Tessel Beeld Libelle
TesselBeeld Libelle

Tessel Tindert: “Ik voelde me een oplichter, omdat ik wist dat ik niet van hem hield”

Tessel ervaart een schuldgevoel, niet om de Fransman Davide, maar om de maanden die volgden. Na een weekend in de Veluwe hakt ze een knoop door.

Die nacht in bed speelde ik steeds weer de film van gisterenavond af. Eerst het concert. Toen dat gestuntel met Willem in die pikdonkere slaapkamer van hem, daarna die krankzinnige ontmoeting met Davide, de Fransman die me opeens zoende op de hoek van de straat. Diep onder mijn dekbed moest ik opeens lachen om mezelf, om al die struikelpartijen en onverwachte avonturen. Toen viel ik in een droomloze slaap.

Maar de volgende dag lachte ik niet meer. Ik stond op met een zwaar hoofd en een zwaar hart. Niet zozeer om die zoenpartij met die Fransman, die me opeens een krankzinnige droom toescheen, wel om Willem.

We zwegen

Hoe zou het met hem zijn? Gekwetst, verdrietig, opgelucht? En wat moest ik met hem aan? Met die aardige Willem die altijd zo lekker voor me kookte, die zorgzaam was en lief, en die trillend als een espenblad in mijn armen had gelegen. Willem had me later die dag gebeld, en over het hele voorval gezwegen. Dat vond ik raar, maar wel makkelijk. Dus ik zweeg ook en babbelde luchtig over het concert dat we hadden gehoord.

Ik durfde niet

Hoewel ik diep in mijn hart natuurlijk wel wist dat Willem niks voor mij was, had ik het niet uitgemaakt in de maanden die volgden. Ik durfde niet, en ik wilde hem niet nog nerveuzer maken. En ergens vond ik het ook prettig, zo’n toegewijde man die duidelijk stapelverliefd op me was en wiens attenties en aandacht ik me graag liet aanleunen.

Een half jaar lang gedroegen we ons als een heus stel. Hij organiseerde etentjes met vrienden, met zijn zusje, met zijn kinderen. Bij iedereen introduceerde hij me zo trots als een pauw. Ik speelde het spel mee en voelde me een oplichter, omdat ik wist dat ik niet van hem hield, tenminste niet zoals je van een man hoort te houden. Ik griezelde stilletjes als hij me in zijn bed in zijn armen nam. Ik moest altijd iets overwinnen als we vreeën. Hij bleef stuntelen en ik voelde me niet vrij, ik kon me niet overgeven. Ik herkende mezelf niet terug als ik stijfjes zijn liefkozingen onderging. Ik trok hem snel aan zijn haren omhoog als hij onder de dekens dook. Ik verachtte hem wanneer hij zijn hoofd op mijn borst legde, zijn benen optrok en als een kind beschutting bij me zocht. Ik haatte mezelf om mijn hardheid, om mijn onvermogen hem lief te hebben, om de liefde met hem te bedrijven zoals met Pieter of Robert: wild, gulzig, teder, vrij.

Een zonnige dag in de herfst

Zo sukkelden we voort. We spraken nooit over ons, over onze relatie, over wat er goed was, over wat er mis was. Ik vroeg me af of Willem aanvoelde dat ik niet verliefd was en niet van hem hield. Tot we op een zonnige dag in de herfst naar een hotelletje op de Veluwe reden, om daar zijn verjaardag te vieren. Willem zat achter het stuur van zijn Volvo, ik zat naast hem, mijn voeten tegen het dashboard, en keek hoe het zonlicht de roodbruine bomen langs de weg in een gouden gloed zette. De radio stond zachtjes op Sublime. Etta James zong I’d rather go blind. Naast me hoorde ik Willem zwaar ademen en af en toe diep zuchten. Opeens realiseerde ik me dat hij bloednerveus was. Zich niet op zijn gemak voelde naast mij. De stilte tussen ons drukte loodzwaar op mijn borst en benam me de adem. Het liefst had ik hard geschreeuwd. Maar dat deed ik niet. In plaats daarvan zette ik de muziek wat harder.

Twee dagen later, op de terugweg, haalde ik die adem en durfde ik het eindelijk te zeggen: ‘Ik vind het vreselijk Willem, en ik wilde dat het anders was, maar ik geloof niet dat het werkt tussen ons.’

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden