null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Zorgenzoon #57

Zorgenzoon 57: “Ooit komt er een dag dat er wél iets lukt, een papiertje waar op staat dat hij geslaagd is”

Wegens gedragsproblemen wordt Lars op zijn vijftiende uit huis geplaatst en belandt in een instelling. Hij loopt er een paar keer weg, uiteindelijk definitief en keert terug naar zijn geboortestad Amsterdam. Aanvankelijk woont hij in een woongroep voor begeleid wonen, maar als hij achttien wordt, krijgt hij een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Wanneer hij gearresteerd wordt wegens verboden wapenbezit, wordt hij naar een studio buiten de stad overgeplaatst. Dat vindt hij veel te ver weg van school en van zijn moeder en zusje, dus hij besluit definitief weer thuis te komen wonen.

RedactieGetty Images

Voor mijn werk krijg ik de kans Younes Finani te interviewen. Ooit stond deze 27 jarige jongeman in de Criminele Top 600, een lijst met de 600 meest criminele veelplegers van Amsterdam. Hij belandt diverse keren in de gevangenis, wordt vroegtijdig vrijgelaten maar vervalt al gauw weer in zijn oude gedrag. Uiteindelijk maakt hij het zo bont dat hij voor vier jaar achter achter de tralies verdwijnt. Hij denkt er veel na, maakt in de cel de havo af en is vastbesloten op het goede pad te blijven.

Rolmodel

Hij ontroert me, zoals hij tegenover mij zit op mijn kantoor, een blikje cola in zijn hand. Ietwat onwennig draait hij op de door mij aangeboden bureaustoel. “Ik wilde een dure, luxe levensstijl zonder er hard voor te werken,” vertelt hij zijn levensverhaal met onvervalst Amsterdams-Marokkaans accent. “Daarvoor ben ik hard gestraft. En terecht. Achteraf vind ik mezelf een naïeve, impulsieve, beïnvloedbare dombo. Toch zie ik mijn leven als een positieve leerschool. Ik heb zoveel meegemaakt dat ik nu anderen kan helpen. Door mijn boek word ik overal uitgenodigd om te spreken. De gemeente Amsterdam heeft me gevraagd mee te werken aan het opzetten van het platform Credible Messengers. Een nieuw programma, bedoeld om in contact te komen met probleemjongeren met wie jongerenwerkers moeilijk contact krijgen. Met de mensen die ik vroeger tegenover mij had, zoals het Openbaar Ministerie, Jeugdzorg en psychiaters, werk ik nu samen. Daar ben ik trots op. Bang om terug te vallen, ben ik nooit meer. Ik ben al vijf jaar dezelfde vriendin en woon samen. Ik ben een positief rolmodel geworden.”

Ik ben plaatsvervangend trots op hem. Wat moet het zwaar geweest zijn om te blijven doorvechten. Tegen de eenzaamheid. Maar vooral tegen zichzelf. Wanneer ik hem vertel over mijn zorgenzoon, biedt hij goeiig aan om een keer met hem te praten. “Wie weet helpt het, bel me maar,” zegt hij.

Leipe gast

Een ding weet ik zeker: als het serieus mis gaat met Lars, heb ik de reddende engel gevonden. Want hij spreekt dezelfde taal. Hij kan tot Lars doordringen als het echt down the drain gaat. Maar gelukkig is het zover nog lang niet. Lars woont nog gewoon thuis, acteert vagig, maar doet nog mee in het systeem. Zijn zelf bedachte systeem weliswaar, van onduidelijke baantjes en bijpassende vrienden en een thuisfront dat ‘alleenstaande moeder-met-twee-kinderen’ heet. In mijn optiek kan het geen kwaad om Lars alvast te informeren over deze Younes. “Ja, die ken ik, uit het programma Inbreken, van Stuk TV”, antwoordt Lars als ik hem vertel over mijn kennismaking met de ex-boef. “Die gast is leip. Wat die allemaal heeft meegemaakt. Laatst kwam ik hem tegen hier in de buurt toen ik met wat vrienden was.” Nou ja! Lars en Younes hebben elkaars pad dus al eens gekruist. Als ik hem uitleg dat ik het kan regelen dat ze elkaar serieus kunnen ontmoeten, schiet Lars in de ontwijk modus. “Nee, ma, laat!”, roept hij. Waarschijnlijk heeft hij mijn bedoeling door. Maar zo makkelijk laat hij zich niet leiden. Lars wil alleen iets doen of ondernemen, als het ontsproten is uit zijn eigen gedachtegoed. Omdat híj iets wil, niet omdat een ander het wil. En al helemaal zijn bemoeizuchtige moeder niet.

Verloren jaar

Ondertussen naderen de examens van Lars. Hoewel hij niet echt veel uitvoert, zie ik wel dat hij ze wil doen. Maar zo makkelijk gaat dat niet. “Je hebt teveel toetsen gemist,” hoor ik de leraar Nederlands zeggen tijdens een zoomles. “Dat betekent dat je bent uitgesloten van deelname.” Ik hoor Lars vloeken. Hoewel ik geïrriteerd ben, heb ik ook met hem te doen. Boos worden helpt niet. Hij overziet het gewoon niet. Maar hij wil zich ook niet laten helpen. En nu is het schooljaar zowat voorbij. Uiteindelijk blijft er nog een vak over waarin hij wel examen mag doen. Maatschappijkunde. De rest van de vakken schuiven gewoon door naar volgend jaar. Rustig blijven, maan ik mezelf. Er komt ooit een dag dat er wel iets lukt. Dat hij een papiertje heeft waarop staat dat hij geslaagd is. Of dat nu een rij-examen is of een schoolexamen, maakt me al bijna niet meer uit. Ik gun hem zo graag een succeservaring. Niet voor mezelf, maar om hem weer te laten geloven in zichzelf. Om hem zelfvertrouwen te geven.

Nieuwbouwpaleis

Onverwacht nadert de bouw van mijn nieuwe huis de voltooiing. Hoe kan dat nou ineens? Twee jaar geleden zette ik mijn handtekening onder een bouwtekening van een spiksplinternieuw huis aan het IJ. Droomde over hoe het ooit zou worden. Frisse nieuwe kamers. Plantjes op het balkon. Ik ging er regelmatig kijken. Verlangend tuurde ik vanachter het bouwhek naar de plek waar ooit toch ons onderkomen moest verrijzen. Ik zag hoe de etages zich op elkaar stapelden. Het betonnen karkas werd voorzien van grijze bakstenen. Er kwamen ramen en deuren in. Maar of ik er ooit met mijn rafelrand-gezin ook echt zou gaan wonen? Ik kon me er weinig bij voorstellen.

Ondertussen deed ik toch wat er hoort bij een nieuw huis. Ik zocht een keuken uit. En een vloer. En tegels voor in de badkamer. Van geperst Italiaans nepmarmer. Met goudkleurige aders op een crèmekleurige ondergrond. La Grande Bellezza aan het IJ wilde ik. De kinderen lijkt het allemaal geen klap te interesseren. Ze vragen nergens naar, blijven naar hun telefoonschermpjes staren als ik iets probeer te vertellen. Ik baal als een stekker. Heel mijn godsvermogen gaf ik uit aan een nieuwbouwpaleis. Met drie slaapkamers. Omdat ik wil dat we een nieuwe start maken. Maar het duo heeft zero interesse. Voor wie doe ik dit eigenlijk allemaal? Hoe stellen zij zich hun toekomst voor? “Wij wonen liever hier,” stelt Bente wanneer ik haar voor de zoveelste keer vraag om mee te gaan kijken.

Bah. Stank voor dank toch, dat leven van een moeder. Ik had me er zo op verheugd. Weg met het donkere dure huurhuis met schimmel in de douche. Een kapotte vaatwasser. Dag en nacht gekrijs op straat. Buren die in je slaapkamer kijken. Op naar een eigen huis onder de zon. Vers van de pers. Met alleen het geluid van meeuwen. En nu is het bijna zover en wil er niemand mee.

Volgende week: oog in oog met de officier van justitie.

Over Zorgenzoon:
Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden