Zorgenzoon 49 Beeld Libelle
Zorgenzoon 49Beeld Libelle

Zorgenzoon 51: “Ik moet mijn kinderen meer laten falen, anders worden het lamzakken”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Aanvankelijk woont hij in een woongroep voor begeleid wonen, maar als hij achttien wordt, krijgt hij een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Wanneer hij gearresteerd wordt wegens verboden wapenbezit, wordt hij naar een studio buiten de stad overgeplaatst. Dat vindt hij veel te ver weg van school en van zijn moeder, dus hij besluit definitief weer thuis te komen wonen.

De maand januari schiet voorbij. Lars heeft toetsweek. Omdat corona nog steeds woekert, gebeurt alles online. Ik zit in de kamer als hij erbij komt zitten met zijn laptop. Vandaag heeft hij mondeling Frans. Ik hoor hoe de leraar hem welkom heet en Lars hem in schutterig Frans antwoordt. Al is zijn uitspraak vreselijk, het valt me nog mee wat hij er allemaal nog uitgekraamd krijgt.

Medelijden

Dan wordt het opgegeven leesboek besproken. “Je ne sais pas,” hoor ik Lars zeggen tegen de man op het scherm. “Je n’ai pas het boek gelezen.” Oeps. “Pourquoi pas?” vraagt de leraar. “Je ne sais pas,” antwoordt Lars weer. Het scherm blijft even stil. “Jammer Lars,” klinkt het dan. “Het ging niet eens heel slecht, maar omdat je het boek niet gelezen hebt, krijg je een vijf.” Ik vind het nog best hoog. “Okee, ik snap het,” zegt Lars tegen het scherm. De toets is voorbij. “Boeie,” zegt hij als hij zijn laptop dichtklapt en alweer in zijn telefoon verdiept zit. Ik heb een beetje medelijden met de leraar. Je zult een hok vol van dit soort gasten hebben.

Rechtenstudente

De gewonde vinger van Lars geneest goed. Hij lijkt er ook niet veel last van te hebben. Sterker, het is net of er niks aan de hand is. Zijn ongeorganiseerde stoute-jongens-leven gaat gewoon door. Hij stapt achterop scooters, struint ‘s nachts over straat en ook damesbezoek ontvangen gaat prima met je hand in het verband.

Puck, het meisje dat af en toe ‘s avonds langs komt om dan vervolgens met Lars voor een paar uur naar zijn slaapkamer te verdwijnen, vindt het vast stoer, zo’n scharrel die altijd wel weer in een akkefietje verzeild raakt. Wanneer ik een keer een praatje met haar aanknoop, vertelt ze ze dat ze rechtenstudente is. Tweedejaars notabene. “Dan tref je het wel met Lars,” grap ik. Ze lacht, haar prachtige volle mond toont een rijtje kaarsrechte parelwitte tanden. Wat een gast is het toch, die zoon van mij. Met zijn achttien jaar regelt hij zomaar een twintigjarige studente.

Toyboy

Ik hoop met heel mijn hart dat ze Lars positief stimuleert. Gek genoeg gaat Lars nooit naar haar toe. Als ik informeer waarom dan niet, zegt hij: “Dat zit heel ingewikkeld ma.” Verder hoor ik hem zelden over haar. En wanneer ik haar al een maand niet gezien heb, vraag ik hoe het met Puck gaat. “Die zie ik niet meer,” antwoordt hij nors. “Jammer,” zeg ik.

Ik vermoed dat Puck samenwoont en Lars een poosje als toyboy ernaast had. Lars wil er verder niets over kwijt. En zo eindigt mijn ervaring met mijn eerste schoondochter-in-spe nog voordat deze goed en wel begonnen was.

Schone kleren

Het is half februari en ineens stervenskoud. Sterker, er is een sneeuwstorm aangekondigd. Code geel, zegt de weersvoorspelling. Al wijst deze zaterdagmorgen niets erop dat over een paar uur heel het land onder een witte deken bedekt zal zijn. Lars en zusje Bente hebben een logeerpartij gepland bij de grote neven in Rotterdam, die daar al een paar jaar studeren. Ze zullen samen met de trein reizen.

Hoewel ik het een geweldig plan vind, houd ik mijn hart vast. Mijn kinderen hebben weliswaar een grote mond, maar als het op iets normaals ondernemen zoals reizen met de trein aankomt, zijn ze niet erg ervaren. Einde middag is het dan zover. Het duo maakt zich klaar om de deur uit te gaan. Heeft Bente nog een rugzak bij zich waarin een schone onderbroek, een paar sokken en een toilettas, Lars heeft behalve zijn jas niets schoons mee. “Niet nodig ma, we zijn morgen alweer terug.”

Logeren in de sneeuw

Mijn bezwaren om vooral een dikke trui mee te nemen en extra kleren in verband met de op handen zijnde sneeuwstorm, worden weggewuifd. “Welnee, dat geloof je toch niet. Dat zegt de overheid alleen maar om je bang te maken. Bovendien, ik zie helemaal geen sneeuw buiten dus het zal wel meevallen.” En daar gaat het duo, richting station. Ongelooflijk hoe mijn kinderen de afgelopen jaren al flink wat levenservaring hebben opgedaan en tegelijkertijd enorm onnozel zijn als het gaat om de gang van zaken in de wereld om hen heen. Heel Nederland maakt zich op voor de sneeuwstorm, maar zij wonen in Amsterdam en daar is geen vlokje te zien dus dan komt er ook geen sneeuw.

Familie-engelen

Een uur later gaat de telefoon. Het is Bente. Ze staat met Lars op het perron van station Schiphol. Zijn telefoon is al leeg. En de trein rijdt niet verder. Er rijden überhaupt geen treinen meer. “Wat zei ik je nou,” kan ik het niet laten om tegen Lars te zeggen. “Hou je kop nou maar,” snauwt hij me toe. Toegeven dat iets toch zo is, is het laatste wat er in zijn hoofd opkomt. Nu niet en nooit niet. Ik adviseer het duo terug te reizen met de metro. Eigenlijk baal ik enorm; ik had me verheugd op een weekendje zonder de twee herrieschoppers. En nu staan ze binnen een uur alweer op de stoep. Verdorie. Ik stuur de neven een app die antwoorden dat ze broer en zuslief graag met de auto komen halen. Ik dank het universum voor deze reddende familie-engelen.

Boze buitenwereld

Anderhalf uur later rijdt de studentenauto voor. Lars en Bente stappen opgewekt in. Vinden het blijkbaar heel normaal dat anderen hun chaos oplossen. Ik weet het, ik ben hier zelf debet aan. Ik wil mijn kinderen teveel helpen, teveel uit handen nemen. Ze beschermen tegen de boze buitenwereld. Maar dat kan niet altijd en eeuwig. Ik moet ze meer laten falen. Op eigen benen leren staan. Want anders worden het lamzakken. Het grote loslaten is begonnen. Hopelijk nog niet te laat.

Volgende week: Als de kat van huis is…

Over Zorgenzoon:
Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden