. Vroeger voelde ik me begin september altijd melancholiek, op het depressieve af. Dan dacht ik aan het naderende najaar, de regen, de kou, aan alles wat we me te wachten stond in een nieuw school-, studie- of werkjaar. Maar ergens in de afgelopen jaren is dat gevoel eruit gesleten. Nu merk ik eerder een gevoel van weemoed, kunnen de tranen me in de ogen springen om de schoonheid van het gouden licht dat deze maand met zich meebrengt. Ik word een sentimentele ouwe ziel.

In mijn huisje steek ik de kaarsjes aan, zet een fles port en twee glaasjes klaar op het tafeltje tussen de twee schommelstoelen op het terras. Als Reinier een kwartiertje later arriveert is het bijna helemaal donker. Met een sigaartje installeren we ons op het terras. Met Reinier rook ik af en toe een sigaartje en dat vind ik gevaarlijk lekker. Een vliegtuig raast over, en nog een. Dan wordt het stil. Reinier vertelt over zijn vader die aan het verkommeren is na de dood van zijn vrouw, een paar maanden geleden. Ze hadden een kil huwelijk, maar nu ze er niet meer is, mist hij haar. En mist hij het oude huis, want na haar dood is hij halsoverkop naar een chic verzorgingshuis vertrokken waar alles voor hem wordt gedaan. Dat leek iedereen een goed idee. Maar nu zit hij daar, mist hij zijn loopje naar de bakker en de groenteboer en het gekibbel met zijn vrouw. “Hij wil nog maar een ding,” zegt Reinier, “dood.” Morgen gaan ze naar de huisarts om te bespreken wat daaraan te doen valt.

Reinier zegt dat hij het snapt en respecteert. Een oude man van negentig, vroeger een razendscherp brein, baan met aanzien, reizen, maîtresses.

“En nu verveelt hij zich rot.”

Ik kijk naar de lucht waarin de bleke sterren steeds helderder worden. Een vleermuis cirkelt om een boom. In de heg ritselt een beest.

Opeens vat ik moed en vraag aan Reinier: “Vind jij dat wij een relatie hebben?”

Ik houd mijn adem in.

Langzaam trekt hij de kurk uit de portfles en schenkt ons nog een keer in. Er zwenken nu twee vleermuizen boven ons, dan duiken ze weg achter de bomen.

“Wat kan ik doen om te zorgen dat jij je minder onzeker voelt?” vraagt Reinier.

“Ik wil dat je me antwoord geeft op mijn vraag. Hebben we een relatie?”

Reinier kijkt naar boven. Om zijn mond plooit een klein lachje.

“Natuurlijk hebben we een relatie. En ik vind ook dat we een goede relatie hebben. Met onze buik, met ons hoofd, en ja, ook meer en meer met ons hart. Misschien is-ie anders dan andere relaties, maar jij en ik zijn ook niet dertien in een dozijn. Is dat erg?”

“Nee, dat is niet erg”, zeg ik hulpeloos. “Maar het maakt me wel onzeker.”

“Dan stel ik jou ook een vraag: hoe komt het toch dat ik jou zo onzeker maak?”

Nu zwijg ik. Ik denk aan mijn relatie met Thomas. Hoe we onze liefde door onze vingers lieten glippen, hij verliefd werd op een collega, me achterliet in dat grote huis met twee kleine meisjes. Ligt daar de bron van mijn onzekerheid? Of ligt die verborgen in de krochten van mijn jeugd, waarin die labiele moeder en machteloze vader ervoor zorgden dat ik me zo onveilig voelde dat ik niemand meer kan vertrouwen?

Ik strek mijn hand uit. Reinier pakt hem en brengt hem naar zijn lippen.

“Kom”, zegt hij, “we gaan naar binnen. Naar bed. Ik zal je warmen.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden