null Beeld

Zorgenzoon 62: “Lars weet dat de rechter aan mij zal vragen hoe ik vind dat het met hem gaat”

Wegens gedragsproblemen wordt Lars op zijn vijftiende uit huis geplaatst en belandt in een instelling. In anderhalf jaar loopt hij zes keer weg, uiteindelijk definitief. Hij gaat naar een woongroep voor begeleid wonen, krijgt op zijn achttiende een flatje toegewezen maar dat gaat mis. Hij komt diverse keren met de politie in aanraking, wordt zelfs gearresteerd. Uiteindelijk gaat hij terug naar zijn moeder en zusje. Die gaan binnenkort verhuizen naar een nieuwbouwhuis. In het kader van een nieuwe start. Wat Lars gaat doen, weet niemand.

Iedere woensdag bezoek ik mijn moeder. 88 Jaar oud, 1,62 meter, 53 kilo. Grote blauwe ogen, grijsblonde piekjes die als een gordijntje langs haar smalle hoofd hangen. Ze heeft kromme dunne beentjes die ze voorzichtig om beurten naar voren beweegt. Haar voeten, bij voorkeur gestoken in blauwe ballerina’s, maken daarbij een licht sloffend geluid. Met het klimmen der jaren is ze scheef gaan staan. En krom. Net als haar moeder heeft ze een bochel. Ze woont nog op zichzelf en wil van geen verzorgtehuis horen.

Snibbige oma is niet populair

Deze oma is niet heel populair bij mijn kinderen. Omdat ze snibbig uit de hoek kan komen en nogal wereldvreemd is. Ze heeft bijvoorbeeld nauwelijks vriendinnen en is wars van familiebezoek, vooral richting mijn vaders kant. “Wat moet ik daar in godsnaam”, was een favoriete uitspraak van haar als mijn vader voorstelde nog eens langs tante zus of zo te gaan. Nu hij is overleden, komt ze bijna helemaal nergens meer. Daarnaast is ze inmiddels stokdoof, dus een gezellig gesprek voeren is bijkans onmogelijk. De andere oma is vele malen populairder; de gezellige Twentse ruimhartige taartenbakgrage oma, bij wie alles mag en kan. Zelfs met de luchtbuks schieten achter de garage.

Omdat mijn moeder gammel wordt en niet alles meer zelfstandig kan, tuf ik iedere week naar haar toe om haar te helpen. Ik doe de afwas, wandel met haar hondje. Samen doen we boodschappen. Steevast haalt ze hetzelfde. En steevast staat het boodschappenlijstje niet op volgorde. Waardoor we bij de schoonmaakmiddelen ontdekken dat de mandarijnen nog ontbreken. Dus pak ik tegenwoordig het lijstje van haar over en check de route door de supermarkt.

Deze bezoekjes nemen de hele middag in beslag. Soms heb ik geen zin. Vooral als het mooi weer is en de hele wereld buiten iets leuks doet. En dan zit ik binnen, achter de citroenplanten, met de verweerde zonneschermen naar beneden. Te luisteren naar de verhalen over haar hondje en de buren in de straat, die ik toch niet ken. Toch ben ik aan de bezoekjes gehecht geraakt. Omdat ik iets voor haar kan doen. En zij zo blij kijkt. Af en toe maken we ook ruzie. Dan trek ik haar onredelijkheid niet meer en kan haar onredelijke eigenwijzigheid niet meer verdragen. Maar het komt altijd weer goed.

Van wie heeft Lars dat gedrag?

Toch gaat Lars vandaag mee. Ik ben een beetje verbaasd. Al kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat hij het doet om een goede indruk op mij te maken. Er komt weer een rechtszaak aan en hij weet dat de rechter aan mij zal vragen hoe ik vind dat het met hem gaat. Handige gozer.

Oma op haar beurt is wel gecharmeerd van Lars. Juist omdat hij een zorgenkind is. Ze weet dat hij al drie keer van school gestuurd is en zich slecht kan concentreren. Dat hij vaak op straat hangt, gearresteerd is geweest en regelmatig betrokken is bij vechtpartijen, weet ze niet. Maar echt doorvragen doet ze niet. Dat was vroeger al zo. Als ik zelf wilde weten waarom iets niet mocht, luidde haar antwoord steevast: ‘Daarom niet.’ En daarmee basta.

De instelling waar Lars ruim anderhalf jaar zat, ligt op nog geen 20 kilometer afstand rijden van haar huis. Ze is er een keer op bezoek geweest, toen Lars zestien werd. Ze voerde toen een geanimeerd gesprek met een van de begeleiders. Een geestig gezicht om zo’n man met armen als kabeltouwen en opgeschoren haar te zien praten met dat vogelachtige vrouwtje. “Van wie zou Lars dat rare gedrag nou toch hebben?”, vroeg ze me al een paar keer. “Vast van Harm.” Wat ze niet weet, is dat Harm haar precies hetzelfde verwijt. “Lars lijkt precies op jouw moeder”, zei hij regelmatig. “Zo’n lang, smal gezicht en heel ontplofferig van karakter.” Dat de instelling is gesloten wegens wanbeleid en torenhoge schulden, vindt ze ‘schandalig’. “Goed dat hij daar weg is”, zei ze toen ze dat hoorde. Nog altijd knipt ze nieuwsberichten voor mij uit over het inmiddels leegstaande gebouw en de interne politieke discussies over de bestemming van het peperdure stuk natuurgebied.

De spijt staat op zijn voorhoofd

We rijden richting oma. Lars zegt niets, zit met oortjes in en luistert naar zijn rapmuziek. Hoewel ik zijn ‘witte voetje-actie’ doorzie, ben ik toch blij. Alleen het feit dat hij ruim een uur naast me zit, is prettig. En het slaperige doorzonbuurtje krijgt door hem een andere dimensie.

Oma is blij verrast dat haar oudste kleinkind zomaar bij haar op de stoep staat. Lars moet zich bijna dubbelvouwen om haar te begroeten. We stappen met z’n drieën in de auto en tuffen richting supermarkt. Daar aangekomen zie ik Lars kijken hoe langzaam mijn moeder richting ingang schuifelt. De spijt dat hij is meegegaan staat zo ongeveer op zijn voorhoofd. In de supermarkt stuurt mijn moeder de kar onvast over de paden. Lars kan het niet aanzien en is al drie keer de winkel door geweest. Hij kan zijn ongeduld nauwelijks bedwingen. “Ma, ik ga even buiten staan hoor”, zucht hij als oma bij de kassa ontdekt dat ze de zoute koekjes is vergeten. “Nee Lars, je houdt je in, het gaat niet sneller dan het gaat”, zeg ik tegen hem. Gelukkig verstaat oma er niets van.

Met duidelijke tegenzin draagt Lars uiteindelijk de tassen naar de auto. “Ma, we blijven niet zo lang hoor”, zegt hij tegen mij als oma in de keuken is om thee te maken. Hij kijkt me dwingend aan. “Om half vijf gaan we naar huis”, antwoord ik. Om hem even bezig te houden, stuur ik hem voor drie broodjes kroket naar de snackbar een kilometer verderop. Het is net of hij weer vier is en vol ongeduld voor me staat te trappelen, klaar voor een nieuw actiemomentje. “Wat is het toch een leuke jongen”, constateert oma als Lars de deur uit is en wij aan een kopje thee nippen.

Kom ma, we gaan

Oma stelt Lars nog een paar vragen over school die hij zo goed en zo kwaad als het lukt, beantwoordt. Hij haalt met haar een paar herinneringen op over opa, aait de hond een paar keer en dan is het toch echt half vijf. “Kom ma, we gaan”, zegt hij en springt alvast op. We nemen afscheid en rijden het straatje uit. Lars zit alweer met zijn oortjes in. “Zwaaien”, commandeer ik hem en por hem in zijn zij. Hij draait het raampje half open, duwt een arm naar buiten en zwaait halfslachtig. In mijn spiegel zie ik mijn moeder hard wuiven. Haar rug lijkt even iets minder krom. Dan zijn we de hoek om. “Gas, ma”, mompelt Lars. Van mijn zus hoor ik de volgende dag dat oma zo ontzettend gezellig met Lars had gekletst.

Volgende week: De verhuizing

Over Zorgenzoon:
Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden