Zorgenzoon Beeld Libelle
ZorgenzoonBeeld Libelle

Zorgenzoon 56: “Hij begon onschuldig, met het dealen van wiet, een winkeldiefstal. Later verviel het van kwaad tot erger”

Wegens gedragsproblemen wordt Lars op zijn vijftiende uit huis geplaatst en belandt in een instelling. Hij loopt er een paar keer weg, uiteindelijk definitief en keert terug naar zijn geboortestad Amsterdam. Aanvankelijk woont hij in een woongroep voor begeleid wonen, maar als hij achttien wordt, krijgt hij een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Wanneer hij gearresteerd wordt wegens verboden wapenbezit, wordt hij naar een studio buiten de stad overgeplaatst. Dat vindt hij veel te ver weg van school en van zijn moeder en zusje, dus hij besluit definitief weer thuis te komen wonen.

Zorgenzoon #56

Lars luistert niet. Of tenminste, zelden. Hij leeft in zijn eigen wereld. Die hij toegankelijk en comfortabel gemaakt heeft voor zichzelf. Maar niet klopt. Ik vind stapeltjes geld. Wtfck. Hoe komt hij hier aan? Hij komt thuis wanneer ik opsta, helemaal van het padje. Onder invloed. Van drank. En ik vermoed soms van drugs. Maar ik kan het niet bewijzen. De tijd dat ik met een drugstest in mijn hand klaar stond en hij dat toestond, is allang voorbij. Bovendien: wat maakt het uit? Hij weet dat drugs slecht zijn, hij weet dat hij er de volgende dag ‘af’ ligt en voor hem belangrijker nog: er slecht uitziet. Maar hij is achttien, dus hij is eigen baas. Officieel heb ik geen ouderlijk gezag meer. Als hij nu een nachtje in de cel zou moeten zitten, is de politie niet verplicht zijn ouders in te lichten. Vreselijk. Maar zo schrijft de wet.

Bad, bed, brood

Een achttienjarige is meerderjarig, mag stemmen, een bankrekening openen, een rijbewijs halen, wiet en ook een huis kopen, zelfs minister president worden als hij of zij die ambitie heeft. Hij/zij wordt ook geacht op zijn eigen tellen te passen. Ik ben alleen nog maar ‘onderhoudsplichtig’, wat betekent dat je als ouder verplicht bent je spruit te voeden en onderdak te bieden. Bad, bed en brood dus, de terminologie waar het Kabinet Balkenende zich in 2015 onsterfelijk mee maakte. Zes jaar later blijkt deze term zich ineens, ongemerkt, te hebben gemanifesteerd in mijn huishouden. Als zijnde een werkbaar model. Ik zorg dat de koelkast gevuld is, het bed opgemaakt, de kleren gewassen, de kamer gestofzuigd. That’s all, folks.

Toen ik jong was, lag de leeftijd scheidslijn tot volwassenheid nog op 21. Verschrikkelijk vond ik dat. Op mijn achttiende wilde ik al uitvliegen, maar durfde niet. Dus wachtte ik braaf. In Australië gingen er een paar jaar geleden stemmen op om de officiële meerderjarigheidsleeftijd van 21 op te trekken naar 24. Omdat dan pas de neocortex (het gedeelte van de hersenen dat vooral verantwoordelijk is voor het bewust verwerken van informatie en ons in staat stelt om rationeel te redeneren) volledig ontwikkeld is. Vele ouders moeten er niet aan denken, maar voor sommige ‘gevallen’ wellicht een bon plan...

Johannes uit de Jordaan

Voor mijn werk maak ik een verhaal over mensen die als gevolg van corona hun leven hebben omgegooid. Er sterker zijn uitgekomen. Ik stuit op een hele keurige maandagavond in april tijdens het strijken via een radio uitzending op Radio 1 op een verhaal van ene Younes Finani, 28 jaar. Hij behoorde tot de Criminele Top 600. Met tussenpozen zat hij in totaal zeven jaar vast, wegens inbraken, overvallen, straatroof, oplichting en (drugs)dealen. Waarvan de laatste vier jaar aaneengesloten. Weer vrij, begon hij een nieuw leven. Toen kwam corona. Uit pure verveling schrijft hij een boek. Die man wil ik spreken, bedenk ik. Niet alleen voor het verhaal, maar ook voor mezelf. Voor Lars. Ik stuur hem een bericht via Instagram, met het verzoek of hij mee wil werken. Drie dagen later reageert hij. Ik haal zijn boek op, bij hem thuis. Het is rond 11.00 uur ‘s morgens, zoals afgesproken. Hij doet open, in badjas. Kort geschoren haar, een tweedaags baard, vriendelijk gezicht. Knipperend tegen het schelle ochtendlicht, overhandigt hij mij een leesexemplaar. “Veel plezier man,” voegt hij eraan toe. ‘s Avonds krijg ik een tikkie voor de aanschaf. Omdat hij het in eigen beheer heeft uitgegeven, maak ik direct de € 19,90,- aan hem over.

Ik begin met lezen. In twee dagen heb ik het uit. Het is afgrijselijk en intrigerend tegelijkertijd. Zijn blije jeugd, zijn gang naar het meest precieuze lyceum van de stad. Zijn wens om erbij te horen, zijn hang naar fashion labels, zodat hij als allochtoon bij de knappe meisjes in de smaak te vallen. Hij begon onschuldig, met het dealen van wiet. Een winkeldiefstal. Later verviel het van kwaad tot erger. Overvallen, oplichting, hard drugs, oplichting. Hij groeide op in de Amsterdamse Jordaan, als kind van een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader. Behalve dat hij uit een gemengd gezin kwam, doet veel van zijn gedrag mij denken aan Lars. Ze zaten op precies hetzelfde prestigieuze lyceum. Allebei ADHD. Hang naar sensatie. Beïnvloedbaar. Snel afgeleid. Veel op straat. Geen oog voor gevaar. Denken dat je onoverwinnelijk bent. Ook deze ‘Johannes’, zoals hij door zijn Amsterdamse vrienden genoemd werd, is in zijn hart een goodboy. Ik lees het, ik voel het.

Vagevuur

“Op 7 november 2016 kwam ik vrij,” vertelt hij wanneer hij tegenover mij zit, in mijn nette kantoor. Onhandig bied ik hem een glaasje water aan. “Het was niet makkelijk om opnieuw te beginnen. Ik had diverse baantjes, maar toen dat ophield, had ik even niets en heb ik een uitkering aangevraagd. Ik miste de inkomsten van de criminaliteit, was enorm op mezelf aangewezen en bang om terug te vallen. Ik overwoog te gaan rappen. Dat had ik in de gevangenis veel gedaan. Maar ik wilde ook wel een bedrijfje in kant en klaar broodjes beginnen. Toen kwam corona. Alles kwam stil te liggen. Ik zat thuis, speelde FIFA op de Playstation en verveelde me. Op een dag dacht ik: goh, zal ik een boek schrijven. Binnen drie maanden had ik 650 pagina’s. Na flink wat schrapwerk, kwam in november 2020 mijn boek in eigen beheer uit: Johannes uit de Jordaan. Inmiddels zijn er tienduizenden exemplaren verkocht. ”

Ik luister ademloos naar zijn relaas. Dit is de man die de jongens, want ja, het zijn bijna altijd jongens, op weg naar het vagevuur, kunnen redden. Hij heeft 17.1000 volgers op Instagram, spreekt hun taal. Laat zien dat the only way up is. Hij moet met Lars praten!

Volgende week: Lars doet examen. Not!

Over Zorgenzoon:
Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden